Meneer Pastoor

Door Sylvie Marie

 

Vroeger, in mijn lagere school, kwam meneer pastoor bij ons in de klas om de biecht af te nemen. Een deel van het lokaal werd met een paravan afgeschermd en een voor een moesten we bij de priester gaan. Het was steevast een van de meest serieuze en ongemakkelijkste momenten van het schooljaar. Niet omdat we op ons eentje een geestelijke moesten trotseren, maar vooral omdat we met zijn allen geen idee hadden wat we moesten opbiechten.

Tijdens de speeltijd die aan de biecht voorafging, verzonnen we als bezetenen onze misstappen. De meest genoemde was ‘ruzie maken met broer of zus’. Ik herinner me dat ik die zonde ook een paar keer heb gebruikt. Een enkeling durfde te zeggen dat hij zijn ouders weleens tegensprak en ik heb ooit eens gehoord dat iemand had bekend dat hij twijfels had over het bestaan van God. De priester glimlachte altijd minzaam en vroeg of we er spijt van hadden. Dat hadden we. Heel erg zelfs. We bogen het hoofd en de priester verklaarde dat onze zonden ons vergeven waren. Het was een pak van ons hart.

Vaak was de klus op een paar minuten geklaard, maar soms durfde de priester doorgaan op onze belijdenis. Dan vroeg hij naar voorbeelden. Nog erger werd het wanneer hij ons aanmaande manieren te zoeken om de zonde te vermijden. Het werd ons heet onder de voeten. Vreemd genoeg vergaten we die dingen altijd te bespreken op de speelplaats.

Een tijd geleden kwam ik de priester tegen op straat. Hij leefde nog. Het was het eerste wat ik dacht toen ik hem zag. Raar, ik heb wel vaker het idee dat mensen uit mijn jeugd reeds lang dood zijn. Ik denk dat dat komt omdat ik als kind hun leeftijd veel te hoog inschatte. Ook deze priester zag er nu eigenlijk nog best jong uit. Het zegt iets over mij.

Natuurlijk herkende hij me niet. Hoe kon dat ook? Ik was een van de vele kinderen in de klas. Hij deed trouwens de hele school. En wie weet deed hij nog andere scholen. Dat terwijl hij voor mij de enige priester is bij wie ik ooit op de biecht ben geweest. Of ja, toch heb gedaan alsof.

Ik heb het hem die middag op straat verteld. Ik sprak hem aan, stelde me voor en zei dat ik nooit echt bij hem op de biecht ben gegaan vanwege een stuitend gebrek aan schuldbesef. Een schuldbesef dat ik nu, als volwassene veel meer heb. Ik vertelde hem zelfs dat ik al wist wat mijn toekomstige zonden zouden zijn. Dat ik dat wist vanwege Facebookfilmpjes over mensen die op hun sterfbed vertelden waar ze spijt over hadden. Zo zou het me later spijten dat ik me te veel zorgen heb gemaakt over dingen die er niet toe deden of die zelfs nooit gebeurd zijn. Of dat ik mezelf nooit mooi gevonden heb op het moment dat ik het eigenlijk wel was. Of dat ik niet genoeg heb gedanst en gewandeld toen ik het nog kon. Die dingen. En dat het eigenlijk jammer was dat we niet beseften hoe gelukkig we waren wanneer we gelukkig waren. Ik vertelde het aan hem, zonder dat ik met hem in de biechtstoel zat, zonder voorafgaand kruisteken en zonder er zelfs bij stil te staan dat ik eigenlijk een schuld beleed, dat ik oprecht iets aan het opbiechten was.

Hij lachte alleen maar. Hoofdschuddend. Toen zei hij: ‘Wel, bij deze is dat ook opgelost’, en vervolgde zijn weg.

 

Wie is Sylvie Marie?

Sylvie Marie is schrijfster en leerkracht Schrijver aan verschillende academies in Vlaanderen. Ze publiceerde vier dichtbundels en een roman. Met Altijd een Raam won ze de Prijs Letterkunde van de provincie Oost-Vlaanderen en naar aanleiding van haar recent verschenen bundel Houdingen noemde Tzum haar al ‘een sieraad voor de poëzie’. Ze woont en werkt in Gent en staat heel regelmatig op diverse literaire podia.

 

1 Reactie

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment