Rome, 1511, Sixtijnse kapel.

‘Raak me niet aan.’ Adam schreeuwt het uit. ‘Ik heb Jou(w) (aanraking) helemaal niet nodig.’ Michelangelo aarzelt. Op het moment dat in Italië de autonome mens geboren wordt, schildert hij zijn Adam – (ha’ adam: mens).

Stél: Michelangelo gehoorzaamt zijn schepping. Hij laat Adam moederziel alleen achter in de stilte van de Sixtijnse kapel. Wezenloos staart Adam in het ijle en blijft liggen op de kille, grauwe ondergrond. Geen mensenkind te bespeuren, geen sterveling kijkt hem aan. Geen blik om zich aan vast te klampen. Geen knipoogjes te werpen. Geen glimlach die hem opbeurt en hij op zijn beurt op andermans lippen kan toveren. Geen verrukkelijke meisjes te versieren, geen vlinders in de buik, geen kijkers om zich in te verliezen, geen vrouw waar hij naar smacht, geen zwoele avonden in haar gezelschap, geen verlangen en geen gemis. Geen eerstgeborene die hem tot in het diepste van zijn ziel beroert, die hem onvoorwaardelijke liefde leert kennen, die hem kwetsbaar maakt, waarmee alles een frisse nieuwe start neemt. Geen broosheid die beschermd moet. Geen kleintjes waar hij  zorg voor mag dragen, geen jengelende snotneuzen, geen gezelschap op lange zwerftochten, geen giechelende tienerdochters, geen stoere zonen. Geen lefgozertje die zijn jongste bedreigt en doodt, geen onpeilbaar verdriet, niemand om het te delen, geen scha, schande en schaamte. Niemand die hem uitdaagt, geen voorbeeld om zich aan op te trekken, geen ander om zich mee te meten. Geen mensen om hem heen om zich mee te vermaken, altijd die selfies, verveelt ook op den duur, geen gezelschap om een glaasje te drinken, niemand om mee op pad te gaan, geen uitjes te maken, geen greintje plezier. Niemand om zich aan te ergeren,  geen tegenpartij die sorry zegt. Geen avonturen te beleven, geen spelletjes te spelen, geen voet-, basket- en volleybal…  kortom niemand om het leven te delen!

Geen gevoelens te ontdekken, te delen of te verbergen. Hoe leer je nu jezelf kennen zonder die andere? Zonder die andere gaat immers het grootste deel, zeg maar alles aan zelfkennis verloren. Geen verwondering, verbazing, bevreemding, ontsteltenis, verbijstering, verrassing, verstomming, geen sensatie, commotie, deining, opschudding, opzien, spanning… Geen troost, steun, houvast, geen pijn, ontmoediging, spijt, vergeving…

Geen verhalen te vertellen, ’s avonds gezeten rond het kampvuur met een biertje in de hand, geen gemijmer, geen overwegingen en geen bedenkingen te maken. Geen grootspraak, geen fierheid, geen trots.  Niets te relativeren, niets te weerleggen of te bevestigen. Geen boeken om in te snuffelen, geen duizend levens te leven of net dat ene leven verhevigd te zien,  geen sprookjes om aan de werkelijkheid te ontsnappen, geen films om naar te kijken. Geen muziek die ontroert, die hem verbijstert, die hem van zijn zinnen berooft… Geen wijsheid te zoeken, laat staan te vinden…

Geen tegenover en geen verbeeldingskracht… geen verbeelde, verbeeldende tegenover in jezelf. Geen ongrijpbaarheid in jezelf. Geen toekomst in het verschiet, geen perspectief, geen eeuwigheid. Alleen het hier en nu. Geen oneindigheid verhaald in ontelbare mythes, legendes, Heilige Boeken, … vereeuwigd in lachende engelen, speelse cherubijntjes, in rijstebrij in de hemel, in vagevuur, hel en hemel …

Dit alles en nog zoveel meer blijft onherroepelijk verborgen in de  karmozijnrode overjas.

De schreeuw zindert na in de Sixtijnse kapel. Michelangelo gehoorzaamt… De vinger raakt Adam/de Mens niet aan. Aan ons de keuze: laten wij ons raken door wat op ons afkomt en scheppen wij zo, samen met anderen en de Ander toekomst of blijven wij alleen achter in de leegte.

 

Door Kristien Matthys

 

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment