“Het is niet omdat je contact wil, dat het ook lukt

5-dubbelinterview met mensen in eenzaamheid

 

Redactie: Mattias Devriendt, fotografie: Veerle Frissen

 

Hoeveel vrienden heb jij? Skype, Instagram, WhatsApp. Etentjes, citytrips, teambuilding. En ondertussen de ene na de andere Facebookpost van mensen over mensen. En toch voelt bijna 1 op 4 60+’ers in België zich heel eenzaam, blijkt uit recent onderzoek van de Koning Boudewijnstichting. Hoe verbonden zijn wij eigenlijk met elkaar en hoe brengen we mensen weer samen aan de praat? “Een vrouw heeft me haar hond aangeboden, maar een hond in mijn bed? Wat moet ik daarmee doen? Ik kan daar toch niet tegen spreken?” Een vijfdubbelinterview met vereenzaamde Gentenaren Hugo, Madeleine en Lucien én met hulpverleners Sien en Griet die hen begeleiden. “Het is een misvatting dat mensen met een netwerk zich niet eenzaam kunnen voelen.”

 

“Ik heb eigenlijk met niemand contact. Soms zie ik Griet, antennewerker vanuit het lokaal dienstencentrum, of een thuisverpleegster. Maar als ik opsta, kan ik meestal de hele dag in pyjama rondlopen, omdat ik toch niemand verwacht. Dat ik een kleinzoon heb die ondertussen 7 is, ontdekte ik via de dienst bevolking. Mijn dochter heb ik namelijk al 10 jaar niet meer gezien.” Hugo Sobrie slikt iets weg als hij het vertelt. Hij woont in een sociaal appartement op de benedenverdieping van een mooi herenhuis in een aardige Gentse buurt. Als hij stapt, lijkt het alsof zijn lichaam een beetje hapert. “17 jaar geleden ben ik gescheiden. Daarna werd ik als gevolg van een operatie geveld door een ziekenhuisbacterie en sindsdien zit ik met een chronische zenuwontsteking wat een enorme rem is op mijn beweeglijkheid. De voorbije 12 jaar kon ik daardoor niet meer werken.” Het wordt een paar seconden stil. “Ja, het leven kan snel omslaan. Weet je, mijn dochter heeft eigenlijk nooit expliciet met mij gebroken. Door strubbelingen in de familie is ze op een gegeven moment gewoon weggebleven. Ik heb al vaak geprobeerd om het contact te herstellen. Bij verjaardagen stuur ik kaartjes, maar mijn kleinzoon weet natuurlijk niet wie ik ben. Ik schrijf er dan onder: opa van Gent. Ik wil mijn dochter de vrijheid geven om er haar eigen uitleg aan te geven. Ik heb haar altijd doodgraag gezien. Ze studeerde hier in Gent en zat vlakbij op kot. We hebben nooit ruzie gehad. Ik denk elke dag aan haar.”

Madeleine knikt als ze dat hoort. Ze heeft zich opgemaakt voor het gesprek en lijkt een beetje zenuwachtig. Als ze spreekt, blijven de woorden onophoudelijk uit haar mond stromen alsof ze vergeten was hoe veel zinnen je ermee kan bouwen. “Ik heb een zoon, die om de 14 dagen op bezoek komt en een dochter”, vertelt ze haastig. “Op haar twaalfde kreeg ze een zware epilepsieaanval. Haar manier van leven veranderde en ze mag geen auto rijden. Maar ik zie haar toch ongeveer 1 keer per maand hoor! En we telefoneren vaak. Maar ze is nog steeds mijn zorgenkindje. Ik heb trouwens ook 3 kleinkinderen en ik verwacht een achterkleinkindje! Fijn hé!” Ze streelt even over haar hondje, Bolleke. “Gelukkig is er ook psychologe Sien. Bij haar doe ik af en toe een keer mijn verhaal. Andere mensen hoeven geen weet te hebben van mijn miserie. Ik babbel graag, maar niet over dat soort zaken.”

 

Witte Huis

 

Iedereen voelt zich wel eens eenzaam. Wanneer moeten we ons zorgen maken?

Sien: “Er zijn soorten eenzaamheid. De sociale factor is natuurlijk belangrijk, maar er zijn ook mensen die wel goed omringd zijn en zich toch eenzaam voelen. De vertrouwensband die we met anderen opbouwen, is veel belangrijker dan de frequentie waarop we iemand zien. Beter één goede vriend waar we alles kunnen aan toevertrouwen dan een uitgebreide kennissenkring van oppervlakkige contacten. Het is een misvatting om te zeggen dat iemand met een netwerk zich niet eenzaam kan voelen.”

Hugo: “Ik herinner mij nog goed het moment waarop ik ten volle besefte hoe eenzaam ik was. Op een dag nam ik de fiets voor een kleine boodschap met het idee om binnen de 5 minuten terug thuis te zijn. Ik viel en belandde in het ziekenhuis. 2,5 weken later werd ik thuis afgezet. Mijn deur stond nog open en mijn televisie zat nog aan. Toen besefte ik dat ik eenzaam was. Ik had er zelfs niet aan gedacht iemand op te bellen om mij uit de nood te helpen. Er was immers niemand. Na het ongeval bracht men mij in contact met een buurvrouw. Ik kan haar nu opbellen als er iets voorvalt. Het is niet zo dat ik na mijn ongeval zat te huilen van eenzaamheid maar ik vond het wel een gemis dat ik blijkbaar niemand kende.”

 

Toch zien en kennen we de échte toestand en gevoelens van mensen niet altijd. Is het vandaag een taboe om te zeggen: ik voel me eenzaam?

Hugo: “Zeker. Ik schaam me voor mijn toestand en durf zeker niet zeggen aan mensen dat ik een sociale woning huur. De vooroordelen zijn gewoon te groot. Misschien denken ze dat ik psychisch ziek ben of dat ik een verslaving heb. Ze moesten een keer weten wat ik in mijn leven allemaal heb meegemaakt’ Ik werkte als assistent bij de Gezinsbond en was jarenlang actief als journalist. Ik beleefde er dingen die een normale mens nooit meemaakt, zoals de hand van de Amerikaanse president Jimmy Carter schudden in het Witte Huis. Ik vertel er niet vaak over. Het is nogal blufferig. En bovendien: wie gelooft er nu dat iemand in een sociale woning ooit met Johannes Paulus II aan tafel heeft gezeten?”

 

Mensen in diepe eenzaamheid hebben geen netwerk en komen amper buiten. Hoe vinden hulpverleners hen?

Sien: “Eenzaamheid speelt zeker bij de helft van onze cliënten een rol. Dat is niet altijd het eerste probleem waarmee ze tot bij ons komen, maar we lezen het tussen de lijnen. Er zijn verschillende opties om eerste stapjes te zetten. We verwijzen vaak naar het dienstencentrum als bron van contact als ze dat nog niet kennen. We bespreken hun interesses en laten hen kennis maken met ons aanbod. Soms raden we ze aan om hier een maaltijd te nuttigen zodat ze onder de mensen komen en een keer een babbeltje kunnen slaan. Dat spreekt niet iedereen aan soms komen ze zo wel hun hart luchten bij ons.”

Griet: “Waar ik bij sommigen eerst een aantal keer moet langsgaan voor ik zicht heb op de situatie, kom ik er bij anderen sneller achter waar hun noden liggen. Bovendien zijn er ook veel ‘zorgweigeraars’. Dat zijn mensen die beweren nergens nood aan te hebben terwijl we wel signalen opvangen van buren die zich zorgen maken omdat het echt niet meer gaat. We kunnen niemand verplichten hé! Zo had ik onlangs een vrouw die alle zorg weigerde tot ze uiteindelijk in het ziekenhuis belandde. Pas dan konden we verdere stappen ondernemen. Spijtig genoeg moeten we soms echt wachten tot het fout loopt en ondertussen hopen dat er geen ernstige schade is. Daar kunnen er tenminste beslissingen genomen worden. Maar er zijn ook anderen. Sommigen zouden maar al te graag willen dat ik een hele dag naast hen zit. Dus ik zeg meestal bij het binnenkomen: ‘Ik passeer even om te zien hoe het met u is en ik heb een halfuurtje tijd,. En soms stap ik ook bewust niet binnen.”

 

IS

 

Eenzaamheid kan een reeks lichamelijke klachten teweegbrengen: stress, een hogere bloeddruk, een slechte nachtrust, depressie. Waarschuwt ons lichaam ons als we de oeroude behoefte aan contact dreigen te verliezen?

Lucien: “Wees maar zeker. Ik voel dat elke dag! Of beter gezegd, elke nacht. Mijn eerste vrouw stierf toen ze amper 24 jaar oud was, een uur nadat mijn zoon geboren werd. Ik ben later wel hertrouwd en kreeg nog een dochter, maar die eerste harde klap ben ik nooit helemaal te boven gekomen. Ik weet wel dat er mensen zijn die nog ergere dingen meemaken, maar je vrouw van 24 verliezen, tekent je voor de rest van je dagen mentaal en fysiek. Sindsdien droom ik de akeligste dingen. Ik droomde afgelopen nacht bijvoorbeeld dat een IS’er zijn kind van 10 jaar onthoofdde. Als ik niet kan slapen, kom ik naar beneden om te roken of ik bel na een nachtmerrie naar de 106 (Teleonthaal) om met iemand te kunnen praten. Ik vertel dan dat ik me angstig voel. De eerste keer was om 2u ’s nachts. Ik voelde me zo slecht en was dood van schrik, maar de man aan de andere kant begreep mij. Een oplossing voor mijn nachtelijke klachten is er nog niet. Ik ben naar verschillende psychiaters geweest. Een vrouw heeft me zelfs haar hond aangeboden, maar een hond in mijn bed? Wat moet ik daarmee doen? Ik kan daar toch niet tegen spreken?”

Sien: “Lucien is geen uitzondering hoor. Kijk, we zijn sociale wezens, dat zit nu eenmaal evolutionair ingebakken. Er is natuurlijk een verschil tussen familie of dichte contacten en bijvoorbeeld de thuishulp die 1 keer per week langskomt. Maar aan die paar uurtjes gezelschap per week kunnen sommigen zich ook heel erg optrekken. Een thuishulp kan dan functioneren als vertrouwenspersoon. Mensen die helemaal afgezonderd leven, zijn eerder een uitzondering.”

 

Men zegt wel eens dat eenzaamheid een vicieuze cirkel is. Eens je het beseft, raak je er heel moeilijk weer uit. Hoe komt dat?

Sien: “Het is niet omdat je contact wil, dat het ook lukt. Ergens alleen naartoe stappen, blijft voor veel mensen een enorme drempel. We proberen in het dienstencentrum een warme welkom te geven aan elke persoon die er voor de eerste keer komt. Het is zeker niet evident om die eerste stap te zetten en iemand aan te spreken. We geven zelfs infosessies over hoe je best het eerste contact legt. We leggen dan bijvoorbeeld uit dat je het gesprek op elk moment op een beleefde manier kan afbreken of dat je op zoek kan gaan naar gemeenschappelijke interesses. Evidente tips die mensen vaak vergeten. We mogen zeker ook intimiteit niet uit het oog verliezen. Oudere mensen zijn vaak nog op zoek naar een partner. Daar wordt te weinig naar geluisterd. Vandaar dat we vanuit het OCMW Gent een soort datingprogramma opstartten. Weet je, soms vragen mensen me gewoon om een knuffel.”

Griet: “Er is ook ons project ‘Buren Voor Buren’ waarmee we bepaalde mensen uit dezelfde buurt aan elkaar proberen te matchen. Soms zitten mensen met hele simpele zorgvragen. Ze vallen ziek, moeten binnenblijven in hun appartementje en vinden niemand om hun hond uit te laten. Dan is het fijn als een buur even bijspringt. Andere keren zoeken we iemand die een wandeling wil maken met iemand die moeilijk te been is. Belangrijk is wel dat beide partijen gemotiveerd blijven. Daarom houd ik de eerste weken intensief contact. Ik kan niet riskeren om behulpzame buren te verbranden. Ja, er leven soms verkeerde verwachtingen bij de opstart, maar er groeien ook vaak mooie dingen uit voort.”

 

Beter een goede buur dan een verre vriend… Is het vandaag dan zo moeilijk om een goede vriend of betrouwbare vriendin te vinden?

Griet: “We focussen niet alleen op buren, maar die zijn wel een evidente groep om mensen mee in contact te brengen omdat ze nu eenmaal dichtbij wonen. Mobiliteit is voor veel mensen namelijk een groot probleem en bij Buren voor Buren speelt dat toch veel minder. Daarnaast begeleiden we mensen ook naar groepsgerichte activiteiten. Maar ook daar is mobiliteit soms de spelbreker.  Het zijn vaak kleine drempels die mensen tegenhouden. Sommigen zitten bijvoorbeeld in een rolstoel of zijn bang dat er geen toilet in de buurt is. Maar met wat extra aanmoedigingen lukt het wel. Kijk naar Lucien! Hij komt dagelijks naar ons ontmoetingscentrum. Een andere drempel is het aanbod. Voor een groep mensen is het niet hun ding of ze vinden geen gelijkgestemden, zoals we bij Hugo gemerkt hebben.”

Hugo: “Persoonlijk hoef ik geen contact omwille van het contact. Ik heb nood aan iemand waar ik een keer iets persoonlijks tegen kan vertellen, zoals een goede kameraad. Tentoonstellingen bezoeken, een uitstap doen, samen filosoferen, de actualiteit: daar liggen mijn interesses. Het journaal mis ik nooit en ik lees veel, vooral non-fictie. Bij de mensen die ik ontmoet, voel ik me vaak niet thuis. Het zou fijn zijn om iemand te ontmoeten met wie ik op dezelfde golflengte zit.”

Lucien: “Mijn buurvrouw komt elke dag van 11u tot 11u15 koffie drinken. Het is een brave vrouw maar ze vertelt altijd over het weer. Ik heb haar graag, maar dat zijn geen gesprekken. Verder komt er elke dag een Turkse vrouw uit de buurt mijn rug wassen. Maar waarom zou mijn rug alle dagen gewassen moeten worden? Ik ben niet vuil. Vroeger deed ze al eens een babbeltje maar inmiddels heeft ze drie kinderen en is er geen tijd meer voor een gesprek. Eigenlijk heb ik weinig goede gesprekken.”

Madeleine: “Beneden waar ik woon, is er een ontmoetingsplek. Als ik weet dat er iemand is die ik ken, daal ik wel eens af om goedendag te zeggen. Ik maak graag een babbeltje, dat kan 5 minuten duren, maar evengoed 20 minuten. Maar op een stoel gaan zitten, doe ik niet. Ik wil altijd kunnen vertrekken. Ik ben een beetje op mijn eigen, zie je. Liefst van al blijf ik op mijn appartement met Bolleke, mijn hondje. Ze is er nu al 9 jaar en we hangen enorm aan elkaar. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zijn we samen.”

 

Foetushouding

 

Veel ouderen geven eenzaamheid aan als één van hun belangrijkste problemen. En die bevolkingsgroep groeit. Hoe moeten we het aanpakken om onze 60-plussers met anderen en met de samenleving te verbinden? 

Griet: “Geloof in hen en zoek naar hun krachten. Geef hen autonomie en doe niet alles in hun plaats. Wat kan iemand nog? Welke interesses heeft hij of zij? Mijn taak is om dat aan te voelen. Lucien speelt bijvoorbeeld graag piano maar niet zonder publiek. Ik moedig hem aan om piano te spelen op de openbare piano die vaak in het stadscentrum te vinden is.”

Sien: “Vergeet ook het idee dat het alleen maar om ‘contacten’ en ‘sociaal zijn’ draait. Ouderen torsen een heel verleden met zich mee. Ze hebben zich in hun leven niet alleen aan mensen gehecht, maar ook aan voorwerpen. Spullen kunnen hen verbinden met hun verleden en zo een houvast bieden. In feite zijn meubelstukken en souvenirs een stuk identiteit. Het is vaak een heel slecht idee om de inboedel te verkopen van een oudere die naar een rusthuis vertrekt. Ook af en toe terugkeren naar het oude huis kan in tegenstelling tot wat vele mensen geloven troost bieden.”

Madeleine: “Klopt. Ik heb mijn meubels dicht bij mij. Ze komen allemaal uit mijn vorige woning. Jarenlang woonde ik in villa’s in Congo en Tunesië. Na de plotse dood van mijn man verhuisde ik naar een klein appartement. Door mijn meubels voel ik me toch min of meer thuis. Ze dragen stuk voor stuk souvenirs en herinneringen in zich, vooral aan mijn tweede man. Hij was mijn god. 19 jaar geleden vond ik hem dood in de hof in een foetushouding. Het lijken 19 dagen… Ik mis hem enorm. Kijk, je hebt mensen die verhuizen en tegelijk allemaal nieuwe meubels kopen. Dat begrijp ik niet. Het is al zo zwaar dat je man sterft. ”

 

We onderschatten ouderen dus…

Sien: “Zeker. Oudere mensen hebben vaak het gevoel dat ze geen controle meer hebben over hun eigen leven omdat er veel dingen voor hen beslist worden. Ze proberen daarom nog zolang mogelijk met de auto te rijden. Als het moment dan komt waarop het echt niet meer gaat, zoals bij Madeleine die tot voor kort nog al haar boodschappen zelf deed, is dat een heel moeilijk aanvaardingsproces. Het is een stukje van hun onafhankelijkheid dat ze afgeven. Als psychologe help ik mensen om ouder worden in de breedste zin van het woord te aanvaarden.

Madeleine: “Ik herinner mij dat moment nog goed. Tot juli verleden jaar had ik een eigen auto, waar ik veel mee op stap kon. Door cataract moest ik mijn wagen verkopen. Dat maakte me meteen een stuk afhankelijker van anderen en dat ligt gewoon niet in mijn aard. Altijd heb ik goed mijn plan getrokken. Op mijn 22ste verhuisde ik met mijn eerste man naar Congo en reisde met mijn kinderen heen en weer naar België. Ach, het leven loopt raar. Ben ik eenzaam? Ik weet het niet. Ik ben verstandig genoeg om tegen mezelf te zeggen: het is nu eenmaal zo.”

 

 

Kunnen we

eenzaamheid meten?

Er bestaat geen perfecte test om eenzaamheid te meten. Alles hangt af van de precieze doelstelling. Mensen met een uitgebreid sociaal netwerk kunnen zich leeg en verlaten voelen terwijl er anderen zijn die bewust het alleen zijn opzoeken om zich te herbronnen en aan zelfreflectie te doen. Een wetenschappelijk verantwoord instrument dat wereldwijd wel veel wordt gebruikt is de UCLA (University of California, Los Angeles) Loneliness Scale. Dit meetinstrument is bedoeld om te meten hoe sterk eenzaam iemand zich voelt. Je vindt de 20 stellingen en de score-berekening op www.still-magazine.be. Een verkorte versie van deze Loneliness Scale geven we hier. Aan de hand van zes stellingen wordt de mate van eenzaamheid bepaald. De stellingen luiden als volgt:

  1. Er zijn mensen met wie ik goed kan praten.
  2. Ik voel me van andere mensen geïsoleerd.
  3. Er zijn mensen bij wie ik terecht kan.
  4. Er zijn mensen die me echt begrijpen.
  5. Ik maak deel uit van een groep vrienden.
  6. Mijn sociale contacten zijn oppervlakkig.

De antwoordcategorieën zijn: ‘ja’, ‘soms’ en ‘nee’. Een ‘ja’ levert 0 punten op, een ‘soms’ 1 punt, en een ‘nee’ 2 punten voor de stellingen 1, 3, 4 en 5. Bij de stellingen 2 en 6 zijn de antwoorden anders gecodeerd. Een ‘ja’ levert 2 punten op, een ‘soms’ 1 punt, en een ‘nee’ 0 punten. De zes vragen kunnen samen maximaal 12 punten opleveren. Een hogere score betekent een sterkere mate van eenzaamheid.

Iemand wordt eenzaam genoemd bij een score van 7 punten of hoger. Iemand die 1 tot en met 6 punten scoort wordt als ‘weinig of enigszins eenzaam’ gezien. Mensen kun je als eenzaam classificeren als zij op ten minste één aspect van hun sociale contacten een sterk gemis ervaren. Degenen die weinig of enigszins eenzaam zijn, ervaren niet constant een sterk gemis maar op ten minste één aspect soms een gemis.

 

Prisma-app maakt verbinding tussen

bejaarden met dementie en verzorgend personeel.

In februari 2018 startte het Prisma-team met een piloot­project in Brusselse rust- en verzorgingstehuizen. De Prisma- app bundelt met de hulp van familieleden anekdotes, foto’s en video’s uit het leven van persoon met dementie en heeft als opzet de relatie tussen de bewoners en het verzorgend personeel van een WZC te verbeteren. Het doel? De app toegankelijk te maken voor alle WZC’s in België.

De Prisma-app heeft een tweeledige functie. De bewo­ner wordt getriggerd door fijne herinneringen uit zijn/haar verleden en het verzorgend personeel kan de ach­tergrond van de persoon ontdekken. Dat vergemakke­lijkt een aanknopingspunt voor een gesprek. “Ik streef naar een samenleving waar mensen terug warmer met elkaar omgaan en waar er tijd wordt gemaakt om te luisteren naar elkaar”, aldus Frederik Vincx, bezieler van de app. Als ontwerper en ondernemer is hij steeds op zoek naar oplossingen voor de sociale sector.  Hij liep een maand lang elke dag mee met de verzorgers in een rusthuis in Zonhoven en merkte op dat er wegens tijdsgebrek vooral sprake is van een mechanische zorg met gevolg dat er weinig verbinding is tussen de bewoners en de verzorgers. “Mensen met dementie ervaren een disconnectie waar­door ze meer in zichzelf gekeerd zijn en moeilijker con­tact leggen. Ook het praten verloopt vaak moeizamer. Het ziektebeeld werkt isolatie in de hand”, verklaart Frederik.

www.prisma.care

 

Zorgbedrijf Roeselare laat maaltijdbezorgers en klanten

samen tafelen

In 2017 werd er door Zorgbedrijf Roeselare op vraag van de maaltijdbezorgers een experiment opgezet. Bezorgers kregen voortaan extra tijd om op het einde van hun ronde samen met de klanten een maaltijd te nuttigen.Onderzoek in samenwerking met de Hogeschool West-Vlaanderen had uitgewezen dat 46% van de klanten altijd alleen aten, weekdagen en weekends.

De maaltijd wordt geleverd in een gezellige picknickmand, inclusief servies. Momenteel wordt er bekeken of het zorgbedrijf ook maatschappelijke werkers en schoonmakers kan inschakelen als maaltijdmaatjes en is er interesse van naburige gemeentes. Laurens Deboeuf, coördinator van het project, benadrukt dat het zorgbedrijf er wil zijn voor iedereen die graag gezelschap heeft tijdens de maaltijd en zich niet louter richt tot mensen die eenzaam zijn.

Omdat het psychologische en emotionele aspect heel belangrijk is, krijgen de maaltijdbezorgers een aparte opleiding. Laurens: “Een van onze bezorgers zag een man twijfelen toen ze een extra stoel aan tafel wou schuiven. 15 jaar geleden was zijn vrouw gestorven en sindsdien had er nooit meer een tweede stoel aan de eettafel gestaan. Het was wennen maar nu is hij heel dankbaar.” Ook naburige gemeenten zoals Waregem en Brugge zijn al komen luisteren hoe ze het in Roeselare doen. “De sleutel tot succes ligt bij de maaltijdbezorgers”, licht Laurens toe. “Zij bouwen een vertrouwensband op die heel waardevol is.”

https://www.zbroeselare.be/diensten-huis/warme-maaltijden-met-glimlach-huis

 

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment