“Mensen in armoede lijden vooral aan hun ­binnenkant

 

Redactie: Mattias Devriendt, fotografie: Veerle Frissen & Cuauhtémoc Garmendia, illustraties: Thaïs Anteunis

 

Wanneer heb jij voor het laatst een lang gesprek gehad met iemand in armoede? Het antwoord op die vraag is meestal ‘nog nooit’. Tenzij je het aan iemand in armoede vraagt, natuurlijk. “Ons probleem is dat we alleen nog mensen in armoede kennen, niet meer buiten komen en vereenzamen”, zegt Dirk. Anna is het niet helemaal eens. “Zeg ook eens goedendag aan iemand in kansarmoede die je tegenkomt aan de schoolpoort. Na 10 keer zal het wantrouwen misschien verdwijnen en krijg je een goedendag terug. Dan heb je iets moois gedaan.” Gedaan met spreken óver hen. Tijd voor een vierdubbelinterview met mensen die de armoede van binnenuit kennen.

 

“Tot mijn 18 jaar heb ik bijna geen woord gezegd. Er waren dagen en weken dat mijn ouders amper mijn stem hoorden.” Anna is net zoals Carry ervaringsdeskundige armoede bij expertisecentrum De Link in Brussel. Als ze vertelt, stromen de woorden zo vlot uit haar mond dat ze er soms over struikelt. “Daarna heb ik 8 jaar als een zombie in een crèche gewerkt. Als ik achterom kijk, begrijp ik waarom ik geen verbinding met collega’s kon maken. Er zat bij mij een kwetsbaarheid in de weg en bij mijn collega’s een vooroordeel. Als mensen elkaar de hand niet reiken, blijven we elk in ons hoekje zitten.”

Ze zit vlak naast Carry, een slanke vrouw met subtiel aangebrachte make-up en een warme glimlach. Carry raakte meer dan twintig jaar geleden uit de armoede en stond mee aan de wieg van De Link. Als ze spreekt, licht er vuur op in haar stem. “Wij zijn er via onderzoek en ervaringswerk achter gekomen dat mensen in armoede vooral een pijn voelen die hen belemmert om stappen voorwaarts te zetten. Hulpverlening die alleen problemen detecteert en oplossingen biedt, gaat eigenlijk voorbij aan de pijn die diep in hen geworteld zit. Daarom moeten we eerst met de binnenkant aan de slag.”

Marc en Dirk knikken als ze dat horen. Beiden zijn acteur bij Tutti Fratelli, het Antwerpse toneelgezelschap voor mensen in armoede onder leiding van Reinhilde Decleir. Dirk excentriek en vol passie, Marc wat onopvallender en meer gedrongen. “Op zeker moment leefde ik van 30 euro per week”, vertelt Dirk. “Thuisblijven was de goedkoopste optie om letterlijk te overleven. Waar je mij toen echt blij mee kon maken, was een bord met lekker eten. Zo eenvoudig was het. Het contrast met nu is groot. Toen haalde ik voedselpakketten in een ‘geefwinkel’, nu help ik er als vrijwilliger, leer er mensen kennen en ontmoet er vluchtelingen. Ik ben nog altijd heel laag bemiddeld, maar ik ben nu wel in staat om iets te betekenen voor een ander en dat maakt voor mij een enorm verschil. Je kan niet geloven hoeveel voldoening ik daaruit haal.”

Marc knikt, leunt achterover. Voor hij spreekt, ontsnapt hem elke keer een haast onhoorbaar zuchtje. Er hangt een gigantische foto van hem aan de muur waarop hij in het midden van een rij acteurs pronkt, vlak voor ze samen buigen op het podium van de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen. “Een van de laatste teksten die ik schreef, is getiteld ‘de zachte landing van een extremist’. Mijn hele leven leefde ik in uitersten en wilde ik alles weten. Vandaag heb ik een soort zachte rust gevonden in mezelf. Het leven is een zoektocht naar balans.”

 

De overheid focust vooral op ‘werk’ om mensen uit de armoede te halen. ‘Een job als sleutel tot succes’. Dat klinkt goed.

Anna: “De oplossingen van de overheid zijn niet altijd productief. De tandarts terugbetalen: prima. Maar wie is daarbij gebaat? Je moet dat bedrag wel eerst kunnen betalen voor je een terugbetaling kan vragen. Maximumfactuur: prima. Maar je moet wel eerst dat maximum bedrag uitgegeven hebben. En iedere mens zou inderdaad gebaat zijn bij een goede job, maar er wordt onderschat hoeveel factoren goed moeten zitten om die job écht goed uit te oefenen. Niemand kan 8 uur lang de pijn, onzekerheid, minderwaardigheid, kwetsuren én financiële schulden aan de kant zetten om zich op het werk te focussen. En dus wordt die job vaak een nieuw faalmoment en worden die mensen nog maar eens bevestigd in wat ze zogezegd niet kunnen. En dan hebben we het nog niet over het vaak lage loon. Voor wie kinderen heeft, betekent werk ook een crèche zoeken, waardoor het financiële voordeel van een job vaak meteen wordt weggevaagd. Bovendien vervallen heel wat rechten als je aan de slag bent. Voedselpakketten, vakantieparticipatie, goedkoper transport, toegang tot cultuur, recht op een sociale woning: plots betaal je overal de volle pot.”

Marc: “Voor ons, allerarmsten, is er veel hulp: goedkope maaltijden, ruilwinkels, voedselbedelingen, opvangcentra. Ik wil dus niet te luid klagen. De gewone, werkende arbeider heeft het vaak veel moeilijker dan ik. Hij is de hele dag in de weer, komt ’s avonds moe thuis, verdient amper meer dan het minimumloon, betaalt overal de volle pot, heeft geen ruimte voor cultuur en komt nergens écht in aanmerking voor hulp, want hij heeft een job. Wel, dan zien mijn dagen er misschien nog iets fijner uit. Een job als ‘sleutel tot succes’? Voor mij was dat een belangrijke oorzaak van de miserie. Ik raakte mijn baan kwijt na de val van de Berlijnse muur, waardoor mijn huwelijk afsprong, ik naar Antwerpen verhuisde en uiteindelijk alleen viel in een grote, anonieme stad. Ik besloot voor een knelpuntberoep als buschauffeur te gaan. Dan zou alles opgelost zijn. Een poosje later had ik een job, een auto en een appartement, maar mijn leven was herleid tot werken, eten en slapen. Hobby’s? Sociaal leven? Waar moest ik beginnen? Ach, een job lost niet alles op. Het is maar een stukje van het leven. Veel belangrijker dan de zoektocht naar een job, is het vinden van een evenwicht tussen alle stukjes waaruit je leven bestaat. Want zelfs nadien als halftijds verzorgende bij mensen met een beperking werkte ik dag en nacht. Ik was de kampioen van de overuren. Kijk, je kan nog zoveel oplossingen aanreiken, maar als je de oorzaak van het probleem niet aanpakt, zal er geen enkele oplossing echt werken.”

 

Zijn jobondersteuning en begeleiding naar werk dan slechte maatregelen?

Carry: “Neen, maar ze vormen slechts een deel van het antwoord. Het probleem is dat de meeste tegemoetkomende maatregelen gericht zijn op de buitenkant van de mens: geld, huis, tanden, vakantie, werk. Wat ontbreekt, is de binnenkant. Er wordt geen rekening gehouden met de impact van een maatregel op het gevoel van mensen. Budgetbeheer: goed idee, maar sta ook eens stil bij de schaamte die iemand voelt als hij of zij moet smeken om een cadeau te mógen kopen voor de verjaardag van zoon of dochter. Rationeel zijn veel oplossingen mogelijk, maar ze gaan al te vaak voorbij aan hoe mensen zich voelen. En daardoor blijven de resultaten uit. De oplossing is om tegelijk te werken aan de kwetsbaarheid die mensen elke dag voelen.”

Marc: “Budgetbeheer is vaak wel een enorme hulp. Daardoor krijg je meer controle en grip op je situatie en je hebt recht op betere begeleiding. Destijds heb ik zelf die stap gezet. Budgetbeheer zorgt voor rust in mijn hoofd omdat ik zeker ben dat mijn financiën me niet langer zullen nekken of dat ik niet zomaar meer alles weggeef aan een kennis in moeilijkheden. De medewerkers helpen ook om vakantieparticipatie of huursubsidies te regelen. In die diensten is veel veranderd. Ze volgen me op en laten me niet vallen. Ze geven me de ruimte om met andere dingen bezig te zijn.”

 

Werken aan de pijn en de kwetsbaarheid van mensen in armoede: hoe gaat dat in zijn werk?

Anna: “Tijdens onze opleiding tot ervaringsdeskundige kregen we inzicht in die pijn en leerden we ze ook te benoemen. Dat veranderde mijn leven totaal. Ik werd me bewust van de impact van mijn context, mijn omgeving en mijn verleden op mijn leven. De opleiding geeft inzicht in het waarom van gedrag. Ik ontdekte patronen en mechanismes die mijn handelingen bepalen. Daardoor kan ik mezelf vandaag ook beter sturen. Maar dat proces is zeker niet evident. Het vraagt enorm veel energie, het is heel confronterend en het zet je hele leven op zijn kop. Maar pas op: door alles wat mensen in armoede hebben meegemaakt, kunnen ze wel tegen een serieuze stoot. ‘We moeten de draagkracht van mensen in armoede verhogen’, zeggen ze soms. Dat klopt niet. Ik zeg: we moeten hun draaglast verlagen. Mocht iedereen dezelfde last moeten dragen, dan zou je schrikken wie de grootste draagkracht heeft.”

Dirk: “Inderdaad. Wie in een sociaal isolement zit, raakt alle zelfvertrouwen kwijt. Niemand bevestigt je en de oorzaak van de opeenstapeling van tegenslagen zoek je bij jezelf. Ik haalde mezelf helemaal naar beneden. Bij Tutti Fratelli leerde ik stap voor stap mijn grenzen verleggen en ervaarde ik dat ik iets kón. Ik vind hier passie. Ik geloof weer ergens in. Daar sta je ’s morgens toch voor op?”

 

Is het dan een oplossing dat alle mensen in armoede gewoon die opleiding volgen en klaar is kees?

Carry: “Zeker niet! Zo’n maatregel zou de schuld en de verantwoordelijkheid weer exclusief bij de mensen in armoede leggen. Zij moeten veranderen, zij moeten ‘in therapie’, zij moeten… Natuurlijk zal het hen helpen, maar het is een én-én-verhaal. Ook mensen die niet in armoede zitten, moeten wakker gemaakt worden en hun verantwoordelijkheid nemen om verbinding te leggen, zich kwetsbaar op te stellen, inzicht te krijgen in hun eigen vooroordelen, gebreken en context, gewoon mens te zijn tegenover mensen in armoede en het stigma los te laten. Wij krijgen trouwens heel veel vragen van mensen die niet in armoede zitten om onze opleiding ook te volgen. Dat is begrijpelijk, want jezelf ontdekken is écht een geschenk. Die weg zou iedereen moeten gaan.”

 

Zeg je nu dat iederéén eigenlijk gebaat zou zijn bij therapie?

Anna: “Neen. Wat ik zeg, is dat we elk onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Zoek het niet te ver. Zeg goedendag aan iemand in kansarmoede die je regelmatig tegenkomt en die zich uit onzekerheid wat afsluit. Na 10 keer bestaat er de mogelijkheid dat die het wantrouwen zal loslaten en goedemorgen terugzeggen. Dan heb je iets moois gedaan.”

Marc: “Akkoord, maar veel mensen hebben ook wel zelf veel kapot gemaakt. Je hoeft de schuld niet exclusief bij een ander te leggen. Mensen moeten zelf ook verantwoordelijkheid nemen. Het komt erop aan prioriteiten te stellen. Sommigen geven alles meteen uit en als dan de huur, elektriciteit en gas moeten betaald worden komen de uitvluchten: geld gepikt, portefeuille weg, liegen over onkosten,… Je kan niet wensen dat alles gratis is. Het is gemakkelijk om te zeggen dat de maatschappij niet rechtvaardig is als je zelf je verantwoordelijkheid niet neemt.”

 

Heel veel mensen in armoede leven in eenzaamheid en verliezen alle verbinding met hun omgeving. Kunnen wij daar eigenlijk in ons dagelijks leven iets aan doen?

Carry: “Elk van ons kan een verbindende rol opnemen om bij mensen een missing link te ontdekken en bespreekbaar te maken. Een vrouw die naar De Link kwam, werd gemeden door haar omgeving. Dat kwam omdat ze een lijfgeur had. Toen wij haar dat zegden, stond ze perplex. We hebben haar een poosje niet gezien, maar hielden wel contact, stuurden haar e-mails of een sms. En plots stond ze hier terug. Het was haar duidelijk geworden wat een geschenk die informatie eigenlijk was en hoe oneerlijk iedereen al die tijd tegen haar was geweest. Zij had recht op die informatie. Enkel dan kon ze de keuze maken: óf zo blijven rondlopen óf ermee aan de slag gaan. Om echt een stap vooruit te zetten, is er van beide kanten een inspanning nodig. We leven niet alleen.”

Marc: “Het is schrijnend om vast te stellen hoeveel mensen echt niemand hebben die hen nabij is. Ik heb zelf zo diep gezeten dat ik mij liet opnemen en zei: geef mij maar een spuit. Maar die wilden dat niet, zeg! En zo heeft de wereld nog altijd last met mij. (lacht) In psychiatrisch centrum Stuivenberg zat er iemand in mijn groep die euthanasie wilde na keelkanker. We zongen vlak voor zij stierf nog een paar psalmen samen. Toch ben ik na het spuitje geschrokken van de impact van haar beklijvende sterven. Ik besef nu dat mijn vraag vooral een hulpkreet was. Kijk, mensen in armoede, of dat nu financieel, sociaal of spiritueel is, raken de zin van het bestaan kwijt. Dingen als verbinding, stabiliteit en bestaansreden zijn dan ver weg. Ik heb eens helemaal alleen een kennis begraven die niets of niemand meer had. Je kan je niet voorstellen hoe eenzaam mensen kunnen eindigen.”

 

Mensen in armoede leven vaak heel anoniem en onzichtbaar. Het is vaak heel moeilijk om hen te bereiken.

Dirk: “Het probleem met mensen in armoede is dat ze alleen nog mensen in armoede kennen, niet meer buiten komen en vereenzamen. Door mijn alcoholverslaving raakte ik veel vrienden kwijt en op een bepaalde leeftijd is het gewoon niet evident om nieuwe vrienden te maken. Maar een mens is niet gemaakt om alleen rond te dwalen. De trajectbegeleiding heeft mij weer op een juist spoor gekregen en in januari kwam ik bij Tutti Fratelli terecht. Mijn eerste ervaring met toneel! Maanden aan een stuk drie avonden per week met een groep mensen naar een voorstelling toe werken is een heel bijzondere ervaring. Het is beter dan thuiszitten, tv kijken en piekeren. We krijgen hier ook een maaltijd. Een lekkere maaltijd, iets waar we naar uit kunnen kijken en een moment waarop we elkaar kunnen ontmoeten. Je kan niet geloven hoeveel avonden ik vroeger mijn bord alleen heb moeten leegvorken.”

 

Mensen in armoede zijn vaak achterdochtig en mijden elk gesprek. Welke houding moeten we aannemen om tot een goed gesprek te komen?

Carry: “Toon je kwetsbaarheid. Weet dat mensen in armoede een bijzondere gevoelsradar bezitten. Een leerkracht die geïrriteerd is, een ambtenaar die kort van stof is, een dokter die wat afwezig is: onmiddellijk voelen ze dat aan. Het probleem is dat ze de oorzaak van dat gedrag bij zichzelf leggen. Door hun onzekerheid, kwetsbaarheid en minderwaardigheidsgevoel. ‘Ik zie er niet goed uit. Ik heb misschien iets verkeerd gezegd. Zie je wel, hij wil mij niet helpen. Ik ben niets.’ Nog voor het gesprek begonnen is, ontstaat er al een probleem. Zeg dus ook eens dat je een slechte nacht hebt gehad omdat je kinderen ziek zijn of dat je lastig loopt door een ruzie met je partner. Laten we wat minder stoer doen en ons gewoon menselijk opstellen. Dan ontstaat er verbinding en zullen mensen met een minderwaardigheidsgevoel zien dat het gras niet groener is aan de andere kant. Echt niet.”

Anna: “Nu besef ik dat een ambtenaar aan het loket ook een slechte dag kan hebben, ook lastige kinderen heeft, ook zijn rekeningen in de gaten moet houden en dat het ook hard is als iemand tegen hem of haar begint te schelden. Ik ben dus vooral milder geworden. Milder voor anderen, milder voor de maatschappij en milder voor mezelf.”

 

Dat ‘schuldgevoel’, van waar komt dat? 

Anna: “In de opleiding is er veel aandacht voor ontwikkelingspsychologie. Wat is een normale opvoedingssituatie? Wat is puberen? Wat heeft een kind nodig om te groeien? Gaandeweg ontdekte ik waar het bij mij anders is gelopen en bovendien werd duidelijk dat ik niet de schuldige was van de situatie waarin ik zat, maar dat daar ontzettend veel factoren voor waren. Schuld wordt lichter als je ze kan verdelen over de hele context waarin je bent opgegroeid. In de opleiding tot armoede-experts maakte ik een proces van ontschuldiging door waardoor ik leerde om vergevingsgezind naar mezelf en mijn ouders te kijken. In het begin was ik heel kwaad op de mensen die mij dingen hebben aangedaan en dat is ook goed, maar later kwam er een moment waarop ik het gedrag van de mensen rondom mij ook kon plaatsen. Ik zag in door welk mechanisme zij mij zo hebben behandeld. Dat zij ook kind waren. Dat zij ook in een instelling zaten. Zonder de opleiding was ik nooit de moeder geweest die ik nu ben. In plaats van mij schuldig te voelen over de peuterpuberteit van mijn kind kan ik dat schuldgevoel nu compenseren met verwennerijen. Ik kan trots zijn op mezelf als mijn peuter pubert, want het leert me dat ik het de ruimte geef om te kúnnen puberen.”

 

Armoede wordt vaak doorgegeven van generatie op generatie. Hoe geraakt iemand ooit uit die vicieuze cirkel?

Carry: “Het eerste waarmee we mensen in armoede confronteren is hun communicatie. Mijn vader gaf me de raad terug te slaan als ik geslagen werd. En als ik mijn broer niet verdedigde, dan zou hij me nog een extra pak rammel geven. Op zich was het heel mooi dat hij ons zo wilde beschermen, maar ik werd er wel voor gestraft op school! Inzicht krijgen in je communicatie en in de manier waarop je je gedraagt bij anderen, is heel confronterend. Iemand anders vertelde: ‘Nog nooit hebben ze naar mij geluisterd, ik moet overal op tafel kloppen en ze zien mij nergens staan’. Na een jaar opleiding stelde ze vast dat ‘die diensten en mensen allemaal veranderd zijn, want nu luisteren ze wel!’ Typisch voor mensen in armoede is dat ze successen toeschrijven aan anderen. Ze gunnen zichzelf niet de eer die ze verdienen. Ze zeggen constant ‘dankjewel, dankjewel’, maar ze merken niet op wat hun eigen aandeel is. Wij analyseren samen met hen hoe ze zich gedroegen, wat ze zeiden en welke houding ze aannamen. Hun ogen gaan open als blijkt dat zij zelf het succes hebben gecreëerd. Mensen ontdekken in de opleiding hun krachten, terwijl ze heel hun leven te horen kregen dat ze niets konden.”

Dirk: “In Tutti Fratelli heb ik mijn krachten en mijn passie ontdekt. Daarvoor leefde ik vele jaren in sociaal isolement. Zelfs de tram nemen was een probleem. Ik had een alcoholverslaving, raakte mijn vrienden kwijt, leed onder gerechtelijke problemen, werd dakloos en woonde bijna 9 maanden in een garage. Ik was stilgevallen in het leven en het leven rondom mij viel ook stil. Zo raakte ik in een vicieuze cirkel. Daar geraak je niet uit door stil te zitten. Je moet jezelf in beweging brengen, mensen ontmoeten en uitdagingen aangaan. Ik kickte af in psychiatrisch centrum Sint-Amedeus in Mortsel. Weet je dat slechts 3 procent van de alcoholverslaafden erin slaagt om langer dan een jaar te stoppen? Wel, vandaag sta ik bijna 8 jaar droog en nog elke dag moet ik ervoor zorgen dat ik bezig blijf, mensen om mij heen verzamel, dingen om handen heb en uitdagingen aanga. Ik wil niet opgeven. Afgelopen vrijdag stond ik voor het eerst op een podium, voor 1.600 mensen nog wel. Beklijvend! Ik zie mezelf nog staan na afloop: overdonderd door die volle zaal, mijn ongeloof fluisterend in de oor van de medeacteurs naast mij. Ik heb nog 3 dagen op een wolk gelopen.”

 

Ze kunnen niet: is dat het grootste vooroordeel over mensen in armoede?

Carry: “Ja, maar ook dat ze lui, vuil en agressief zijn. Dat ze te veel huisdieren, te veel kinderen en te veel verschillende partners hebben. En dat ze verkeerde prioriteiten stellen. Iemand met een diploma en een leuke baard is sexy. Iemand in armoede met een baard is onverzorgd. Iemand die na zijn werk een pintje pakt, heeft het verdiend. Een man in armoede op café is een zatlap. En te vuil? Ik heb jaren gepoetst bij hele rijke mensen: daar kan ik heel veel verhalen over vertellen. (lacht) Kijk, het gaat niet om de verschillen. Voor mensen in armoede is het heel helend om te zien dat de auto van rijke mensen ook wel eens vuil kan zijn. We moeten de negatieve vooroordelen loslaten en zoeken naar de kracht in mensen.”

Dirk: “Ze noemen ons vooral profiteurs. Mocht er een pilletje bestaan waardoor je je van niets of niemand nog iets aantrekt, dan zouden heel veel mensen genezen zijn. (lacht) Met ouder worden, verbetert dat. Ik ben vaak wat excentriek gekleed en als ik dan hoor wat mensen over mij zeggen op de tram… (lacht) Ach, je kan je niet voorstellen wat voor mensen er rondlopen op deze aardbol. Zoveel vooroordelen, zoveel onwetendheid. Zoveel mensen die zich bezighouden met peuteren in andermans leven, enkel om hun eigen zorgen te vergeten.”

 

Vooroordelen aan de kant schuiven is niet evident. Verschillen zijn vaak veel opvallender dan gelijkenissen.

Anna: “Precies dat moeten we overbruggen. Mijn vriend is heel perfectionistisch. We zijn aan het verbouwen en er is altijd wel iets waar hij commentaar op heeft. Dat frustreert mij enorm. Ik heb hem gezegd dat het goed is dat hij ook wil dat ons huis afgewerkt is, maar dat het mij frustreert dat het zo perfect moet zijn omdat ik daar nooit aan zal kunnen voldoen. Om uit een discussie te geraken, moeten we zoeken naar wat ons verbindt, veel meer dan naar wat ons verdeelt. Iemand vertelde dat ze altijd woorden had met haar partner over het feit dat ze het bed zo strak opmaakte. Dat deed hem terugdenken aan de jeugdinstelling, terwijl het voor haar net een heel fijne herinnering bleek aan knus logeren bij haar grootmoeder. Zij deed dat uit liefde voor haar man, terwijl het net verstikkend was. Praten is cruciaal om de verschillen te overbruggen.”

 

Wat is De Link?

De Link is voorloper in het opleiden en inschakelen van ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting in Vlaanderen en Europa. Het is uitgegroeid tot een internationaal expertisecentrum.

www.delinkarmoede.be

Wat is Tutti Fratelli?

Tutti Fratelli is een sociaal-artistieke werkplaats in Antwerpen, open voor iedereen, maar met de nadruk op personen die minder kansen kregen in hun leven. Samen maken ze theater, omringd door kunstenaars en professionele medewerkers. Actrice Reinhilde Decleir is oprichtster en bezielster van dit project.

www.tuttifratelli.be

 

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment