Brief

Door Bart Koubaa

 

Beste Jezus,

 

Waarom heb je eigenlijk geen autobiografie geschreven? Ik weet dat je kunt lezen en schrijven, ik weet dat je verteltalent hebt; waarom zijn er dan geen verhalen van jouw verheven hand? Denk eens aan de vele misverstanden en onduidelijkheden die door jouw schrijven vermeden hadden kunnen worden. Ik wil best geloven dat je niet door ijdelheid werd gedreven en het niet nodig achtte via letterkundige omwegen je ideeën op te dringen, maar toch, het blijft soms gissen wat je nu werkelijk bedoelde. Heb jij bijvoorbeeld echt gezegd dat de eersten de laatsten zullen zijn? Volgens Marcus en Matteüs heb je beweerd dat vele eersten de laatsten zullen zijn. Ik citeer Lucas: ‘Er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’ Je begrijpt, beste Jezus, dat dit voor onenigheid zorgt. Treuzelaars en achterblijvers zullen blijven roepen dat de eersten de laatsten zullen zijn, terwijl volgens de logica van de testamenten misschien niet de meeste eersten de laatsten zullen worden. Dat is één zaak, want dan hebben we het nog niet over de inhoud van je uitspraak gehad. Wat heb je er precies mee bedoeld? Gaat het om bescheidenheid? Ik wil best aannemen dat een verstandig man niet naar aanzien en eer streeft, dat hij geen clown wil worden die verslaafd is aan geld, applaus en lofuitingen, maar ik weet niet zeker of je het daarom moest laten een autobiografie te schrijven; correct me if I’m wrong.

Ik heb Matteüs nog een keer geraadpleegd in verband met die eersten en die laatsten. Hij tekent een mooi en duidelijk verhaal op waaruit inderdaad blijkt dat er geen plaats is in het hemelse koninkrijk voor zij die een hoge dunk hebben van zichzelf. Daar kan ik me goed in vinden, maar toen ik verder las, stuitte ik op een andere, numerieke onduidelijkheid. Matteüs schrijft: ‘Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart.’ Met alle respect, beste Jezus, maar als ik de evangelies van Lukas en Matteüs naast elkaar leg, sta ik voor een klein mysterie. Beide evangelisten noemen elk twaalf apostelen, waarvan elf namen overeenkomen, maar één naam verschilt. De een heeft het over Lebbeüs en de ander over Judas, de broeder van Jakobus, een andere Judas dan Judas Iskariot die bij beide schrijvers voorkomt en die jij maar al te goed kent. Als ik weer de logica loslaat op deze passages waren er dus dertien apostelen; een probleempje dat niet zou bestaan hebben als jij de namen op papier had gezet. Er zijn zoveel vragen. Wat heb je tussen je twaalfde en je dertigste uitgespookt? Ben je als jongeman in Engeland geweest zoals sommigen beweren? Heb je nog broers en zussen? Ik zou het graag weten. Of zie ik het verkeerd en heb je niets opgeschreven omdat je een mens bent onder de mensen, een man van de daad? ‘Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen,’ dat heb jij toch gezegd? Geen woorden maar daden; is het niet?

 

Wie is Bart Koubaa?

Bart Koubaa is schrijver en fotograaf.
Zijn werk verschijnt bij uitgeverij Querido.

Hoe komt Bart tot herbronning?

Ik hernieuw mezelf door vogels te observeren, door ze te detecteren en te definiëren. Dan word ik leeg en kan ik terug naar de bronnen; in mijn geval zijn dat de boeken of passages uit boeken die me gevormd hebben als schrijver: ik herlees Beckett, Borges, Brodsky, Kafka, de Russen en de Romeinen; het zijn regenwouden waarin steeds nieuwe gedachten en sporen te ontdekken vallen… Ik heroriënteer mezelf ook door non-fictie te lezen en te praten met mijn vrouw en kinderen, met mijn vrienden; ik ben nieuwsgierig, op zoek.

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment