Idylle

 

door David Troch

Fotografie: Patrick Henry

 

Je wou een kind van me. En dat kind zou in meerdere, nee, in alle betekenissen van het woord knap zijn. En na het eerste wou je er misschien nog wel een. Drie, dat vond je een mooi aantal.

Die avond op café stippelden we de toekomst uit. Omdat we niet konden kiezen tussen een landgoed en een herenhuis, zouden we ze allebei nemen. Het herenhuis pal in het centrum van de stad, dat sprak voor zich, goed en wel beschouwd was het Gent dat ons bij elkaar had gebracht. Het landgoed niet in het obligate Frankrijk of Spanje, eerder in een land als Kroatië of Tsjechië.

In elk geval een plek waar we de taal niet spraken. Waarom precies, daar konden we zo snel geen reden voor bedenken. Tenslotte zaten we al aan ons derde of vierde bier en soms voelt iets zo natuurlijk dat je het niet kapot moet redeneren.

Ach, dat landgoed. We fantaseerden er een zwemvijver, een boomgaard en een godganse veestapel bij. Naar die idylle zagen we ons al vluchten in de zomer, de schoolvakanties en wanneer we er ook maar de kans toe hadden. Wij en onze kroost. Elk kind een slaapkamer, zowel in het herenhuis als op het landgoed. Want te kort zouden ze niks komen.

Het zou ons voor de wind gaan zoals het ons nog nooit voor de wind was gegaan. Ons verleden, dat lieten we maar wat graag achter. Dat verleden was zwaar, loodzwaar, geen sprake van dat we dat meezeulden. Voortaan zou alles licht zijn, omdat dat nu eenmaal is wat liefde en vooral prille verliefdheid doet, het verlicht de dingen.

Of was het de drank die ons bij elke slok lichter maakte? We wisten het niet, we wilden het niet weten. We zweefden ontegensprekelijk. Het viel ons op hoe laag het plafond in het café was. Hoe was het mogelijk dat onze romance in zo’n donker en smerig hol aan het ontluiken was?

Onze monden vielen ervan open, het was niet moeilijk om er een tong in te laten verdwijnen. En aldus geschiedde. Hadden we ons niet in een openbare gelegenheid bevonden, we hadden ter plekke werk gemaakt van dat eerste kind.

De avond was al flink richting nacht opgeschoven en het verglijden van de tijd had ons verlangen naar de hoge kamers in ons herenhuis torenhoog gemaakt. Bij ons vijfde of zesde bier spraken we af dat we de volgende ochtend bij makelaarskantoren zouden langslopen. Beetje kijken welke opties er waren. De droom concreet maken. Daar klonken en dronken we op. Weer bezegelden we onze toekomst met een stel stomende zoenen.

Door al dat hitsig gefrunnik verloren we uit het oog dat jij een man had en ik een vrouw. En misschien waren de ringen die om onze vingers brandden wel de reden dat ik zelfs na zeven biertjes het lef niet had om je te storen in het ogenschijnlijk amoureuze gesprek dat je voerde met de man die misschien wel de jouwe was.

 

Wie is David Troch?

David Troch is coördinator vorming bij Creatief Schrijven en Gents stadsdichter op rust. Zijn novelle in verzen ‘bianca blues’ is naar het Spaans vertaald.

 

Wat kan David iedereen een keer aanraden?

De mengelmoes van euforie en pijn na een marathon.

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment