Zijn wij allemaal een beetje discriminelen?

Op zoek naar verbinding in een wereld vol hokjes

Redactie: Veerle Frissen & Nikkie Steyaert, illustratie: Thaïs Anteunis

Stel je deze vrouw even voor. Ze is 61, moslima, heeft een fysieke beperking waardoor ze niet zo goed te been is en lijdt net zoals haar moeder aan reuma. Ze is geboren in Syrië, vluchtte op haar veertigste naar België, scheidde van haar man en kon zich in België eindelijk outen als lesbische vrouw. Ze vond een job en is gesyndiceerd bij de socialistische vakbond, maar toch leeft ze net onder de armoedegrens. Wel, deze vrouw bezit bijna alle 19 criteria uit onze nochtans strenge antidiscriminatiewet waar vaak op wordt gediscrimineerd. Bewust of onbewust. Als ze werkt of een woning zoekt. Met of zonder hoofddoek. Hand in hand met haar vriendin of op anderhalve meter afstand. Unia engageert zich al jaren om elke vorm van discriminatie weg te werken en mensen, hoe verschillend ook, te verbinden. En gek genoeg begint die verbinding met een dikke streep stilte. Els Keytsman, codirecteur van Unia: “Antidiscriminatie begint met goed luisteren. Luisteren om te begrijpen, niet om vervolgens tegen te spreken.”

 

From zero to he(te)ro
het algebra van discriminatie

0
ZERO
Werkgevers zijn soms niet op de hoogte van de rechten van hun werknemers

Els: “Discriminatie tot 0 herleiden is mogelijk, maar het vraagt veel aandacht voor wat we ‘onbewuste vormen van discriminatie’ noemen. Een ‘zero tolerance’. Soms staan werkgevers bijvoorbeeld geen redelijke aanpassingen toe om te zorgen dat niemand gediscrimineerd wordt, omdat ze niet helemaal op de hoogte zijn van de rechten van hun werknemers of zich niet bewust zijn van het belang ervan. De wetgever gaat ervan uit dat de schade is toegebracht, gewild of ongewild. Dikwijls ziet de overtreder in dat hij of zij iets fout heeft gedaan en werken we aan een bemiddelde oplossing, zoals het erkennen van de discriminatie en het aanbieden van excuses, vaak in combinatie met een schadevergoeding. Daarnaast vragen we aanpassingen om de discriminatie zo veel als mogelijk tot 0 te herleiden. We zoeken altijd naar oplossingen die goed zijn voor een bredere groep, zoals het wijzigen van aanwervingsprocedures of schoolreglementen.”

1
BEWUST
Oproepen tot geweld of discriminatie ten opzichte van een persoon of groep op basis van de 19 beschermde persoonskenmerken, is strafbaar

Els: “In ons land is onze goed beschermde vrijheid van meningsuiting terecht 1 van de pilaren van onze rechtstaat: elke mening moet kunnen, hoe schokkend of kwetsend ook. Maar als je oproept tot geweld of discriminatie ten opzichte van een persoon of groep op basis van de 19 beschermde persoonskenmerken, overschrijd je een grens. Bewuste discriminatie noemen we dat. Of ook wel ‘een haatmisdrijf’. Daarbij moeten we kunnen aantonen dat er een haatmotief meespeelt. Het kan dat iemand tijdens een verhitte discussie of onder invloed van drank of drugs iets zegt wat niet oké is, maar om echt te kunnen spreken van een haatboodschap moeten we een motief kunnen aanduiden. Als iemand in elkaar geslagen wordt, is dat een misdrijf, maar wanneer we ontdekken dat homohaat aan de grondslag lag, leidt dat sowieso tot strafverzwaring. Jammer genoeg is het bij bepaalde boodschappen niet altijd makkelijk om een haatmotief aan te tonen. Het is de taak van de rechter om daarover te oordelen. In de beslotenheid van je woning doe je bijvoorbeeld wat je wil, maar in de publieke ruimte niet. Een moeilijk aspect is humor. Dieudonné, een Franse komiek, is in België veroordeeld voor ‘hate speech’ omdat hij keer op keer dezelfde groep mensen viseerde, daar was niets grappigs meer aan.”

19
N*GER
In België hebben we een strenge antidiscriminatiewet

Els: “De Belgische antidiscriminatiewetgeving voorziet in 19 persoonskenmerken die beschermd zijn, waarmee we een sterke wetgeving hebben. Ter vergelijking: de Europese richtlijnen voorzien slechts in 6 beschermde persoonskenmerken. Unia is bevoegd voor 17 van de 19 criteria. Gender is ondergebracht bij het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en voor taal is er momenteel nog geen instelling aangewezen. Over taal gesproken, soms krijg ik de vraag of het ‘n-woord’ nu zo erg is. Dan moet ik telkens uitleggen waarom dat geen goed idee is. Het toont aan dat die persoon in een bevoorrechte positie zit.”

80
DIALOOG
Gesprek en dialoog zijn belangrijk bij discriminatie, want beide partijen moeten nadien nog door 1 deur kunnen

Els: “Onze aanpak is er altijd eentje van gesprek en dialoog, beide partijen moeten nog door 1 deur kunnen achteraf. Bij een onderhandeling zijn er enkel winnaars. Soms lukt het echter niet. Als de beschuldigde niet eens een gesprek wil aangaan, dan trekken we naar de rechter. We winnen ongeveer 80% van onze juridische procedures.”

 

KELLY

“Ik wilde gezien worden, niet bekeken”

Kelly is 32 en worstelt al heel haar leven met obesitas: een gevecht tegen de kilo’s, maar ook tegen vooroordelen, discriminatie en pestgedrag. Wanneer zij en haar man Dimitri hun eerste kind kregen, koos ze voor een maagverkleining. “Mijn man vond het helemaal niet nodig, maar ik had het gevoel dat ik niet anders kon. Ik wilde niet dat Thion gepest zou worden omwille van zijn dikke mama aan de schoolpoort.”

Herinner je je nog het eerste moment dat je gediscrimineerd werd omwille van je gewicht?
“Het begon al op jonge leeftijd, toen ik de stap zette van de kleuterklas naar het eerste leerjaar. Daarvoor had ik er nog nooit last van gehad: kleuters zijn er nog niet echt mee bezig hoe andere kinderen eruit zien. Toen speelden we gewoon samen. Maar vanaf het basisonderwijs begonnen medeleerlingen mij te pesten. Ik was verlegen en kon mij verbaal niet verweren, dus onderging ik het allemaal. Ook volwassenen begonnen me anders te behandelen. Ik herinner me nog goed het moment waarop ik niet gekozen werd voor het toneelfeest op school. Ik had heel goed geoefend en kende de hele tekst vanbuiten. Ik kan eerlijk zeggen: ik had het echt goed gedaan. Ik was het ook gewoon om op een podium te staan, want ik was carnavalist. De juf koos uiteindelijk een ander kindje: ze kon niet goed acteren en kende zelfs haar tekst niet. Maar het was wel een heel mooi kind. Hetzelfde gebeurde op een dansschool. Mijn mama wou me inschrijven omdat ik heel graag danste. Toen heeft de dansjuf haar vlakaf gezegd dat ik niet kon meedoen omdat ik niet in de outfits zou passen. Ik zou uit de toon vallen naast alle andere magere meisjes op het podium. Zo’n zaken vergeet ik nooit.”

Zijn er nog andere momenten die in je geheugen gegrift staan?
“Spijtig genoeg heb ik voorbeelden te over. Maar hoe ouder ik word, hoe minder impact ze hebben. Het voelt dan vooral als meer van hetzelfde. Je went eraan, of je neemt er ergens vrede mee. Ik kan niet terugkijken op een fijne jeugd. Het pesten is pas gestopt toen ik een jaar of 14 was, toen ik letterlijk op de vuist ben gegaan met een pestkop. Op dat moment voelde het alsof iets in mij ontplofte. Ik kon het niet langer verkroppen. De kinderen waren hard geschrokken van mijn reactie en plots durfde niemand me nog uit te lachen, of toch niet in mijn gezicht. Maar het zijn niet de opmerkingen van medeleerlingen die het meeste pijn deden, maar wel die van mensen waarvan je het niet verwacht. Zo zei een leerkracht ooit tegen me voor heel de klas: “Je zou beter wat meer studeren en wat minder eten!” Dat kwam heel hard aan, ik voelde me klein en vernederd. Hij was iemand die me in principe net zou moeten beschermen. Ook met mijn mama kon ik moeilijk praten, wat het allemaal nog moeilijker maakte. Ze heeft wel vaak geprobeerd mij te doen afvallen, maar ik kon gewoon niet stoppen met eten. Het was mijn manier om mezelf te troosten.”

“Mijn mama wou me inschrijven in een dansschool omdat ik heel graag danste. Toen heeft de dansjuf haar vlakaf gezegd dat ik niet kon meedoen omdat ik niet in de outfits zou passen”

En dan leerde je je man kennen. Heeft dat zaken veranderd?
“Wat een geluk dat ik mijn man tegenkwam (lacht). Hij heeft mij veel zelfvertrouwen gegeven. Het was de eerste persoon die mij het gevoel gaf dat ik er mocht zijn. Maar jarenlang pestgedrag draagt zijn sporen mee: ik was heel bezitterig en jaloers. Ik was constant in paniek dat Dimitri mij zou verlaten voor een andere, slankere vrouw. Wanneer we samen op stap gingen, had ik het gevoel dat andere mensen mij veroordeelden omdat we samen waren. Want zo’n ‘dikke’ hoort toch niet bij een knappe man? Het gaat vaak om publieke schijn. Voor ik Dimitri leerde kennen, was er een jongen op school verliefd op mij. Hij stuurde me de hele tijd berichtjes, maar op school deed hij alsof ik lucht was. En hij was niet de enige. Als ik in een club op de dansvloer stond, kwamen jongens nooit naar me toe om te praten of te dansen. Maar als ik dan even buiten uit het zicht stond, dan durfden ze me plots wel aan te spreken. Ik was goed genoeg om stiekem achter het hoekje mee te kussen, maar niemand wou met mij in het openbaar gezien worden. Dat deed echt heel veel pijn. Gelukkig ontmoette ik dan Dimitri: hij was wel trots op mij. Ondertussen zijn we 14 jaar verder en hebben we 2 prachtige kinderen.”

Je hebt ook geen obesitas meer. Hoe komt dat?
“Hoe ouder ik werd, hoe meer ik besefte dat het gewicht een blok aan mijn been was. Het begon met het vinden van werk. Ik heb oneindig veel sollicitatiebrieven geschreven, en steeds werd ik afgewezen. Tijdens het solliciteren merkte ik hoe hard men negatieve eigenschappen linkt aan obesitas: dikke mensen zijn lui en kunnen niets. Het is echt een stempel die je krijgt. Poetsvrouw worden? Nee, daar was ik misschien toch lichamelijk niet zo geschikt voor. Aan het onthaal zitten? Dat was ook niet de juiste plaats voor mij… Ik kon terecht als telefoniste, waar ik geen lichamelijke arbeid hoefde te doen en waar men mij niet hoefde te zien. Zelfs mijn eigen schoonvader wou me niet aannemen! Hij had een eigen bedrijf en hij zocht iemand voor de administratie. Ik heb kantoor gestudeerd, dus het was eigenlijk een zeer geschikte positie voor mij. Maar daar was hij het niet mee eens. Dat was echt een klap in mijn gezicht. Ik begon steeds meer te fantaseren over hoe mijn leven eruit zou zien als ik mager was. Ondertussen begon ik mezelf ook meer en meer te isoleren. Ik had het gevoel dat iedereen me constant bekritiseerde. Het ging zelfs zo ver dat ik anderen vroeg om voor mij koeken en suikerrijke producten te kopen, omdat ik ze zelf niet meer uit de rekken durfde te halen. Ik wilde koste wat het kost die veroordelende blikken van mensen in de winkel vermijden. Toen werd ik zwanger van Thion. In mijn laatste trimester liep ik in een babywinkel en ik hoorde een vrouw fluisteren tegen haar vriendin: ‘Ocharme, dat wordt vast een dik kind.’ Dat was voor mij de druppel. Ik wilde niet dat Thion later gepest zou worden omdat ik te zwaar was. Toen hij één jaar was, besloot ik een maagverkleining te ondergaan. Op een half jaar tijd halveerde ik van 130 kilo naar 77,5.”

En dat had een effect op hoe mensen naar je keken… 
“Absoluut. Plots was er in het bedrijf van mijn schoonvader toch een plaatsje voor mij. Mensen keken niet langer op me neer als ik in de frituur een frietje bestelde en onbekenden glimlachten naar mij op straat. Ik voelde mij voor het eerst gezien als vrouw, niet als ‘die dikke’. Dat was een fantastisch gevoel. Ik heb toen ook meer zelfvertrouwen gekregen. Maar met een maagverkleining pak je uiteindelijk enkel de buitenkant aan. Ik heb dan misschien geen obesitas meer, ik blijf er wel mee worstelen. Een gastric bypass is geen ‘gemakkelijke uitweg’ zoals mensen soms beweren. Het is ook niet dé oplossing. Ik zie het meer als een hulpmiddel. Ik ben veel gewicht verloren, maar het verdriet blijft nog steeds wegen. Waar ik vroeger kon eten om te vergeten, lukt dat nu niet meer. Dat was mentaal heel zwaar. Langzaamaan begon ik weer bij te komen. Ik heb nog niet zo lang geleden een nieuwe ingreep ondergaan, waarbij ze mijn dunne darm nog eens hebben ingekort, en het gewicht gaat nu terug naar beneden. Maar deze keer doe ik het voor mezelf en mijn gezondheid, niet voor anderen of om in een bepaald plaatje te passen. Ik heb veel rug- en spierklachten en de dokter had mij aangeraden om weer af te vallen. Hij liet me weten dat de klachten ook een gevolg zijn van mijn opgekropt verdriet. Dat heeft zich vastgezet op mijn spieren en gewrichten. Ik word nu beter opgevolgd door een psycholoog en diëtiste, en zij leren me om mijn verdriet op andere manieren te uiten. Dat helpt. Ik heb een lange weg afgelegd en heb ook nog een stuk weg af te leggen, maar ik voel me goed nu zoals ik ben.”

“Met een maagverkleining pak je enkel de buitenkant aan. Een psycholoog en een diëtiste leren me nu om mijn verdriet op andere manieren te uiten”

WIE IS KELLY?

Kelly is 32 en woont in Wielsbeke. Ze is getrouwd met Dimitri en samen hebben ze twee kinderen: Thion (10) en Thunder (1). Kelly houdt van biljart en gezellig samenzijn met haar gezin. Ze was werkzaam als logistiek verantwoordelijke, maar omwille van invaliditeit mag ze niet langer werken.

 

0,1
MICROAGRESSIES
Kleine vormen van microagressie kunnen een enorm discriminerend effect hebben

Els: “Een klein beetje discriminerend, zo zou ik veel uitspraken omschrijven waarbij we nog niet expliciet spreken over discriminatie, maar waarvan de gevolgen heel zwaar kunnen zijn. We noemen ze microagressies. Al die kleine, onbewuste ‘tientjes’ kunnen samen een enorm discriminerend effect hebben. Denk maar aan de goedbedoelde commentaar: ‘Maar jij spreekt goed Nederlands!’, terwijl die persoon in Vlaanderen geboren is. Zulke opmerkingen hakken er psychologisch hard in. We hebben allemaal onze blinde vlekken en vooroordelen. Om ons eigen bewustzijn te vergroten, werkt Unia daarom samen met psychologen. We denken nog te vaak binnen het wettelijke kader, maar het is essentieel dat we daarnaast de reflex hebben om rekening te houden met de psychologische gevolgen. Er komen dikwijls mensen tot bij ons voor wie we juridisch gezien niets kunnen betekenen, bijvoorbeeld omdat de discriminatie niet bewezen kan worden. Dat is voor hen opnieuw een afwijzing en komt heel pijnlijk binnen bij hen die al de drempel overwonnen om Unia te contacteren. Luisteren naar ieders verhaal, hoe klein of miniem de discriminatie ook is, vinden we daarom cruciaal.”

2
FRAMING
Onderzoek toont aan dat jongeren uit de Sub-Sahara soms meer dan een jaar moeten zoeken voor ze hun eerste job te pakken hebben. Bij jongeren van Belgische afkomst is dat 3 maanden

Els: “We hebben een interessant taalwetenschappelijk onderzoek laten uitvoeren bij influencers en politici waarbij we hun social media-accounts gedurende 2 periodes analyseerden. Uit het onderzoek bleek dat langs Vlaamse kant voornamelijk het Vlaams Belang en Theo Francken van de N-VA de grijze zone opzoeken en flirten met het net-niet-strafbare. Het geeft een beeld over hoe er aan framing wordt gedaan. We zwemmen in feite al jarenlang in een vijver vol gif met weinig neutrale woorden zoals transmigranten, vluchtelingenstroom, illegalen, stuk voor stuk gericht aan migranten, vluchtelingen, asielzoekers, moslims. Dat laat zijn sporen na. Onderzoek toont aan dat jongeren uit de Sub-Sahara veel langer moeten zoeken voor ze hun eerste job te pakken hebben, soms meer dan een jaar. Jongeren van Belgische afkomst daarentegen vinden doorgaans binnen de 3 maanden werk. Ik spreek over jongeren met hetzelfde diploma. Tel een keer alles op: de microagressies, hetgeen jongeren lezen op sociale media, wat ze meemaken op school, tijdens de zoektocht naar hun eerste job, op de werkvloer, op de huurmarkt,… Ze krijgen keer op keer het deksel op de neus. Hoe houd je je recht? Uitsluiting en afwijzing zijn vormen van geweld. Mensen, laat al dat talent niet links liggen en wees je ervan bewust dat diverse teams betere teams zijn.”

“We zwemmen al jarenlang in een vijver met gif tegenover migranten, vluchtelingen, asielzoekers, moslims. Dat laat zijn sporen na”

3
GENDER
Het lerarenkorps is geen toonbeeld van diversiteit

Els: “Ik ben blij met de nieuwe federale regering omwille van het evenwicht tussen mannen en vrouwen, het rolmodel dat Petra De Sutter speelt als transgender, maar ook omwille van de 3 ministers met een migratieachtergrond. Het is zo belangrijk voor kleine kinderen om te zien dat het kan, minister worden. Vaak hoor je: ‘Er zijn kansen genoeg, je moet ze gewoon grijpen’. Maar wij zien elke dag dat het niet zo is. Kijk, die 3 mensen met een migratieachtergrond in de regering hebben vooral veel geluk gehad, ze zijn tijdens hun parcours op de juiste leerkrachten of mentoren gebotst en hebben bepaalde drempels overwonnen, waardoor ze een carrière konden uitbouwen. Maar die positieve voorbeelden hebben wel effect en ze worden steeds talrijker omdat we nu eenmaal in een superdiverse samenleving leven. Ik ben ervan overtuigd dat jonge kinderen die nu opgroeien, diversiteit omarmen. In de klas van mijn zoon is diversiteit een natuurlijk gegeven. Aan de andere kant zie ik ook de problemen, vooral in het onderwijs. De leerkrachten zijn nog steeds te vaak witte, middenklasse vrouwen. Het lerarenkorps is geen toonbeeld van diversiteit en daar moet men zich toch eens over bezinnen.”

“Het is zo belangrijk voor kleine kinderen om te zien dat het kan: minister worden met een migratieachtergrond”

60
IJSBERG
Praktijktesten kunnen in een sector of regio de vinger op de wonde leggen

Els: “Aan het huidige tempo duurt het nog eens 60 jaar vooraleer er gelijkheid op de arbeidsmarkt is bereikt. Dat hebben we onlangs vastgesteld in onze 4de socio-economische monitoring wat betreft de positie van mensen met een migratieachtergrond op de arbeidsmarkt. Ja, er was een verbetering ten opzichte van de 1ste test, maar het evolueert heel traag. We zijn dan ook heel blij met de praktijktesten die Vlaanderen zal uitvoeren om te zien hoe het in een bepaalde sector of regio zit. Die praktijktesten leggen de vinger op de wonde. En die wonde is dat het voor mensen met een migratieachtergrond heel erg moeilijk is om een job te vinden. Tot nu moesten we het stellen met de effectieve meldingen en die zijn slechts het topje van de ijsberg. Er wordt de laatste jaren meer gemeld (zie ook “de cijfers achter discriminatie”, nvdr.), maar is er daarom ook meer discriminatie? Misschien. Ik denk vooral dat mensen het niet meer pikken om gediscrimineerd te worden en sneller de stap naar Unia zetten. Die toegenomen assertiviteit is positief.”

“Aan het huidige tempo duurt het nog eens 60 jaar vooraleer er gelijkheid op de arbeidsmarkt is bereikt”

 

de cijfers achter discriminatie

  •  In België zijn er 19 beschermde persoonskenmerken waartegen je niet mag discrimineren: ras, huidskleur, nationaliteit, afkomst, etnische afkomst, handicap, geloof, geaardheid, leeftijd, vermogen, burgerlijke staat, politieke en syndicale overtuiging, gezondheidstoestand, genetische eigenschap, geboorte, sociale afkomst, geslacht en taal.
  • Er kwamen bij Unia 8.478 meldingen binnen over discriminatie, een stijging met 13% t.o.v. het jaar daarvoor, wat leidde tot 2.343 dossiers.
  • Unia telde 812 dossiers over haatboodschappen en -misdrijven
  • Voor 33% van de ‘gegronde dossiers’ is een buitengerechtelijke oplossing bereikt
  • Er zijn 135 dossiers van discriminatie op vlak van huisvesting
  • Er zijn 308 dossiers van discriminatie in het onderwijs
  • Er zijn 346 dossiers van discriminatie door de media
    cijfers uit jaarverslag Unia 2019

 

2021
CULTUUROMSLAG
Er is mogelijk een groot ‘dark number’ van discriminatie omwille van seksuele geaardheid

Els: “In 2021 zal een campagne lopen waarin we jongeren vragen om een filmpje van 1 minuut te maken over seksuele geaardheid omdat we daar weinig meldingen over krijgen. Volgens ons is er een groot ‘dark number’. Het effect van zo’n campagne is moeilijk meetbaar en ook altijd tijdelijk. Je moet sensibiliseringscampagnes blijven volhouden. Er is een andere langlopende campagne voor personen met een handicap die samen met henzelf werd ontwikkeld: ‘Ik heb een handicap en ik heb rechten’. Het is een tijdloze campagne met de vraag naar een school van hun voorkeur of naar het werk dat zij kiezen. Iets anders wat goed werkt, is inzetten op intensieve trajecten in bedrijven, zodat er een cultuuromslag komt. Een klik in de hoofden, daar streven we naar. Stel: een moslim vraagt om een stille ruimte in te richten op het werk. Vaak reageert de werkgever gevoelig, terwijl het een redelijke aanpassing is. Wij proberen op dat moment de emotie uit de discussie te halen.”

17
ONDERWIJS
Onderzoek toont aan dat kinderen met een migratieachtergrond minder én minder lang aan het woord zijn in de klas

Els: “Laura: 17 jaar, kind van drukbezette ouders, speelt veel met haar gsm in de klas, babbelt veel, heeft 49 procent voor wiskunde. ‘Welk attest zou je haar geven en waarom?’ vroegen wij aan leerkrachten in ons onderzoek voor de diversiteitsbarometer onderwijs in 2018. In een volgend scenario werd Laura Kevin: zoon van een truckchauffeur en een huisvrouw, en ten slotte Mohammed of Fatima. De antwoorden veranderden al naargelang de scenario’s. We gaven nooit iets mee over de taal die de ouders thuis spraken, maar leerkrachten gingen ervan uit dat de ouders van Mohammed of Fatima niet voldoende Nederlands spraken om de kinderen te helpen met hun huiswerk. Dat zijn vooroordelen die enorm in de hoofden zitten. Onderzoeker Pieter-Paul Verhaeghe (VU Brussel) heeft via praktijktesten aangetoond dat zelfs kleuterscholen al ongelijk behandelen, bijvoorbeeld bij de inschrijving. We merken het ook in dossiers over inclusief onderwijs. Niet elke school staat open voor die vorm van diversiteit. Onderzoek toont aan dat kinderen met een migratieachtergrond vaker doorverwezen worden naar het technisch, beroeps- en buitengewoon onderwijs. Al die onderwijssystemen zijn evenveel waard, maar het is belangrijk dat kinderen terechtkomen in een richting die strookt met hun interesses en talenten. Onderzoeker Piet Van Avermaet ging filmen in klassen en toonde zo aan dat kinderen met een migratieachtergrond minder én minder lang aan het woord zijn. Ze hebben geringere communicatiekansen en dus zijn de verwachtingen lager. De lerarenopleiding moet dringend worden geprofessionaliseerd. De huidige problemen los je niet op door van tijd tot tijd een cursus over diversiteit te organiseren. Ook armoede en kwetsbaarheid ontsnappen aan de aandacht. Als je echt niet beseft wat dat is, dan is het heel moeilijk om er rekening mee te houden.”

“De lerarenopleiding moet dringend worden geprofessionaliseerd. De huidige problemen los je niet op door van tijd tot tijd een cursus over diversiteit te organiseren”

INGMAR EN THIBAUT BASTIEN

“Mensen mogen gerust normaal tegen mij spreken”

Ingmar en Thibeau Bastien, vader en zoon, zetten zich beiden in voor Special Olympics; een internationale beweging die het hele jaar door olympische sporten aanbiedt aan mensen met een verstandelijke beperking. Ingmar: “Wij hebben nooit echt te maken gehad met discriminatie omdat Thibeau een verstandelijke beperking heeft. Integendeel: door Special Olympics hebben wij ervaringen opgedaan waar we anders enkel van konden dromen.”

Is Thibeau met een verstandelijke beperking geboren?
Ingmar: “De kinderarts had al heel vroeg opgemerkt dat Thibeau een verstandelijke beperking had, maar de dokters hebben nooit echt kunnen achterhalen welk syndroom hij precies heeft. Voor mij is dat ‘label’ niet nodig, Thibeau is gewoon Thibeau, al heeft het natuurlijk wel zaken bemoeilijkt op vlak van de officiële erkenning van zijn beperking en bijgevolg de financiële steun die daarmee gepaard gaat. Thibeau heeft een enorm vlotte babbel, dus het valt op het eerste zicht niet op dat hij een beperking heeft. Maar hij is niet in staat om met geld om te gaan of op zichzelf te wonen. Hij heeft altijd in het buitengewoon onderwijs school gelopen, type OV1. Dat is een richting voor jongeren met een zwaardere beperking en het is de bedoeling dat je, wanneer je 21 wordt, naar een dagcentrum gaat.”
Thibeau: “Ik kan mezelf inderdaad goed uitdrukken en ik heb op school steeds geweigerd om naar een dagcentrum te gaan. Ik wilde gewoon werken, zoals alle andere mensen. Mijn droom was om aan de slag te gaan bij de mannen van de wegen. Ik ben uiteindelijk als vrijwilliger kunnen beginnen bij de groendienst en na 4 jaar heb ik toestemming gekregen van de gemeente om over te stappen naar de wegendienst! Daar ben ik trots op. Ik vind dat echt heel leuk werk.”

Hebben jullie ooit te maken gehad met discriminatie?
Thibeau: “Net omdat ik zo vlot ben, heb ik veel kansen gekregen en ben ik ook nooit echt met discriminatie geconfron“
Mensen mogen gerust normaal tegen mij spreken”
teerd geweest. Wat ik wel jammer vind, is dat mensen soms niet normaal tegen mij doen. Ze spreken dan bijvoorbeeld heel kinderachtig en betuttelend, maar ik versta hen ook perfect als ze gewoon communiceren. Ze reageren ook vaak heel beschermend. In de Special Olympics World Games in Abu Dhabi in 2019 hadden ze bijvoorbeeld de volledige jury samengesteld met mensen uit het reguliere zeilcircuit: niemand van hen had voeling of ervaring met mensen met een verstandelijke beperking. Dat uitte zich ook in hun gedrag. Zo gingen ze uit voorzorg zaken aanpassen om de wedstrijd ‘gemakkelijker’ te maken, maar dat is helemaal niet wat wij willen. Als ik tijdens het zeilen in het water val, dan is dat zo. Het hoort bij de sport. We zijn daar ook op voorbereid en hebben net heel hard getraind om aan de competitie deel te nemen zoals alle andere atleten.”
Ingmar: “Wij hebben als ouder ook geen discriminatie ondervonden. Integendeel: door Special Olympics Belgium hebben we naar veel plaatsen kunnen reizen en heel veel dingen gezien en meegemaakt die we anders nooit hadden beleefd. Maar dat wil niet zeggen dat het altijd rozengeur en maneschijn is. Ik denk dat het moeilijkste vooral het aanvaardingsproces was. Als je een kind hebt met een beperking, moet je dat als ouder een plaats kunnen geven. Je weet dat je kind nooit zelfstandig zal zijn en dat baart je zorgen, zeker met het oog op de toekomst, wanneer je er zelf niet meer bent. Ook voor broers en zussen zonder beperking is het niet altijd gemakkelijk: zij moeten meestal al op jonge leeftijd meehelpen in de zorg en krijgen minder aandacht. Ik merkte dat ook bij Nicolas toen hij klein was. Het aanvaardingsproces kan soms lang duren: Thibeau zijn grootouders worstelen daar tot op vandaag nog altijd mee. Maar een beperking ontkennen, maakt het enkel moeilijker, ook voor het kind.”

Thibeau, je bent ook junior researcher voor My Talents For Diversity (MTFD), aan Antwerp Management School. Hoe ben je daar terecht gekomen?
Thibeau: “Ik ben er een beetje ingerold dankzij Anouk Van Hoofstadt, een vrijwilliger binnen Special Olympics, die zelf voor MTFD werkte. Zij wist wat ik in mijn mars had en heeft mij aangeraden bij Antwerp Management School. De school had al samengewerkt met atleten van Special Olympics Belgium en de ervaringen waren langs beide kanten positief, dus heb ik niet lang getwijfeld. Ik werkte samen met collega’s zonder een beperking en wij gingen naar bedrijven om interviews af te nemen en te onderzoeken of mensen met een verstandelijke beperking kunnen meedraaien in het reguliere arbeidscircuit. Ik ben binnen de Antwerp Management School met open armen ontvangen. Zo was er een periode tijdens het project waar er geen werk was voor mij. Dan is er echt gezocht naar een passende opdracht. Ik mocht aan de receptie zitten om de organisatie van evenementen mee te ondersteunen. Ik heb zelfs op een evenement gewerkt waar Koningin Mathilde aanwezig was!”

“Als je een kind hebt met een beperking, moet je dat als ouder een plaats kunnen geven. Het is een aanvaardingsproces”

Wat zien jullie nog voor de toekomst?
Ingmar: “Via Special Olympics International is er net een nieuw project opgestart waar ze willen onderzoeken wat de invloed is van Special Olympics en Unified sporten op de atleten. Je moet weten: vroeger liep Thibeau met zijn hoofd naar beneden. Hij besefte dat hij een verstandelijke beperking had en hij schaamde zich daarvoor. Wanneer hij klasgenootjes tegenkwam buiten de schoolmuren, wou hij ook niet met hen geassocieerd worden. Nu heeft hij zoveel meer zelfvertrouwen, en dat is een algemene trend bij alle atleten van Special Olympics. Maar het onderzoek gaat nog een stapje verder: zo willen ze ook kijken wat de invloed is van Special Olympics op de buddy’s of coaches zonder beperking, die ook actief zijn binnen de organisatie. Antwerp Management School heeft dat project binnengehaald en Thibeau mag samen met Anouk het project leiden. Daar ben ik heel blij om, want het stimuleert hem om te lezen en te schrijven. Samen met zijn ambassadeurschap en het werk bij de gemeente is het de perfecte combinatie om te blijven groeien en leren.”
Thibeau: “Momenteel ligt mijn kandidatuur voor om internationaal ambassadeur te worden, dat zou ik wel heel leuk vinden. Er is daarnaast nog één iets waar ik voor blijf streven: wanneer Belgische atleten naar de Olympische Spelen mogen, worden ze altijd ontvangen op het koningshuis. Voor de atleten van Special Olympics gebeurt dat niet. Een bezoekje bij de koning voor alle atleten die deelnemen aan de wereldspelen, dat is een droom die ik nog koester.”

“Thibeau liep vroeger met zijn hoofd naar beneden, maar door Special Olympics kreeg hij zelfvertrouwen”

Wablief?
Special Olympics? Is anders dan de reguliere Olympische spelen of Paralympische Spelen (voor mensen met een fysieke beperking). Waar deze Spelen werken met strenge selectierondes, wil Special Olympics net toegankelijk zijn voor alle mensen met een verstandelijke beperking. Atleten worden voornamelijk geselecteerd op inzet en enthousiasme, al moeten ze wel aan enkele voorwaarden voldoen, zoals een bepaald aantal uren trainen doorheen het jaar. Er zijn ook meerdere gouden medailles te winnen in dezelfde discipline, omdat de groepen worden opgedeeld in verschillende divisies; afhankelijk van hun geslacht, leeftijd en niveau.
Unified Sailing? Werd opgericht in 2013 in België, naar aanleiding van de Special Olympics Europese Zomerspelen van 2014 in Antwerpen. ‘Unified sporten’ houdt in dat mensen met een verstandelijke beperking samen sporten met een persoon zonder beperking (de buddy of Unified Partner).

WIE IS INGMAR BASTIEN?
Ingmar Bastien (53) is getrouwd met Ann. Samen hebben ze twee zonen: Nicolas (28) en Thibeau (24). Ingmar werkt als vastgoedmakelaar, is voorzitter van Unified Sailing en heeft verschillende taken binnen Special Olympics Belgium in de disciplines zeilen en skiën.

WIE IS THIBEAU BASTIEN?
Thibeau Bastien (24) woont bij zijn ouders. Ingmar leerde hem al op jonge leeftijd kennismaken met de zeilsport en via zijn school vond Thibeau in 2013 zijn weg naar Unified Sailing. Ondertussen is hij atleet-ambassadeur voor Special Olympics Belgium en werkt hij ook als junior researcher voor My Talents For Diversity (MTFD), een project in samenwerking met Antwerp Management School.

 

Leopold II-beelden: laten staan of weghalen?

Els: “Zo’n beelden zeggen iets over wie we op een piëdestal zetten, het toont hoe we als maatschappij naar iemand kijken. Naar wie vernoemen we ook onze straten? Wie vinden we fantastisch en wie vinden we minderwaardig? Het is een terechte vraag waarop er een antwoord moet komen. Voor ons is er vandaag een link tussen het kolonialisme, discriminatie en economische achterstelling. Die vooroordelen zijn er. Dat kunnen positieve vooroordelen zijn zoals: ‘zwarte mensen zijn betere sporters’, maar achterliggend kan je zo’n uitspraak vaak herleiden tot een beeld van vroeger over ‘wilden’ die ‘uit de brousse’ komen. Er zijn echt mensen die nog zo denken. ‘Kinderen van de kolonie’ daarentegen is een goed voorbeeld van hoe een tv-programma die vooroordelen ontkracht.”

Jong geleerd is oud gedaan

Sunny Bergman maakte in 2016 haar documentaire “Wit is ook een kleur”. Daar toont ze aan dat het aanleren van vooroordelen en discriminatie al gebeurt op jonge leeftijd. Zo doet Sunny een experiment met kleuters
tussen 4 en 7 jaar oud, naar het wetenschappelijk experiment uit de jaren ‘40 (‘the doll test’) door psychologen Kenneth en Mamie Clark. Sunny laat kinderen kiezen tussen twee poppen die identiek zijn, behalve hun huidskleur. ‘Wie is de slimste?’, ‘Wie is de mooiste?’, ‘Wie krijgt het meeste straf?’. De meeste kinderen, eender welke nationaliteit, plaatsten de zwarte pop bij de negatieve eigenschappen, en de witte pop bij de positieve.

10
RACISME
In het middensegment en aan de onderkant heerst een crisis op de huisvestingsmarkt

Els: “Een huiseigenaar kan tegenwoordig kiezen uit 10-tallen gegadigden, waardoor discriminatie op de loer ligt. Er heerst een crisis op de huisvestingsmarkt die discriminatie voor een deel in de hand werkt, vooral aan de onderkant, maar ook steeds meer in het middensegment. Er zijn veel te weinig betaalbare, kwalitatieve woningen voor iedereen en vooral te weinig sociale woningen. Daarnaast is er ook plat racisme; mensen die niet willen verhuren aan mensen met een niet-Belgisch klinkende naam aan moslims.”

1000
HETERO
De contacttheorie zegt dat mensen die in contact komen met 1 vorm van diversiteit daarna meer openstaan voor andere vormen van diversiteit

Els: “De media vormen een stroom van duizenden woorden, indrukken, mensen en invalshoeken en kunnen dus een belangrijke rol spelen in educatie en sensibilisering. Alles wat Ketnet doet, vind ik zeer goed. Ik ben een grote fan van het programma ‘Karrewiet’. De VRT heeft een echt diversiteitsbeleid waarvan je nu de resultaten ziet op het scherm. Een aantal van de huidige schermgezichten kwamen er dankzij stages voor mensen met een migratieachtergrond. Een soap zoals ‘Thuis’ werkt ook goed, net zoals bijvoorbeeld ‘The Voice’: dat is anoniem solliciteren, puur op stem. Verder geloof ik sterk in de contacttheorie. Onbekend is onbemind. Mensen die in contact komen met 1 vorm van diversiteit, bijvoorbeeld hetero’s die ineens een lesbisch koppel als buren hebben, en dat contact als positief ervaren, zullen daarna meer openstaan voor andere vormen van diversiteit.”

Zwarte Piet of roetpiet?

Els: “Roetpiet! Sinds 2016 is er een Pietenpact, op initiatief van deBuren (Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat) en getekend door onderwijskoepels, winkelketens, Ketnet, … We hebben naar een consensus gestreefd om de traditie in ere te houden zonder de racistische en discriminerende elementen. In Nederland werd Zwarte Piet vaak nog racistischer afgebeeld: dom en met een Caraïbisch accent. In ons land had je de serie ‘Dag Sinterklaas’ van Hugo Matthysen die veel heeft bijgedragen aan de sensibilisering. Sinterklaas was er de verstrooide, wat domme man, terwijl Zwarte Piet degene was die alle problemen oploste, de agenda van Sinterklaas bijhield en erg schrander uit de hoek kwam. Er werd ook in uitgelegd dat Zwarte Piet zwart was omdat hij door de schoorsteen de huizen binnenkwam. Toen de discussie in België wat heviger werd, kwam er een brief van Sinterklaas naar alle kranten: ‘Het moet een feest zijn voor iedereen’.” In 2014 verscheen er een documentaire van Sunny Bergman: ‘Zwart als roet’, waar ze het concept van Sinterklaas onder de loep neemt: is het een beledigend stereotype met wortels in het koloniale verleden of een onschuldige traditie waaraan niet geraakt mag worden? In haar documentaire toont ze aan dat het concept in andere landen, bijvoorbeeld Engeland, helemaal niet gesmaakt wordt. Wanneer Sunny samen met twee zwarte pieten door de straten van Londen loopt, lokt dit snel heel wat heftige negatieve reacties uit. De documentaire kan je online bekijken.
www.vpro.nl/programmas/2doc/kijk/2doc-overzicht/2016/zwart-als-roet.html

 

 

WIE IS ELS KEYTSMAN?

  • Els Keytsman werd in 2016 benoemd als
    codirecteur van Unia in een duobaan
    met Franstalige collega Patrick
    Charlier. De directeurs zijn benoemd
    voor 6 jaar door het bestuursorgaan.
  • Ze werkte op de kabinetten van
    verschillende ministers van Groen.
    Vervolgens ging ze bij die partij aan de
    slag als beleidsmedewerker begroting
    en klimaatopwarming.
  • In januari 2008 stapte ze uit de
    partijpolitiek om diensthoofd te worden
    van de Politieke Dienst van Oxfam
    Wereldwinkels. Van 2010-2016 was
    ze directeur van Vluchtelingenwerk
    Vlaanderen.

BOEKENTIPS VAN ELS

  • Naima Charkaoui – ‘Racisme – Over
    wonden en veerkracht’ (2019)
  • Voor kinderen: ‘Lou op weg naar school’
    van Kathleen Amant in samenwerking
    met çavaria (de federatie voor holebi’s
    en transgenders): een boekenreeks waarin diversiteit vanzelfsprekend is.
  • Voor kleuters: alle boeken van ‘Vos & Haas’.

UNIA?

  • Unia is het vroegere Centrum voor
    gelijke kansen en racismebestrijding.
    In 2014 transformeerde het tot een
    interfederale, onafhankelijke publieke
    instantie.
  • Unia is bevoegd om bijna alle soorten
    van discriminatie te onderzoeken,
    adviezen uit te brengen en vormingen
    te organiseren voor heel België, op elk
    beleidsniveau.

Hoe weet je of je discrimineert?

De federale antidiscriminatiewetgeving verbiedt 7 soorten gedrag

1 Directe discriminatie: iemand benadelen op een rechtstreekse manier. Bijvoorbeeld: iemand met een andere huidskleur niet bedienen aan de bar.
2 Indirecte discriminatie: een ogenschijnlijk neutrale maatregel invoeren die discrimineert naar een bepaalde groep toe. Bijvoorbeeld: je laat honden niet toe in je restaurant, dan discrimineer je mensen met een assistentiehond.
3 De opdracht geven om te discrimineren. Bijvoorbeeld: Je geeft als huisbaas aan het verhuurkantoor door dat je niet wil verhuren aan een gezin met veel kinderen.

4 Weigering van redelijke aanpassingen. Bijvoorbeeld: je wil als werkgever niet voorzien in een aangepast bureau voor
iemand met een handicap.
5 Pesten. Bijvoorbeeld: herhaaldelijk gemene dingen zeggen over iemand op het werk of op sociale media.
6 Aanzetten tot haat en discriminatie. Bijvoorbeeld: je roept publiekelijk op om een bepaalde groep mensen te discrimineren.
7 Geweld en haatmisdrijven. Bijvoorbeeld: je gaat op de vuist met mannen die hand in hand over straat lopen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.