Trip naar Still

Wie woont er nog rond de kerketoren?

 over de stille bestaansreden van dorpen

 

Redactie: Mattias Devriendt, fotografie: Veerle Frissen

 

Het dorp. Iedereen kent en helpt elkaar. Er is een bloeiend verenigingsleven. En de stilte hangt er zachtjes tussen de mensen in als een deugddoende nevel. Kortom: de perfect plek waar mensen verstilling, verbinding en engagement vinden. Of is dat een idyllisch beeld van vroeger? Want tegelijk fuseren de kleintjes tot grotere, worden dorpsscholen gesloten en dorpskerken herbestemd, knopen de buurtwinkeltjes de touwtjes met veel moeite aaneen en waar elk plekje vroeger zijn bakker en slager had, moeten die nu een hele regio van broodjes en worstjes voorzien. Hoe is het gesteld met onze dorpen? Vinden we er naast worstjes en broodjes nog stilte, samenhorigheid en initiatief. Of is dat soort dorpen een uitstervend ras? 25 jaar na datum reizen we, gewapend met een gigantisch oor, journalist Geert Mak achterna. Op onderzoek in een ‘lukraak’ dorp!

 

Geert Mak. Misschien gaat er bij het horen van zijn naam een belletje rinkelen… Schrijver. In Europa. Journalist. Nederlander. Grijze krulletjes. Enfin, weet gewoon dat hij in 1996 ‘Hoe God uit Jorwerd verdween’ schreef, een boek waarin hij teruggaat naar zijn geboortedorp Jorwerd en er aan de hand van gesprekken met inwoners de schade van de moderne tijd opmeet. Als we hem mogen geloven, schiet er van het traditionele dorp niet veel meer over. We hebben het boek ontleend uit de bibliotheek omdat we willen weten of het écht zo slecht gesteld is met die dorpen als hij beweert. ‘Ik kreeg het gevoel dat op het platteland de ingrepen van de moderne tijd ingrijpender zijn geweest dan in de stad”, schrijft hij. “Iedereen denkt dat in de stad de grote veranderingen hebben plaatsgevonden. Maar dorpen zijn in stilte op een manier veranderd zoals ze de afgelopen tweeduizend jaar nog nooit zijn veranderd. Dat is niet meer terug te draaien.”

Die methodiek van Geert Mak lijkt ons wel wat: steekproefsgewijs naar een dorp reizen en er via gesprekken met de inwoners tot een aantal conclusies komen. Een dorp vinden, bleek niet moeilijk. Tussen de Elzas en de Vogezen op een halfuurtje van Straatsburg ligt namelijk Still, een Frans dorpje met een Duitse naam. We hebben het natuurlijk gekozen omdat het dezelfde naam draagt als dit magazine, maar dat maakt het er niet minder exemplarisch op. Bovendien is er een stiltegebied, e-mailde de plaatselijke ambtenaar ons meteen en uiterst vriendelijk terug en beloofde ze wat lokale hapjes klaar te zetten. Ons plan? Luisteren. Onze methodiek: een gigantisch oor waar we de inwoners op interviewen. En route dus!

 

Gemeentehuis

Inwijkeling Carlos Alban

“Still leek in het begin wel een spookdorp”

Na de middag komen we aan. We zijn 5 minuten te laat en het sneeuwt. Kou is niet ons ding, maar in het gemeentehuis wacht de hartverwarmende Lola ons op. Ze is verantwoordelijk voor cultuur en jeugd in het dorp en organiseert er allerlei activiteiten. Haar man Carlos is een Peruviaanse kunstenaar. Hun zoontje staat verlegen in de hoek naar ons te staren. “Het is dankzij de liefde dat ik de Atlantische oceaan ben overgestoken!” vertelt Carlos ons terwijl hij naar Lola lacht. “Voor mij was het ondenkbaar om mijn thuisland te verlaten. Het was mijn veilige plekje! Kijk, we zijn allemaal burgers van de wereld. Principieel mogen we gaan en staan waar we willen met respect voor de plek waar we heen gaan. En hier in Still is iedereen super vriendelijk. Iedereen kent elkaar. We komen samen, drinken een biertje ’s avonds, discussiëren. Het is een vrij hechte gemeenschap. Ik heb me hier nooit een vreemdeling gevoeld.”

Dorpen, waar ook ter wereld, lijken in sommige opzichten verbazingwekkend veel op elkaar. “Zo maakten ze zich in Jorwerd druk over het voorbestaan van de school, datzelfde bleek in een Amerikaans dorp”, schrijft Geert Mak. “De landbouwgrond aan de wildernis overgegeven? In Frankrijk hetzelfde. Draaide het altijd om de familie? Ook in Polen, Indonesië en Zuid-Amerika.” Carlos is het niet helemaal eens. “Verhuizen was een soort wedergeboorte. Toen ik hier aankwam, was ik toch een beetje in shock. De taal, de natuur, het weer, de sfeer: veel dingen zijn hier nu eenmaal anders. In mijn Peruviaans geboortedorp leeft iedereen op straat en is er overal feest. Hier is het rustig. Op zondag kan ik wandelen zonder iemand te ontmoeten. Still leek in het begin wel een spookdorp. Maar onder die rustige laag, ontdekte ik heel vriendelijke mensen. Ik heb me hier nooit eenzaam gevoeld.”

“Aankomen in Still was een shock, maar na een paar maanden kende iedereen mij. In de stad is iedereen gehaast. Het lijkt alsof mensen er permanent te laat komen. Het dorpsleven is veel meer mijn ding. Hier voel ik me verbonden en vind ik rust.”

Carlos Alban

38 jaar

Geboren in Peru

Gehuwd met Lola en vader van een zoon, Isaac

Beeldhouwer

 

Te voet door het dorp

Burgemeester Laurent Hochard

“Als ik aan een dorp denk, dan denk ik aan mensen die niet gewoon naast, maar mét elkaar leven”

Een beetje opzoeking leert ons dat in 1800 slechts 2% van de wereldbevolking in steden leefde. Dat percentage was in 1950 al gestegen tot 30% om in 2007 een nieuwe mijlpaal te bereiken: meer dan de helft van de wereldpopulatie woonde in steden. Unicef maakte een paar jaar geleden zelfs een interactieve kaart over verstedelijking met de voorspelling dat in 2050 70% van alle mensen in de stad zal wonen. “Vroeger leefde en werkte men in het dorp. Vandaag is dat anders. Mensen verlaten de dorpsomgeving voor hun job”, legt Laurent Hochard, burgemeester van Still uit. Bakker Rémi Siegel beaamt. “Veel mensen uit Still vertrekken ’s morgen naar hun werk in Straatsburg of andere steden en komen ’s avonds terug thuis. 50 jaar geleden was dat ondenkbaar. Iedereen werkte in en voor het dorp. De tijden veranderen. Mensen zijn iets minder deel van de gemeenschap.” Dat pendelen is iets typisch voor onze tijd. Vandaag woont 90.7 procent van de West-Europese bevolking op amper een uurtje reisafstand van de stad.  “Maar ’s avonds en in het weekend komen ze terug”, beschrijft de burgemeester. “De grote steden liggen immers op amper een halfuurtje van Still. Hier vinden ze rust en veiligheid en kunnen kinderen op een fijne manier samen groot worden. Kijk, door je terug te trekken, ontdek je nieuwe energie, nieuwe ideeën en nieuwe kracht om de tumultueuze wereld waarin we leven, te lijf te gaan. Een dorp zoals Still is daar ideaal voor. Het is een plaats waar men op adem kan komen.”

Het dorp als economische eenheid: zo noemt Geert Mak het. Hij beschrijft hoe elk dorp een soort autonome micro-economie vormde. Dat zorgde voor een enorme verbondenheid. “De ouderen beleven het dorp nog steeds als een economische eenheid – al is die in werkelijkheid vrijwel verdwenen”, schrijft hij. “Ieder nieuw gezin is voor hen nog altijd een klant erbij, een kind op school misschien. Voor de jongeren en de nieuwkomers weegt de intieme sfeer en de esthetische kant van het dorp zwaar – het is vaak de belangrijkste reden waarom ze gebleven of gekomen zijn.” De burgemeester van Still beseft dat de economische eenheid verdwenen is, maar ziet dat de harmonie en samenhorigheid overeind gebleven zijn. “Als ik aan een dorp denk, dan denk ik aan ontmoeten. Aan mensen die niet gewoon naast, maar mét elkaar leven. Mijn job is om die verbondenheid te stimuleren. Alles begint bij de school. In Still is er een dorpsvergadering voor kinderen die nadenkt over de gemeente. Daarnaast is er een bruisend verenigingsleven op sociaal, cultureel en sportief vlak. Als bestuur proberen we hen ruimte en middelen te geven om samen te komen en elkaar te ontmoeten. Integratie is deelnemen en participeren aan wat er beweegt en leeft in een gemeenschap.”

“Door je terug te trekken, ontdek je nieuwe energie, nieuwe ideeën en nieuwe kracht om de tumultueuze wereld waarin we leven, te lijf te gaan. Een dorp zoals Still is daar ideaal voor. Het is een plaats waar men op adem kan komen.”

Laurent Hochard

42 jaar

Getrouwd en gelukkige papa van Elise, Lucie en Marie

Op een bankje bij de kerk

Jongvolwassene Amélie Bergholz

“Soms zoek ik bewust de stilte op”

Uit de mond van een politicus, ook al is die heel lokaal aan de slag, klinkt zoiets net dat ietsje idyllischer, maar om een of andere reden geloven we hem. Misschien omdat hij ook in deze barre temperaturen de hele tijd heerlijk vriendelijk blijft. Maar vooral omdat de inwoners het alleen maar kunnen beamen. In Still vormen de jongeren van 17 en 18 jaar bijvoorbeeld een groep. Ze wonen er heus niet alleen voor de intieme stilte of de esthetiek van het platteland. ‘Ik hou wel van de stilte. Soms zoek ik die bewust op, bijvoorbeeld om te studeren”, vertelt Amélie Bergholz. Ze wordt dit jaar zelf 18 en is voorzitter van de jongerenvereniging. “Maar het hechte dorpsgevoel is wat mij hier houdt. We delen ons leven. Soms is het hier kalm, maar dat is de oppervlakte. Als je langer blijft, ontdek je hoeveel initiatief er is bij de mensen en voel je dat er veel meer beweegt dan je op het eerste zicht verwacht. Het is niet omdat het hier kalm lijkt, dat het hier saai is! Met onze jongerenvereniging zamelen we het ganse jaar door geld in en participeren we bij alle dorpsactiviteiten. Met het gespaarde bedrag organiseren we op het einde van het jaar iets leuks. Ik zou niet in een stad kunnen wonen. Thuis zijn we met 4 en op straat ontmoet ik al mijn vrienden. Ik voel me zelden eenzaam.”

“Hier delen we ons leven. Soms is het kalm, maar dat is de oppervlakte. Als je langer blijft, zou je ontdekken hoeveel initiatief er is bij de mensen. In een stad zou ik niet kunnen wonen. Ik hou trouwens wel van de stilte. Soms zoek ik die bewust op, bijvoorbeeld om te studeren. Mijn raad voor jongeren? Open je en leer anderen kennen. Het biedt je nieuwe inzichten.”

Amélie Bergholz

17 jaar

Voorzitter van de jongerenvereniging

 

Bakker

Bakker Rémy Siegel

“Een dorp zonder bakker is een dood dorp”

Hoe zit het trouwens met die worstjes en broodjes in Still, vragen we ons af. Geert Mak schetst in zijn boek op het vlak van charcuterie en andere ondernemingen een somber beeld van zijn geboortedorp Jorwerd. De leesbibliotheek verdween er in 1953, het postkantoor in 1956, de laatste bakkerij sloot in 1970, in 1972 werd de buslijn opgegeven, in 1979 verdween het timmerbedrijf en de vrijwillige brandweer, in 1986 stopte de smid, in 1988 sloot de laatste kruidenier en in 1994 werd de kerk overgedragen aan een monumentenstichting. Still is er dan nog niet zo slecht aan toe, denken we. De veranderende economie mag dan zijn sporen nagelaten hebben, toch blijft het samenhorigheidsgevoel in dit dorp behoorlijk sterk overeind. Tot een paar jaar geleden waren er bijvoorbeeld nog 2 bakkers. “Zoals overal, sterven de kleintjes en blijft er hier of daar één over”, legt bakker Rémi Siegel uit. “Een dorp zonder bakker is een dood dorp. Het is ’s morgens dat men er elkaar ontmoet, dat men er goedendag zegt en dat de nieuwtjes uit het dorp verspreid worden. Als bakker weet ik alles over iedereen.”, lacht hij. “Wij zijn een familiebedrijf, overgenomen van generatie op generatie. Het verschil met vroeger is alleen dat er vandaag inwoners van 5 dorpen tot bij ons komen om brood.”

“Een dorp zonder bakker is een dood dorp. Het is hier dat men elkaar ’s morgens ontmoet, dat men goedendag zegt en dat de nieuwtjes in het dorp verspreid worden. Als bakker weet ik dus alles over iedereen. Ik zie de mensen ’s morgens naar hun werk vertrekken en ’s avonds terug thuis komen. 50 jaar geleden was dat ondenkbaar. Iedereen werkte in en voor het dorp.”

Rémi Siegel

Gepensioneerd bakker

Trots op de familiezaak die hij aan
zijn zoon kon overlaten

Grote fan van voetbalclub F.C. Still

 

Maar er is nog een bedrijf in Still, gerund door Frank Renaudin, getrouwd en papa van 3 kinderen. Hij nam de zaak een paar jaar geleden over als jonge gast en wil de sociale intenties van zijn onderneming absoluut benadrukken. “De winkel bestaat al sinds 1952. De eerste koelkast? Hij stond in onze shop. De eerste vaatwasmachine? Mensen haastten zich tot bij ons. Die tijd is voorbij. Vandaag ben ik chef van 11 werknemers en doen we vooral elektriciteitswerken en herstellingen, maar het winkeltje hebben we behouden. Het is een sociaal gebeuren. Mensen komen er een lamp of een gasfles halen en slaan een praatje. Daar leven we niet van, maar zo binden we onze klanten wel aan ons en kunnen mensen elkaar ontmoeten.”

“Burgers scharen zich hier samen achter een bepaald project. Dat is typisch voor een hechte dorpsgemeenschap. Samenhorigheid en samenwerking: daar draait het om. Hier neemt men echt tijd om de dingen te bespreken.”

Frank Renaudin

39 jaar

Getrouwd en vader van 3 kinderen waaronder één tweeling

Zaakvoerder van een elektriciteitszaak

Stiltegebied

Gepensioneerd boswachter Jean-Louis Stoll

“De natuur is als een geliefde”

“Er zijn woondorpen, door de stad aangevreten dorpen, toeristendorpen, ambtenarendorpen, rijkemensendorpen en boerendorpen” lezen we onderweg in Maks boek. Jorwerd was zo’n klein boerendorpje in Friesland. Het veranderde van een boerendorp in een dorp voor mensen die de stad willen ontvluchten en recreanten. Dat proces begon al in 1945 met de komst van de eerste eenvoudige melkmachine. Het gevolg was dat de boerenknecht werd ontslagen. De daaropvolgende decennia dwong de overheid de boeren tot verdere investeringen. Er moesten melkmachines komen en gekoelde melktanks. Er werd een melkquotum en een mestquotum ingesteld. Concurrentie als gevolg van de betere infrastructuur werd merkbaar. Alles zat de boeren tegen. De ene na de andere hield ermee op.

In Still zijn we vooralsnog geen boeren, noch boerinnen tegengekomen. Een boerendorp zouden we het dus niet noemen. Er wonen vandaag vooral pendelaars, maar ook een pak mensen die erheen verhuisden om er rust en stilte te vinden en er te genieten van de natuur. Logisch, in de stad is er nu eenmaal minder ruimte, stilte en groen. Burgemeester Laurent Hochard weet maar al te goed hoe belangrijk de natuur en de stilte zijn voor de inwoners van Still. “Still was een grens­plekje van het Romeinse Rijk. Het werd geschonken aan de eerste Kardinaal van Straatsburg. In de 18de eeuw werd een groot stuk bos toegevoegd aan het grondgebied Still. De inwoners namen samen de taak op zich om het bos te onderhouden en waar mogelijk ook commercieel te exploiteren. Die respectvolle verbondenheid tussen mens en natuur is typisch voor ons dorp. We proberen te leven van wat de aarde ons schenkt én we zijn solidair zijn met elkaar.”

Op de kaart van Still is een groot stuk van het bos ingekleurd als ‘stiltegebied’. “Dat is een gebied met een goede akoestische kwaliteit”, legt expert Gilke Pée van de Vlaamse Overheid uit. Een tractor in de verte mag, een feestzaal niet. Een autosnelweg nabij is uit den boze, in een stiltegebied worden zoemende motoren vervangen door zoemende bijtjes. Hoe het in Frankrijk precies zit met die stiltegebieden, kon ze ons niet vertellen, maar in België zijn er 9. “De grootste kracht van het label Stiltegebied is dat het een wervende en sensibiliserende functie heeft. Daarom is één van de bijkomende voorwaarden dat zowel politiek, middenveld als burgers worden betrokken.”

Een halfuur en een bumpy ride later, staan we met onze voeten in het besneeuwde stiltegebied. Jean-Louis Stoll was er boswachter van 1972 tot 2013. Als pensioenpresentje kreeg hij middenin het stiltegebied zelfs een eigen kruispunt cadeau. Carrefour Jean-Louis Stoll! “41 jaar heb ik in het bos gewoond en ervoor gezorgd. Ik ken het als mijn broekzak. Of ik God voel in de stilte van het bos? Nee, God is iets anders. Maar de natuur zet me wel aan het denken. Het werk in het bos is totaal anders dan in een fabriek. Ik was op mezelf, volgde mijn eigen tempo en werkte op het ritme van de seizoenen. Soms begon het werk om 4 uur ’s morgens. Andere keren besliste ik om ’s avonds laat nog een paar zaken te controleren of wat door te werken. Een bos heeft geen openings- en sluitingstijden. Het is een constante verantwoordelijkheid. Soms, als er 20 of 30 centimeter sneeuw ligt, voelt het alsof ik me in een andere wereld bevind. Dan is het een beetje overleven. Eenzaam zou ik het niet noemen. Ik was altijd bezig en de bewoonde wereld was nooit ver weg. Het werk en het bos waren mijn gezelschap. De natuur is als een geliefde. Je ziet haar groeien en probeert haar te ondersteunen. De kleine stronkjes die je geplant hebt, zijn 40 jaar later grote bomen. Ik hou van al haar seizoenen. De mooie en de moeilijke, de rustige, de warme en de koude. Ik accepteer het bos zoals het is.”

“Net zoals de liefde is een bos tijdloos: het kent geen openings- en sluitingstijden. Het is een constante verantwoordelijkheid. Ik verzorg het bos dan ook als een geliefde. Ik zie de bomen groeien en sterven. En ik hou van al zijn seizoenen. De mooie en de moeilijke, de rustige, de warme en de koude. Ik accepteer het zoals het is.”

Jean-Louis Stoll

69 jaar

Getrouwd en papa van Olivier en Mathieu

41 jaar boswachter geweest in het stiltegebied van Still

 

F.C. Still

Voorzitter Denis Hildenbrandt

“Wie een missie heeft en verantwoordelijkheid krijgt, engageert zich”

In januari 2018 kwamen alle nationale media en zelfs enkele buitenlandse journalisten naar Still. Nee, er had geen zonderlinge moordpartij plaatsgevonden en er was evenmin zeldzame diersoort gespot. De plaatselijke voetbalclub had zich als eerste ooit geplaatst voor de 32ste finale van de Coupe de France en dat was voor een club van dat niveau een unicum.  “Beeld je in: een dorp van amper 1800 inwoners die het in een officiële match opneemt tegen eersteklasser Troyes.” Denis Hildenbrandt, voorzitter van de club toont ons trots een paar foto’s. Aan de toog hangt een sjerp, speciaal voor die gelegenheid ontworpen. “Er waren 3.500 supporters. Dat is het dubbele van het aantal inwoners”, lacht hij. Beetje bij beetje is de club onder zijn leiding gegroeid. Als industrieel directeur van een bedrijf van 400 man in een naburig dorp, kent Denis het klappen van de zweep. “Engagement is als een licht. Óf je steekt het aan. Óf je dooft het. En eens het brandt, groeit de vlam. Kijk, als ik iets doe, dan smijt ik mij en ga ik tot het uiterste. Engagement betekent doelen stellen en ambitie tonen, ons elke dag verbeteren en uitdagingen aangaan. Mijn missie is om het doel levend te houden bij iedereen die zich engageert voor de club. Ik moet hen in goede en kwade dagen het topje van de berg schetsen, het doel dat we samen voor ogen hebben. Soms moeten we onderweg een andere weg zoeken of hulpmiddelen voorzien, maar we moeten vooruit blijven gaan. Een voetbalclub moet leven. De missie van onze club is voor iedereen ook een persoonlijke missie. De voetballers, de staf, het comité, de aankoop, de feestverantwoordelijke, het onderhoud: ik probeer te zorgen dat iedereen een rol vindt die bij hem of haar past, want wie een missie heeft en verantwoordelijkheid krijgt, die engageert zich. Als het moeilijk loopt of de weg is geblokkeerd, dan moet ik zorgen dat niemand achterblijft.”

De bakker van het dorp, Rémi Siegel, is fan van het eerste uur. Hij luistert mee op de achtergrond, drinkt een colaatje. Rond zijn hals zit de clubsjerp. Als hij over Denis Hildenbrandt spreekt, noemt hij hem voorzitter. ‘Afhankelijk van het moment noemen ze mij hier de president, de senator of de dictator”; lacht Denis. “Ah, als iemand iets wil veranderen, dan bespreken we dat met zijn allen samen. Weet je, ieder weekend staan hier 200 à 250 oud-voetballers, inwoners en sympathisanten.  Oud en jong ontmoeten elkaar. Zonder mensen rond mij, geraak ik nergens. Ik moet mensen bijeenbrengen, het werk samen verdelen en zorgen dat er nadien tijd is om  rond de tafel een goed Belgisch biertje te drinken.”

“Engagement is als een licht: of je steekt het aan of je dooft het. Maar eens het aanzit, brandt het alsmaar krachtiger. Mijn missie is om het doel levend te houden bij iedereen die zich engageert voor de club. Als iemand zijn taken niet uitvoert, dan is er mogelijks iets met zijn engagement. Ik probeer dan het topje van onze berg te schetsen en samen weer te vertrekken. Zo groeit deze club.”

Denis Hildenbrandt

Voorzitter voetbalclub F.C. Still

Geboren en getogen in Still

Gemeentehuis

Ze hebben hapjes voorzien voor ons. Lokale specialiteiten en wijntjes. De tafel staat gedekt. Het lijkt alsof we hier al een paar dagen zijn. De Belgische bieren die we hebben meegenomen, vallen in goede aarde. Heel even denken we terug aan dat ene zinnetje van de burgemeester: ‘Als ik aan een dorp denk, dan denk ik aan ontmoeten.’ Behalve als ze hier ongelooflijk goed toneel kunnen spelen, moeten we hem misschien wel gelijk geven. Buiten is het donker. Carlos, Amélie, Rémy, Laurent. Geen van hen lijkt gehaast. Ze zijn betrokken bij ons project. Één voor één fotograferen we ze buiten bij het oor. Af en toe rijdt een wagen voorbij. Verder is het er stil.

 

 

Volgende trip:

De Stad

Van het dorp naar de stad: een kleine stap voor de mensheid, een grote stap voor de mens. Volgende keer gaan we op zoek naar stille plekken in de stad met architect-scenograaf Geert Peymen bekend van het boek ‘De Luwteplek’ en verkennen we Brussel met onze beide oren én met een blind meisje aan de hand van de zelf-performatieve wandeling die kunstenaar David Helbich op het ritme van de stad ontwierp. Lees er alles over in Still 3.

Het rondreizende oor in jouw werkplek, school, klas, kerk of gemeentehuis?

Wil jij het rondreizende oor een periode ontlenen om gesprekken te doen met medewerkers, om leerlingen elkaar te laten interviewen of gewoon als decor voor een project? Geef ons dan een seintje en we laten je weten hoe het werkt.

Contact: veerle.frissen@fracarita.org – 09 241 19 80

 

 

 

 

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment