“Vergeet nooit dat jij morgen de hulpvrager kan zijn”

Drie-dubbelinterview over vluchten en aankomen

Redactie: Nikkie Steyaert en Mattias Devriendt, fotografie: Mattias Devriendt, Filip Erkens

23.000: zoveel asielaanvragen liepen er in 2018 in België binnen. Oorlog, politieke ideeën, seksuele geaardheid, geloofsovertuiging. Syrië, Afghanistan, El Salvador, Eritrea. Genoeg redenen en plekken. Maar ook binnen ons schijnbaar veilig Belgenlandje zijn kinderen en volwassenen op de vlucht. Pestende klasgenoten, dwingende pooiers, veeleisende dealers of agressieve partners. Wie vlucht, hoopt op een veiliger leven met meer kansen. Je weet wat je achterlaat, maar je weet niet wat er komt. Wij spraken met Myriam, bijna 20 jaar slachtoffer van huiselijk geweld, met Annelies Wynant die 8 jaar als Protection Officer en supervisor werkte op het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen in Brussel en met Geert Danneels, coördinator van Huize Triest, een vluchthuis en opvangcentrum voor armen en daklozen van Broeders van Liefde in Gent. “Er zal altijd iemand zijn die je wil helpen, je moet het alleen durven vragen.”

“Ik was 24 toen ik als Protection Officer mijn eerste interview deed met asielzoekers”, vertelt Annelies. 2 maanden geleden koos ze na 8 jaar voor een andere functie op het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, maar als ze vertelt, lijkt het alsof ze het nog steeds doet. “Ik moet zeggen dat
die gesprekken best overweldigend waren in het begin. Er zit een man of vrouw voor je, vaak met advocaat en tolk, die zijn of haar land is ontvlucht, weken onderweg is geweest en in 3 of 4 uur tijd aan mij helder moet uitleggen waarom het onmogelijk is om terug te keren naar het land van herkomst. Zo’n gesprekken verlopen vrij onvoorspelbaar. Wij moeten heel erg inspelen op het moment om het verhaal zo volledig en zorgvuldig mogelijk in kaart te brengen. De beslissing die wij op basis daarvan nemen, is voor hen levensbepalend.”

BLAUW OOG

Vluchten, waarom doen mensen dat eigenlijk?

Annelies: “Dat is heel uiteenlopend. Elk verhaal is anders. Weet je, heel veel mensen willen helemaal niet vluchten. Ze zeggen mij letterlijk ‘ik had nooit gedacht dat ik mijn land zou moeten verlaten’. Maar door omstandigheden blijkt vluchten hun enige uitweg om te overleven. Als zo iemand voor je zit, snijdt dat wel. Daarom is de grondgedachte van het vluchtelingenverdrag dat we kijken of mensen eerst in hun eigen land veiligheid kunnen vinden en dan pas in het buitenland.”

Myriam: “Bij mij was vluchten inderdaad de enige uitweg. Mijn partner was enorm gewelddadig en agressief. ’s Avonds kwam hij vaak dronken naar huis en dan moest ik het bekopen met fysiek en verbaal geweld. Als ik hem hoorde thuiskomen, stond mijn hart stil. Ik was doodsbang. Een brood kopen? Daar moest ik
eerst toestemming voor vragen. Ik mocht ook niet zomaar het huis verlaten om langs te gaan bij vrienden of familie. Hij zag mij als zijn eigendom. Mijn kinderen waren uiteindelijk mijn drijfveer om te vertrekken. Ze wilden geen contact meer met hem, ze vroegen mij om te vertrekken. Dat was het moment waarop ik ‘stop’ zei. Ik trok weg en leerde een nieuwe man kennen. Hij had problemen met zijn gezondheid, met de belastingen en met het gerecht, maar hij was lief en attent. Dus vertrouwde ik hem. Ik verkocht mijn huis in Vilvoorde en trok in bij zijn ouders, maar daar mocht ik me niet domiciliëren. Ik raakte in de problemen met mijn identiteitsdocumenten omdat ik geen wettelijk adres had. Mijn uitkering verviel en ik mocht niet aan het werk. Na een jaar werd mijn nieuwe partner gewelddadig. Ik maakte mezelf wijs dat ik het gewoon moest accepteren: de slagen, een blauw oog, de verbale agressie en vooral de angst. Ik werd zijn speelbal: hij werkte alles op mij uit en ik liet hem begaan. Ik kon maar niet geloven dat ik opnieuw in dezelfde situatie verzeild was geraakt. Ik was zo afhankelijk van hem: geen werk, geen geld, geen eigen huis en geen familie bij wie ik terecht kon. Ik had letterlijk niets of niemand. Duizend keer heb ik me afgevraagd wie me kon helpen. Op een zeker moment had ik er genoeg van. Ik zei voor de tweede keer stop en besloot om deze keer écht hulp te vragen.”

Je bent uiteindelijk meer dan 15 jaar samen geweest met gewelddadige mannen. Waarom heeft het zo lang geduurd voor je vluchtte?

Myriam: “Ik wilde een perfect gezinnetje. Een kind heeft een mama én een papa nodig. Dat idee kon ik niet loslaten. Het heeft jaren geduurd voor ik besefte dat mijn man er in theorie wel was, maar in de praktijk niet. Hij was totaal afwezig in het leven van de kinderen. Ze werden bovendien constant geconfronteerd met
zijn gewelddadig karakter. Het was ontzettend moeilijk om te vertrekken. Ik had niemand bij wie ik kon aankloppen, want mijn familie had met mij gebroken omwille van mijn keuze voor mijn eerste partner. Ze schaamden zich voor die relatie. Ik leefde twintig jaar in angst omdat ik dacht dat er niemand was die me kon helpen, maar nu weet ik dat dat niet klopt. Er zijn altijd uitwegen en je moet die zelf zoeken. Niemand kan je lasten dragen, als je ze niet durft te delen. Niemand zal naar je verhaal luisteren, als je niet wil spreken. Een eerste keer om hulp vragen is zeer moeilijk, dat weet ik. Maar eenmaal je die stap overwint, gaat de bal aan het rollen. Echt waar, er zal altijd iemand zijn, daar ben ik het levende bewijs van.”

Hoe komt het dat mensen het zo moeilijk hebben om hun ‘thuis’ te verlaten?

Geert: “Ik zit al 39 jaar in het vak en soms denk ik bij mezelf: Geert, wat heb je nu bereikt? Mensen hervallen, willen niet geholpen worden, hun familie verzeilt in dezelfde problemen,… De geschiedenis herhaalt zich keer op keer. Soms kom ik mensen tegen die me 35 jaar geleden uitgescholden hebben. Ze zitten in dezelfde miserie en beseffen nu pas dat ik toen al het beste met hen voor had. Het lijkt alsof het slechte ons aantrekt en we maar niet leren uit onze fouten. Dat is de befaamde vicieuze cirkel, hé: het kost ontzettend veel moed en moeite om stop te zeggen en uit een milieu te stappen. De drijfveer moet sterk genoeg zijn én de persoon in kwestie moet het gevoel hebben het alleen aan te kunnen. Hulpverleners moeten dus vooral inzetten op zelfredzaamheid en zelfvertrouwen zodat ze na een tijdje overbodig worden. Maar goed, ik blijf me optrekken aan alle mensen die wel geholpen zijn en een beter leven opbouwden. Ook de jongeren die vragen wat ze kunnen doen om onze mensen te helpen of een beetje van hun studentengeld doneren, geven mij hoop.”

RACIST

Vluchtelingen vertrekken, maar weten niet waar ze zullen aankomen. Het enige wat ze willen is een veilige plek. Met welke angsten kampen mensen die op de vlucht zijn?

Geert: “Veel vrouwen die hier aankloppen, hebben slechte ervaringen met mannen. Ik moet me daar als mannelijke hulpverlener bewust van zijn. Ze stellen zich vaak zeer defensief op en het is belangrijk hen voorzichtig te benaderen. Hetzelfde geldt trouwens voor hun kinderen. Er waren eens kindjes van een vrouw die zich in de kast verstopten, telkens als ik opdook. Puur omdat ik een man ben.”

Myriam: “De eerste maanden had ik veel schrik om mijn ex tegen te komen. Ik herinner mij de eerste september nog heel levendig. Ik was zo bang dat mijn ex-partner mijn kinderen zou opwachten aan school, dat hij hen zou lastigvallen of pijn zou doen. Door de angst te delen met mensen in het vluchthuis, werd ze echter lichter. En ik kon rekenen op de politie. Zij zijn er om te helpen. Ondertussen heb ik mijn angst overwonnen. Pas op, ik zal me als vrouw altijd een beetje onveilig voelen op straat, omdat ik gewoon niet dezelfde fysieke kracht heb als een man. Maar ik ben vrij, ik kan gaan en staan waar ik wil en ik moet geen verantwoording meer afleggen. Maar het is niet gemakkelijk om de knop om te draaien. Dat heeft echt tijd nodig.”

Geert: “Ik ben het gewoon dat ik in dit vak met agressie geconfronteerd word. Er is altijd wel iemand die op wraak uit is. Ik ben soms de buffer tussen de hulpzoekende en diegene of datgene waarvan ze vluchten. Ooit stond er een man voor mijn neus die mijn eigen gezin bedreigde. Dan moest ik even slikken, maar ik weet waar ik aan begonnen ben. Schrik heb ik niet echt. Ik krijg vaak scheldwoorden naar mijn hoofd geslingerd. Maar ik besef dat agressie meestal voortkomt uit angst en verdriet. Daardoor kan ik het beter plaatsen.”

Wie beslist te vluchten, laat zijn huis, land en cultuur achter en komt in iets nieuw terecht. Hoe lastig zijn die cultuurverschillen?

Geert: “Cultuurgebonden oorzaken zijn vaak de reden waarom mensen vluchten en op straat belanden. De dakloze is heus niet meer de aan alcohol verslaafde oude man met de baard, maar eerder de gekwetste tiener, de homoseksuele man die niet geaccepteerd wordt binnen zijn omgeving, de rijke zelfstandige uit Sint-Martens-Latem die plots failliet gaat en alles verliest of de mishandelde vrouw. Ik probeer heel correct te zijn en de mensen hier ook wat waarden bij te leren. Respect is belangrijk, ik help wie het nodig heeft. Wie op eigen benen kan staan, moet ook weer vertrekken. Ik moet een grens trekken in wat kan en wat niet kan. Dat is niet altijd simpel. Soms noemen ze mij ‘racist’, als ik iets niet wil doen of hulpverlening stopzet. Dat soort dingen kunnen bij mij niet door de beugel. Pas op, ik pen niet alles neer wat hier gebeurt, net omdat groeien gebeurt met vallen en opstaan. Soms moeten we iets door de vingers zien, omdat dat op dat moment het beste is voor de persoon in kwestie.”

Annelies: “Ja, die cultuurverschillen zijn soms enorm groot. Wij proberen echter om elke persoon op een gelijkwaardige manier te interviewen. Soms moeten we
de moeilijkheidsgraad van onze vragen aanpassen, kinderen laten we tekenen wat ze meegemaakt hebben en we hebben ook tools om hen te helpen als ze er de woorden niet voor vinden. Weet je, er zijn mensen die het interviewconcept vraag-antwoord niet eens beheersen. Toch moeten we ervoor zorgen dat ook zij de juiste elementen uit hun verhaal vertellen in die 3 à 4 uur. Natuurlijk zouden zij 2 of 3 dagen kunnen blijven vertellen, maar wij zijn geen psycholoog en ook geen hulpverlener.”

OP STRAAT

Jij bent wel hulpverlener, Geert. Wat is helpen voor jou?

Geert: “Helpen is luisteren en doen. En dat zit vaak in kleine dingen. Maandverbanden halen in de winkel, mee wandelen op straat zodat een vrouw zich veilig voelt,
zoeken naar een huis, wetgeving uitpluizen, op vrijdagavond de jongens eens meenemen naar het voetbal, iemand een rustpunt geven. Je moet ervoor zorgen dat de hulpvrager gedragen, gezien, gevoeld en gehoord wordt. En er staan, ook op mindere momenten. Vergeet nooit dat jij morgen de hulpvrager kan zijn. Mijn vader heeft een zwaar ongeval gehad waardoor hij beide benen is verloren. Van de een op de andere dag was hij zijn werk kwijt. Het kan allemaal zo snel gaan. Maar ook dan moet je hulp durven vragen. Desnoods aan de politie. Zij zijn mijn beste vrienden. Vaak rijden zij ’s nachts rond met mensen in de combi, op zoek naar een plaats voor overnachting. Ze weten dat ze hier terecht kunnen. Het is een wisselwerking, want ik weet ook dat ik op hen kan rekenen als het hier misgaat. Politiemannen en voornamelijk -vrouwen zijn bovendien heel gevoelig voor bepaalde situaties. Het zijn ook moeders en dochters.”

Helpen is luisteren en doen.  En dat zit vaak in kleine dingen. Maandverbanden halen in de winkel, mee wandelen op straat zodat een vrouw zich veilig voelt, zoeken naar een huis, wetgeving uitpluizen, op vrijdagavond de jongens eens meenemen naar het voetbal, iemand een rustpunt geven. Gedragen, gezien, gevoeld en gehoord worden. En er staan, ook op mindere momenten. Vergeet nooit dat jij morgen de hulpvrager kan zijn. Mijn vader heeft een zwaar ongeval gehad waardoor hij beide benen is verloren. Van de een op de andere dag was hij zijn werk kwijt. Het kan allemaal zo snel gaan. Maar ook dan moet je hulp durven vragen. Desnoods aan de politie. Zij zijn mijn beste vrienden. Vaak rijden zij ’s nachts rond met mensen in de combi, op zoek naar een plaats voor overnachting. Ze weten dat ze hier terecht kunnen. Het is een wisselwerking, want ik weet ook dat ik op hen kan rekenen als het hier misgaat. Politiemannen en voornamelijk -vrouwen zijn bovendien heel gevoelig voor bepaalde situaties. Het zijn ook moeders en dochters.”

Myriam: “Helpen gaat niet alleen over geld of spullen. Wie hulp vraagt aan het OCMW, vraagt vooral het recht om te bestaan. Soms is er gewoon nood aan een luisterend oor, een lief woord, iemand bij wie je je verhaal kwijt kan en die je last wil delen. Het feit dat je als mens wordt behandeld, dat je gezien en gehoord wordt, is enorm belangrijk en versterkt het zelfvertrouwen. Je mag niet vergeten dat mensen in nood vaak twijfelen aan hun recht om te bestaan. Dat is heel pijnlijk. Anders dan vluchtelingen heb ik gelukkig wel een paspoort en recht op financiële bijstand. Maar vrijheid is een basisrecht. Legaal of illegaal in het land: iedereen heeft het recht te bestaan.”

Luisteren is volgens jullie cruciaal, maar mensen op de vlucht kampen vaak met stress, vermoeidheid, wantrouwen en trauma’s. Hoe stel je hen op hun gemak zodat ze hun verhaal durven brengen?

Annelies: “Door te tonen dat je écht naar hen zal luisteren. Wij moeten alles noteren wat er gezegd wordt. Er staat dus een laptop tussen ons in. Ik vind het zelf enorm belangrijk om ondanks dat scherm in te zetten op een goeie connectie. Ik geef een rustige inleiding, bied hen iets om te drinken aan, maak heel veel oogcontact en zeg hen ook letterlijk dat elk element uit hun verhaal vertrouwelijk is en niet doorgegeven wordt aan andere instanties. Wij werken immers onafhankelijk. Wat hier gezegd wordt, heeft enkel als doel om een zo juist mogelijke beslissing te nemen. Dat is heel belangrijk, zowel voor ons als voor hen. Het gaat immers vaak om heel gevoelige informatie uit de privésfeer waar ze soms nog nooit over gepraat hebben. Zij moeten weten dat ik niet doorvraag uit sensatie, maar wel in het belang van hun procedure. Op het einde bedank ik hen altijd en zij mij ook soms.”

Myriam: “Myriam: “Zo moet het, want op heel veel plekken luisteren ze niet. Toen ik bij het OCMW aanklopte, deed ik mijn hele verhaal uit de doeken. Ze verwezen me door naar een opvangcentrum. Ik vertrok samen met mijn kinderen en onze valiezen. De volgende ochtend moest ik het centrum verlaten. Mijn partner was erheen gegaan en had allerlei leugens verteld. Daardoor moest ik noodgedwongen naar hem terugkeren. Ik kon me totaal niet verdedigen. Zijn verhaal was mijn waarheid. Daar stond ik dan: op straat. Ik was wanhopig en enorm teleurgesteld. Na al die jaren had ik eindelijk de moed gevonden om hulp te zoeken, en het leverde niets op. Niet veel later ben ik opnieuw gevlucht met mijn kinderen. We sliepen in het park. Mijn kinderen bleven de hele tijd dicht bij me omdat ze bang waren dat ze me zouden kwijtraken. We hadden geen geld en geen dak boven ons hoofd. Een vriend raadde me aan om de politie te bellen en dat heb ik gedaan. Dat is het moment waarop mijn leven drastisch is veranderd. Ze zochten een plaats voor mij en mijn kinderen, waar we 4 nachten konden blijven. Na twintig jaar voelde ik voor het eerst hoop. Mijn kinderen konden slapen in een bed en kregen lekker eten. Dat was het bewijs voor mij dat er altijd iemand is. Dat, als je blijft
proberen, er altijd wel een deur opengaat.”

Dat is gek, want je hebt in je leven vooral mensen gehad die je vertrouwen geschonden hebben…

Myriam: “Ik had inderdaad een zeer groot wantrouwen. Beeld je eens in dat je eigen mama en papa weten dat je geslagen wordt, maar niets doen vanuit het idee
dat je er zelf voor gekozen hebt en dat het daarom jouw fout is! Als je eigen familie al niet wil helpen en je partners misbruiken je vertrouwen, op wie kan je dan nog
rekenen? Wie kan je dan nog vertrouwen? Uiteindelijk was het de politie die mij naar een veilige plek bracht. Plots hadden we een bed, dan een voor vier dagen, en uiteindelijk een langdurig onderdak. Het was de eerste keer in 20 jaar dat mensen mij hielpen. Zo groeide mijn vertrouwen.”

GENEVE

Vluchtelingen nemen enorme risico’s om hun land te ontvluchten. Begrijp je dat het voor hen frustrerend is als ze hier te horen krijgen dat hun probleem ‘niet erg’ genoeg is om asiel te krijgen?

Annelies: “Dat begrijp ik zeker. Wij zijn geen robots hé, wij mogen niet ongevoelig zijn voor hun verhaal, maar dat wil niet zeggen dat we emotionele beslissingen
moeten nemen, anders wordt ons beleid er één van willekeur. Onze job is om de internationale afspraken over ‘vluchten’ zo goed mogelijk toe te passen. Die afspraken zijn na Wereldoorlog II vastgelegd in de conventie van Genève en 147 landen onderschrijven die vandaag. (zie kaderstuk, nvdr.) Pas op, je moet je dat niet voorstellen als een checklist waar mensen aan moeten voldoen. Het is een juridisch kader. Als er iemand voor ons zit, is het aan ons om vast te stellen in welke mate hun verhaal hen asielrecht biedt in ons land. We beslissen nooit alleen. Er gaan verschillende mensen over elk dossier, precies om willekeur of afwijkende beslissingen te vermijden. Kijk, met een goeie procedure en een sterk juridisch kader is het voor ons eenvoudiger om een beslissing te motiveren en voor de vluchteling om ze te aanvaarden. Er zijn mensen die me sterk geraakt hebben, maar die we hebben moeten weigeren en er zijn evengoed anderen die ik helemaal niet sympathiek vond, maar die een zeer sterk dossier hadden en dus ook groen licht kregen.”

Je moet het emotionele van hun verhaal dus wat kunnen loslaten…

Annelies: “Inderdaad. Dat is eigen aan wie werkt met mensen zeker? Doordat we 4 gesprekken per week hebben en het contact zich tot die paar uur beperkt, blijft de inhoud ervan niet zo lang hangen. Er is altijd weer een nieuwe persoon, een nieuwe vluchteling, een nieuw verhaal. In die 8 jaar dat ik als Protection Officer werkte, ben ik 2 keer emotioneel geworden en heb ik een korte pauze moeten inlassen tijdens het interview. Het zijn de herkenbare dingen die mij het meest raken zoals mensen die een kind of partner zijn verloren. Dan denk ik wel eens: ‘amai, daar had ik kunnen zitten’. Het is mij 1 keer overkomen dat ik op straat herkend werd door een koppel dat destijds een positieve beslissing had gekregen. Dat was wel fijn.”

Geert: “Het is soms moeilijk om hulpverlener te zijn omdat we vaak tegen verschillende wetmatigheden aanlopen. Ik wil veel voor hen doen, maar het kost vaak veel tijd om dingen in orde te krijgen. Dat frustreert mij. Ik vind het vreselijk om naar huis te gaan en te weten dat iemand hier zich emotioneel heel ellendig voelt. Soms zit ik te huilen in mijn wagen. De deur dichttrekken en het allemaal loslaten: dat is in mijn job één van de moeilijkste dingen. Één van de dingen waarvoor ik niet zou slagen op een examen (lacht).”

 


 

Wie is Myriam?

  • Ze is van Turkse afkomst. Vluchtte weg van haar eerste en haar tweede partner nadat die haar jarenlang mishandelden.
  • Ze zoekt momenteel naar een huurhuis, leert Nederlands en werkt vooral aan zichzelf en haar binnenkant. Ze wil een rolmodel zijn voor haar kinderen.
  • Ze heeft zelf vier prachtige kinderen. ‘Zij zijn mijn winnende lottoticket.’

Wie is Geert Danneels?

  • Geert is coördinator van Huize Triest in Gent, een centrum voor armen en daklozen. Er is ook een vluchthuis voor langdurige opvang.
  • Hij is sinds kort opa van 2 kleinkinderen.
  • Hij speelde in zijn jonge jaren bij FC Latem en Eendracht Leerne.
  • Geert werd als jong talent gevraagd naar 1ste Nationale Lokeren te gaan, maar mocht niet van zijn vader.

Wie is Annelies Wynant?

  • Annelies is gehuwd met Mathias en mama van 2 kindjes.
  • Ze groeide op in Kortrijk en woont nu in Sint-Gillis.

 

Aankomen in België? Zo gaat het in zijn werk!

  1. Dienst Vreemdelingenzaken (Klein Kasteeltje): je krijgt een oranje kaart.
    1. Een kort intakegesprek.
    2. er is recht op opvang (in een opvangcentrum) en medische zorg door Fedasil.
    3. Kinderen kunnen naar school gaan.
  2. Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
    1. Ontvangen van het dossier met basisinformatie.
    2. Een Protection Officer nodigt de asielzoeker uit voor een lang interview waarin de asielzoeker kan vertellen waarom hij gevlucht is of niet kan terugkeren. Medische attesten, documenten, bewijsstukken en andere papieren worden aan het dossier toegevoegd.
    3. Een supervisor doet een kwaliteitscontrole en geeft een tweede mening.
    4. De beslissing wordt juridisch onderbouwd en gemotiveerd. Er wordt eerst gekeken of er een oplossing in het land van herkomst mogelijk is en dan pas in het land van aankomst.
    5. De commissaris-generaal neemt het finale besluit en de verantwoordelijkheid over de beslissing.
  3. De beslissing wordt individueel en per brief meegedeeld. Iemand kan erkend worden als vluchteling op basis van de conventie van Genève omwille van etniciteit (vb. etnische zuivering), religie (vb. religieuze minderheid), nationaliteit (vb. Palestijnse kwestie), politiek (vb. persvrijheid) of sociale groep (vb. gender). Je kan ook zogenaamde ‘subsidiaire bescherming’ genieten omwille van een conflict (vb. Syrië), foltering of doodstraf.
    a. Raad voor vreemdelingenbetwistingen
    • De asielzoeker kan de beslissing betwisten in beroep.
    b. Dienst Vreemdelingenzaken
    • Wie groen licht krijgt, wordt doorverwezen naar het OCMW of andere hulpverleningsinstantiesom de integratie op te starten (oa. huisvesting, werk,…).

 


 

Cijfers over partnergeweld in België

  • Eén op de vijf vrouwen wordt in de loop van haar leven slachtoffer van partnergeweld.
  • Per dag registreert de politie gemiddeld 120 aangiftes van partnergeweld.
  • Gemiddeld doet een slachtoffer van partnergeweld pas aangifte na 35 incidenten.
  • De Belgische huisartsen zien jaarlijks minstens 8.000 gevallen van partnergeweld. In de helft van de gevallen schrijft de huisarts een attest van slagen en verwondingen. Vier op de vijf slachtoffers zijn vrouwen, negen op de tien daders mannen. De meeste slachtoffers zijn tussen 25 en 55 jaar oud.
  • Het risico op nieuwe aanvallen van partnergeweld vermindert met 32% als het slachtoffer een dokter inschakelt en met 59 tot 70% als zij/hij naar de politie stapt, ongeacht of de dader gestraft wordt of niet.
  • In gewelddadige thuissituaties worden in vier op de vijf gevallen ook kinderen blootgesteld aan geweld. In drie van de vijf gevallen worden ze zelf ook slachtoffer.

 


 

Geweld of misbruik: bel gratis 1712

Ben je slachtoffer, getuige of vermoed je ergens geweld of misbruik? Het centrale meldnummer 1712 is er voor iedereen, ook voor kinderern. Je kan elke werkdag bellen tussen 9 en 17 uur voor al je vragen rondom geweld en misbruik. Het nummer is gratis en verschijnt niet op je telefoonrekening. Daarnaast kan je altijd terecht bij de politie, een justitiehuis, je huisarts of een opvanghuis/ vluchthuis.

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment