En toen was er licht

Waarom we met zijn allen kaarsen branden, snakken naar daglicht en de blues hebben in de winter

‘Licht’ zei God op dag 1. En er was licht. Hij noemde het licht dag en het donker nacht. En God zag dat het goed was. De dagstructuur die ons allen zou verbinden, was geboren. Opstaan met de zon, slapen bij het vallen van de nacht. Maar die afhankelijkheid was natuurlijk niets voor de mens. Slapen, feesten, studeren of werken wilde hij op eender welk moment kunnen. Kunstmatig licht was de oplossing. Of niet? Natuurlijk daglicht blijkt nog steeds enorm belangrijk voor ons welzijn, onze samenhorigheid en onze nachtrust. We verlangen naar de connectie met de natuur. Ze brengt ons rust en verstilling en heeft een positieve invloed op ons mentaal welzijn.” Wij stonden op voor dag en dauw en bleven lekker lang wakker om ons licht op te steken bij verpleegkundige Martine, architect Rozemarijn, kunstenaar Tim en nachtwerker Mattias.  

Redactie: Veerle Frissen, Nikkie Steyaert en Julie Goditiabois; illustraties: Thaïs Anteunis

Fotografie: Veerle Frissen, Rozemarijn Borman, Luc Roymans, Tim van den Oudenhoven

 

Brillicht: 8u35

“Het ritme van de natuur volgen, heeft een positieve impact op je gezondheid en je mentale welzijn”

Het is 7u20. Duisternis, winter, korte dagen. Ik lig in mijn bed en denk aan sommige patiënten in psychiatrisch centrum Ariadne die op dit ogenblik een speciale bril op hebben. Lichttherapie. Gewassen en aangekleed, vertrek ik er op mijn fiets naar toe, want ik wil er alles over weten.  Onderweg is de zon nog niet goed zichtbaar. Ze reflecteert in ruiten van voorbijglijdende gebouwen en geeft de waterweg langs het fietspad een gouden gloed. Ik voel me instant gelukkig.

Gelukshormoon

Zonder zon geen leven en lange tijd gold ook: zonder zon enkel duisternis. Ons zonlicht heeft een veranderende kleurensamenstelling gedurende het verloop van de dag. ’s Ochtends, vlak voor de zon opkomt, is er veel blauw licht aanwezig. Dat komt door de lange weg die het licht moet afleggen om ons te bereiken. Als de zon er dan eindelijk is, maakt ons dat gelukkig, omdat de hoeveelheid serotonine – het gelukshormoon – afhankelijk is van daglicht. Dat verklaart ook waarom we ons in donkere periodes zoals de winter, wanneer de zon niet zo lang en helder schijnt, doorgaans minder gelukkig voelen. Al is te veel daglicht nu ook niet bepaald een aanrader. In landen waar de zon tijdens een bepaalde periode in de zomer nooit ondergaat, komen er meer impulsieve zelfmoorden voor. De overvloed aan licht leidt er tot een verstoring van de chemische processen in de hersenen en een acuut slaaptekort.

SAD

Wat kan je doen als je te kampen hebt met zwaarmoedige gevoelens tijdens de donkere maanden, ook wel eens de winterblues of Seasonal Affective Disorder (SAD) genoemd? Soms kan de verandering van de seizoenen in combinatie met stress en weinig beweging depressieve klachten uitlokken bij mensen die sowieso al gevoelig zijn aan depressie. Je kan proberen om zoveel mogelijk naar buiten te gaan op lichte dagen of wanneer er net verse sneeuw is gevallen. Maar dat is niet altijd mogelijk. Vandaar dat er zoiets bestaat als lichttherapie. “Zon- en daglicht zorgen voor een natuurlijke dagindeling. Overdag ben je wakker, energiek en alert. Als de avond valt en het wordt donker buiten, word je al snel wat slaperig. Het is ons bioritme”, vertelt hoofdverpleegkundige Martine Van Eenoo van P.C. Ariadne me in de verlichte gang. “Het ritme van de natuur volgen, heeft een positieve impact op je algemene gezondheid en je mentale welzijn. Voldoende daglicht zien is daarbij cruciaal. In de lente en de zomer is dat geen probleem, maar in herfst- en wintermaanden worden we steeds minder blootgesteld aan natuurlijk licht. Dat kan een negatieve impact hebben op je slaap- en waakritme en je stemming.”

Seizoensdepressie

“Om die donkere maanden te overbruggen, maken wij af en toe gebruik van lichttherapie,” gaat ze verder. “Vanaf eind augustus schakelen we soms een lichtbril in bij patiënten die gedurende de herfst- en wintermaanden last hebben van stemmingswisselingen en depressieve klachten. We spreken hier soms over mensen met een ‘seizoensdepressie’. Voor patiënten die het hele jaar door worstelen met depressieve gevoelens, kiezen we minder snel voor lichttherapie. Lichttherapie is daarnaast ook zeker geen alleenstaande behandeling: het is altijd een aanvulling op gespreks- en groepstherapie en eventuele behandeling met medicatie.”

Wandelen

Het is een therapie waar ik nog niet veel van gehoord heb, dus ik ben benieuwd hoe lang ze er al mee aan de slag zijn. “In PC Ariadne werken we sinds enkele jaren met een lichtbril. Patiënten krijgen die bij het ontwaken en dragen de bril dagelijks 15 à 30 minuten, vlak voor ze opstaan. Er komt een helder, blauwachtig licht uit dat het tekort aan daglicht wat moet opvangen. Meestal gebruiken we de bril(len) gedurende een langere periode en het is belangrijk om de bril consequent te dragen. Sommige patiënten die lichttherapie krijgen, geven aan het positieve effect te voelen, maar niet iedereen merkt een groot verschil. Het is ook moeilijk om te meten, net omdat het een aanvullende behandeling is. Maar licht is sowieso belangrijk. Je merkt dat veel mensen met depressieve klachten sowieso een beetje opfleuren als de dagen weer langer worden. Er is meer hoop, perspectief en er heerst een positievere stemming. Daarom zullen we patiënten altijd stimuleren om buiten te komen, zelfs bij minder goed weer. Zonlicht in combinatie met beweging is heel goed voor het algemeen welzijn.“

“Lichttherapie is geen alleenstaande behandeling, maar het kan soms wel een extra boost geven.”

Wie is Martine van Eenoo (49 jaar)?

  • Hoofdverpleegkundige Esperanza 1, PC Ariadne
  • actief in PC Ariadne sinds 2009

 

All you need is sun(?)

Wist-je-dat?

  • Uv-straling verslavend is? Dat komt door het hormoon B-endorfine dat pijnstillend werkt en je kan vergelijken met een lichte shot heroïne. Echte zonnekloppers vertonen daarom ook symptomen die je met een beetje fantasie kan gelijkstellen aan afkickverschijnselen.
  • Er mensen bestaan die beweren dat ze kunnen overleven op het licht van de zon alleen? Nader onderzoek bracht veel oplichters aan het licht, maar er bleken na tests toch enkele mensen te bestaan die effectief weken zonder eten en drinken konden leven.
  • Sommige mensen dan weer geen zonlicht kunnen verdragen? De Uv-stralen veroorzaken bij hen onmiddellijk agressieve huidkankers, deze ziekte heet Xeroderma Pigmentosum. Er zit niets anders op dan in de duisternis te leven of zich overdag enkel buiten te wagen in een alles beschermend astronautenpak. Kinderen waarbij deze aandoening werd vastgesteld, kregen de bijnaam ‘enfants de la lune’.

 

Daglicht: 13u00

“Een daglichtdag is een geslaagde dag”

Martine wist te vertellen dat natuurlijk licht erg belangrijk is. De schaduw in de living van mijn appartement valt me daarom plots extra op. Maar valt daar iets aan te doen? Om die vraag te beantwoorden, spoor ik verder richting Antwerpen-Berchem. De zon is ondertussen helemaal doorheen de wolken gebroken. Ik heb er met architect Rozemarijn Bormans van architectenbureau BO architect afgesproken. Ze heeft er net een Zoom meeting opzitten en wil graag de benen strekken dus gaan we samen coronaproof stappen. Ik heb haar gecontacteerd omdat ze het als een persoonlijke missie beschouwt om meer daglicht in gebouwen te brengen. “Het is een constante in mijn stijl, als ik er al een heb.”

Ik las dat mensen in geïndustrialiseerde landen tegenwoordig ongeveer 90% van hun tijd binnen doorbrengen. De mens, bij uitstek een dagdier, stelt zich dus overmatig bloot aan kunstlicht en veel te weinig aan daglicht, wat wel eens voor een ontregelde biologische klok kan zorgen. Daar is Rozemarijn het volmondig mee eens. “Mijn idee-fixe is dat je overdag geen extra licht nodig hebt”, verklaart ze wanneer we even halt houden bij een bankje in het park. “Daglicht zou, zelfs op een donkere, regenachtige dag, voldoende licht in je huis moeten brengen. Natuurlijk licht heeft altijd de voorkeur. Overdag kunstverlichting aansteken is volgens mij niet goed voor je welzijn en gemoedsrust. Mensen kloppen meestal om die specifieke reden bij ons aan. Kunstlicht dient enkel als sfeerlicht of om goed bij te kunnen werken. En zelfs dan gebruiken we het liefst indirect licht; dan bedoel ik licht dat vanachter een kast of wand komt, een lamp die tegen het plafond schijnt … Het doel is om nooit rechtstreeks een lamp in je gezichtsveld te hebben, dat is zeer storend. We kiezen altijd voor warme LED verlichting. Aangezien weerkaatsing zo belangrijk is, hebben onze projecten doorgaans een licht interieur, we gebruiken natuurlijke materialen en de muren zijn meestal wit. Dat geeft een ander gevoel. Alle architecten in ons bureau werken met datzelfde ideaal voor ogen.”

“Je zou nooit kunstlicht moeten aansteken overdag”

Bijbouw

Rozemarijn vertelt met een take-away koffie in haar handen over haar specialisatie in restauraties van oude gebouwen. “Ook daar passen we hetzelfde principe toe: licht binnen krijgen. Beschermde gebouwen hebben natuurlijk restricties, maar het lukt ons meestal toch om ergens een extra opening te creëren, zonder de oorspronkelijke architectuur aan te tasten. Weet je, het probleem met veel oude woningen is dat ze heel diep zijn. Er werd altijd maar bijgebouwd en heel vaak op de verkeerde manier zodat alles achteraan het huis dichtliep. Dat gaat natuurlijk ten koste van de instroom van daglicht. Wij halen eerder stukken uit een huis, dan dat we ruimtes bijbouwen. We voelen ons vaak aangetrokken om zulke missers uit het verleden recht te trekken (lacht). We werken de huizen achteraan terug open. Aan de voorkant zijn dergelijke woningen vaak goed: hoge plafonds, veel licht dat binnenkomt door de ramen … Een andere optie is om met indirect licht te werken door een groene binnenruimte te creëren in een ruimte centraal in een gebouw of woning. Daardoor krijg je het effect van een wintertuin en haal je toch wat natuurlijk licht binnen in een anders donker pand. Bekende architecten uit de art nouveau zoals Victor Horta werkten al op die manier.”

Noorden

Mijn vader opperde onlangs dat mensen vroeger geen ramen aan de noordzijde van hun woning lieten zetten om praktische redenen, werp ik op. “Het klopt inderdaad dat in de vorige eeuw woningen aan de noordzijde vaak geen of weinig ramen hadden. Ik snap het idee wel, maar toen werd er nauwelijks geïsoleerd, dus was het noodzakelijk om de warmte binnen te houden. Maar je kan dat licht net goed gebruiken, het is een heel aangenaam licht. Daglicht hoeft niet altijd te betekenen: zonlicht. Nu is één van de problemen dat zuidelijk georiënteerde woningen vaak te kampen hebben met oververhitting in de zomermaanden.”

Onze noden veranderen, net zoals de manier waarop we leven, evolueert. Vroeger was een keuken een keuken, nu is een keuken een leefruimte. “Het eerste wat koppels tegenwoordig al zeker weten is: ‘Keuken achteraan, met zicht op de tuin’. Vaak moeten we ruimtes ontwerpen waarin alle ramen open kunnen om zoveel mogelijk binnen en buiten in elkaar te laten overvloeien. We verlangen naar die connectie met de natuur, het brengt ons rust, verstilling en heeft een positieve invloed op ons mentaal welzijn. Mede door corona zijn de mensen meer en meer buiten gaan leven, eten, vergaderen, ja zelfs interviewen (lacht) en opteren ze voor een keuken dichtbij hun buitenruimte. Vrienden uitnodigen voor een etentje in de tuin was nog nooit zo gemakkelijk. Het sociale aspect speelt een doorslaggevende rol. We ontwerpen trouwens meer en meer overdekte buitenruimtes, opnieuw om die verbinding met de natuur te voelen. En zo kunnen mensen ook in de winter gezellig buiten zitten!”

5 TIPS VOOR EEN LUMINEUZE WONING

Dat daglicht je een positief gevoel geeft en kan zorgen voor rust en connectie met de natuur, is ondertussen duidelijk. Zelf je huis een daglicht make-over geven is echter niet zo eenvoudig. Vaak komt er toch een serieuze verbouwing bij kijken, onder andere omdat je bijna altijd grotere ramen nodig hebt om het zo gewilde daglicht te laten binnenstromen. Hieronder volgen enkele tips van Rozemarijn om dat gegeerde daglicht door je huis te laten stromen (met of zonder verbouwing, jij kiest).

  1.  Kijk of er een vals plafond is en haal die eruit. Vroeger werden valse plafonds in woningen gestoken om meer warmte vast te houden, tegenwoordig zijn ze dikwijls overbodig.
  2. Maak je ramen plafondhoog. Ramen werden vroeger vrij laag gestoken. Langs onderen krijg je het licht niet binnen, je moet het licht van boven halen. We plaatsen ramen vaak zelfs voorbij de dakrand. Zo krijg je een oneindigheidsgevoel.
  3.  Gebruik niet te snel een lichtkoepel. Het is een noodoplossing voor plekken waar je echt geen licht binnenkrijgt. Er zijn meestal andere manieren.
  4. Gebruik lichte materialen in je interieur. Schilder je muren wit en werk daarna af met kleuraccenten. Zo weerkaats je het aanwezige licht. Je kan zelfs voor je vloer een heel lichte tegel of licht hout kiezen.
  5.  Werk op strategische plaatsen met spiegels die het binnenvallende licht naar een andere ruimte weerkaatsen.

 

Wie is Rozemarijn Bormans?

  • Rozemarijn woont met haar man en 2 kinderen in Antwerpen in een huis dat ze zelf verbouwde.
  • Ze is architect en oprichter van architectenbureau BO architect. Hun projecten bestaan uit verbouwingen van particuliere woningen en openbare gebouwen en restauraties van onroerend erfgoed.
  • Rozemarijn zweert bij architectuurhandboeken uit de renaissance en de barok. “We werken nog steeds met dezelfde maatverhoudingen. Als je in Italië naar een gebouw kijkt, klopt alles. Bestudeer bij een volgende citytrip naar Rome maar eens goed het Pantheon met die indrukwekkende lichtkoepel.”

 

Kaarslicht: 16u44

“Een vlammetje om iemand te herdenken, stil te vallen, of gezelligheid te creëren”

Het wordt al donker tijdens mijn rit naar huis en ik weet al wat ik straks ga doen: een boek over licht doornemen en een kaars branden. Letterlijk dan. Niet omdat de elektriciteit niet werkt, maar omdat ik na het gesprek met Rozemarijn het kunstlicht even wil weren. En ook omdat ik net zoals iedereen wel eens graag een kaars brand. Vroeger was kaarslicht de enige manier om ’s avonds nog een beetje licht in huis te hebben. Er is al weet van het gebruik van kaarsen in de vroege steentijd. Men vulde kalksteen met dierlijk vet en gebruikte een geïmproviseerde lont. En hoewel er geen enkele rationele reden is om vandaag nog een kaars te branden, toch doen we het massaal. Soms om het in ons eentje stil te maken, soms om het gezellig te maken met anderen, soms als engagement om iemand te herdenken of als we aan iemand denken. Het is blijkbaar iets wat ons verbindt. ‘Kaarsen werden al heel vroeg in verband gebracht met religieuze rituelen’, lees ik die avond in het boek van Gemma Verhuizen: ‘Licht: de invloed op lichaam en geest’. ‘Egyptische priesters brachten via lampen gevuld met olijfolie eer aan de zonnegod Ra. In de heidense Romeinse kalender was 25 december de dag van de onoverwinnelijke zon: ‘sol invictus’. Het moment waarop de dagen weer langer werden en men de geboorte van de zon vierde door het aansteken van kaarsen en vuur. Vandaag staat 25 december bekend als Kerstmis, de geboortedag van Jezus of het ‘ware licht’. Die datum werd in het jaar 345 aangeduid door Liberius, de bisschop van Rome, in een succesvolle poging om grip te krijgen op het van oorsprong heidense ritueel. Ook nu nog branden we met Kerstmis massaal kaarsen en zorgen we voor extra licht in huis’.

Met de kippen op stok

We gebruiken kaarsen echter niet langer als lichtbron voor onze avondlijke activiteiten. Daar stak de uitvinding van de gloeilamp een stokje voor. De langdurige blootstelling aan elektrisch licht ’s avonds heeft voor een omwenteling gezorgd in het slaappatroon van de mens. We zijn geleidelijk aan minder gaan slapen. Tot mijn verbazing lees ik in hetzelfde boek dat mensen voor de uitvinding van de gloeilamp doorgaans in 2 fases sliepen. ‘In de ‘eerste slaap’ ging men met de kippen op stok om te slapen tot ongeveer middernacht. Daarna volgden enkele wakende uren die men bij het licht van een kaars doorbracht met het gezin, familie of vrienden. De gestolen uren ’s nachts zorgden voor verbinding met je naasten; in het beste geval hield je er boeiende conversaties en nieuwe, creatieve inzichten aan over.’ Na dit intermezzo ging men opnieuw slapen tot de zon opkwam. Een gemiddelde nacht bestond dus in totaal uit ongeveer 9 uur slaap. ‘Tegenwoordig slapen we gemiddeld minstens een uur minder lang per nacht. Met behulp van kunstlicht rekken we onze dag en ontregelen we tegelijkertijd onze biologische klok. Het artificiële licht geeft een signaal aan onze hersenen om minder melatonine (het hormoon dat voor een goede nachtrust zorgt) te produceren.’ Conclusie: we blijven tot laat in de avond wakker en alert en vallen moeilijker in slaap. Tijd om tegen al deze boekenwijsheid te zondigen, denk ik, want ik heb dadelijk een afspraak met fotograaf Tim van den Oudenhoven. En dat is nu net iemand die begint te functioneren naarmate de duisternis intreedt.

 

Kunstlicht: 20u48

“Lichtpunten zijn remedies tegen de eenzaamheid”

LICHTPUNTEN

‘Hoi, kunstlicht’ denk ik terwijl ik mijn laptop opensla. Geen trip naar Berlijn helaas – waar Tim van den Oudenhoven ondertussen al bijna 10 jaar woont, maar een avondlijk videogesprek tussen Gent en een hotelkamer in München, waar Tim zich voorbereidt op een nieuwe expo die een dag later zal openen. De duisternis vormt het uitgelezen decor voor Tims creativiteit. “Ik ben altijd het meest productief in de avond en bij uitbreiding ’s nachts. Ik ben actiever en heb de neiging om nieuwe dingen uit te proberen wanneer er niemand rondom mij is. Ik voel op zo’n momenten een rust over me heen dalen die me helpt om dingen te maken.”

tegen eenzaamheid

Tim gaat in zijn fotografisch werk vaak op zoek naar artificieel kunstlicht dat een invloed uitoefent op ons. Zijn nieuwste reeks heet ‘SAFE_LIGHT’ en is een onderzoek naar ‘de verlatenheid van de nacht’, vandaar dat ik hem contacteer.  “De reeks gaat over een fictief personage dat ’s nachts door de stad wandelt en zich aangetrokken voelt tot lichtpunten onderweg, maar ze vertelt evenzeer iets over de verwachtingen die daar vanuit gaan: ‘Wat komt er nog op zijn pad?’, ‘Wie zal hij nog ontmoeten?’ Die lichtpunten zijn tekens van aanwezigheid, remedies tegen de eenzaamheid. Toch is er slechts in 1 beeld uit de reeks sprake van menselijke aanwezigheid en dan nog afgesloten van het personage. Je kan de reeks omschrijven als een zoektocht naar verbinding met anderen, naar leven in de duisternis. Het voelt voor mij niet zo, maar mensen interpreteren mijn werk soms als beangstigend. Dat vertelt vooral iets over hoe zij met de duisternis omgaan. Voor mij zijn de lichtpunten eerder een teken van hoop.”

Zwart

Je houdt van duisternis, maar gaat toch op zoek naar licht, is dat niet tegenstrijdig, vraag ik hem. “Neen, je moet het zo zien: ik ga op zoek naar het donkerste dat ik kan vinden, maar waar je wel nog bepaalde details in kan zien. Ik speel met de afwezigheid van licht. Zelfs als er geen licht is, ontdek ik na verloop van tijd iets dat ik wél kan zien. In mijn reeks ‘Disparitions’ staat er geen enkele lichtbron op de foto, maar toch zijn de beelden niet 100% zwart. De toeschouwer moet zijn ogen even laten wennen aan de duisternis. Pas dan begin je de details te ontdekken, net zoals in het echte leven. Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet. Toen ik de reeks presenteerde in een tentoonstelling, verblindde ik het publiek voor het binnenkomen met een spotlight. Zo leken de foto’s nog meer op zwarte vlakken en duurde het langer om details te onderscheiden. Ik stelde het geduld van de toeschouwers op de proef en dat was spannend. Sommige mensen waren te ongeduldig, raakten gefrustreerd en verlieten de expositieruimte. Ook in mijn ‘Horror Vacui’-reeks werk ik met zeer veel zwart in de beelden. Je ziet een grote ruimte van niets, met ergens in de verte een lichtpuntje: een huisje, een tankstation, een element in het landschap … Dat geeft vertrouwen, maar het voelt tegelijkertijd bevreemdend omdat alles omgeven is door zwart. Ik zie het als een begin, een teken van leven in de duisternis waarbij jij als toeschouwer de moeite moet doen om de rest van het landschap in te vullen met de schaarse elementen die ik aanbied.”

“Mensen interpreteren mijn werk soms als beangstigend. Dat vertelt vooral iets over hoe zij met de duisternis omgaan”

Wie is Tim van den Oudenhoven?

  • Tim van den Oudenhoven studeerde Germaanse en Beeldende Kunst. Hij woont in Berlijn.
  • Zijn favoriete nachtdier is: “De vos! “Ik kom ze hier in Berlijn vaak tegen op mijn nachtelijke wandelingen.”
  • Hij werkt voornamelijk met fotografie en focust zich op thema’s als tijdloosheid en vergankelijkheid.

 

Maanlicht: 00u05

“Ik zie meer daglicht dan mensen met een 9 to 5”

DE MAAN EN (NIEUWE) SPIRITUALITEIT 

Brillicht, daglicht, kaarslicht, kunstlicht en tot slot maanlicht. Daar hebben we het nog niet over gehad. Het geloof in de mysterieuze krachten van de maan is niet nieuw – oude natuurgodsdiensten geloofden in de maan en sterren als gidsende entiteiten – maar het heeft opnieuw aan belangstelling gewonnen in een wereld waar alles onzeker is. Scrol maar eens door Instagram en je zal merken dat de hemellichamen opnieuw velen beroeren. Welkom terug maan als spirituele gids in het leven van millennials. De maan is een houvast, zonder dat haar kracht bewezen moet zijn of op waarheid gebaseerd. Het is een nieuwe religie die eigenlijk heel oud is. Misschien verlangen we heel hard naar de verloren connectie met de natuur? Misschien voelen mensen door alle schermen en technologische snufjes opnieuw de drang om zich los te koppelen. Weg van het beredeneerde, de algoritmes, het onpersoonlijke. Weg van de lichtvervuiling ook, die auteur Paul Bogard in zijn boek ‘The end of night’ omschrijft als een ‘spiritueel verlies van onze soort, die al duizenden jaren betekenis vindt in het licht boven ons.’

In een wereld die nooit stilstaat, moet ook bij maanlicht de industrie blijven draaien. Mattias is zo’n persoon die ’s nachts niet op beide oren slaapt, maar fris en monter aan het werk is. Hij werkt al vier jaar als lijnoperator bij Ontex, een fabriek in Eeklo die hygiënische oplossingen zoals luiers en maandverbanden produceert en tevens mijn laatste halte van de dag. De eerste jaren werkte hij er in een ploegensysteem, maar sinds augustus ruilde Mattias de ploegen voor de donkerte van de nacht. “Voor precies hetzelfde werk verdien ik ’s nachts meer. Ik haal ook meer uit mijn dagen. Wanneer ik opsta, meestal ergens tussen 12 en 13 uur, heb ik nog een hele dag voor mij. Dat is een zalig gevoel”, vertelt Mattias me tijdens zijn pauze. “Veel mensen hebben de misopvatting dat nachtwerk ervoor zorgt dat je geen sociaal leven kan hebben, of dat het moeilijker is om een relatie te onderhouden. Ik ben het daar niet mee eens. Mijn vriendin heeft wat mensen ‘een normaal bioritme’ noemen. Toch slagen we er goed in om onze beide schema’s mooi op elkaar af te stemmen. ’s Middags eten we vaak samen en ’s avonds doen we dat opnieuw, vlak voor ik naar het werk vertrek. Ik heb niet  et gevoel dat mijn nachtwerk ons parten speelt.” Het lijkt mij niet vanzelfsprekend om een bioritme aan te houden dat zo anders is dan onze natuurlijke interne klok, werp ik op. De mens, een dagdier, is geprogrammeerd om ’s nachts te slapen wanneer het donker is … “Ook daar heb ik eigenlijk geen last van. Al moet ik toegeven dat mijn collega’s soms wel aangeven dat ze met ouder worden meer moeite hebben om overdag te slapen. Misschien staat mij dat in de toekomst nog te wachten. Maar op dit moment lukt het prima. Ik vind ook gemakkelijk rust na de werkdag, omdat ik alleen woon. Ik stop om 5u ’s ochtends met werken, kom thuis in een leeg huis en duik meteen mijn bed in. Als ik een gezin zou hebben, kan dat natuurlijk niet zomaar. Ik heb een vriend die ook ’s nachts werkt; hij kan pas om 8u30 gaan slapen, nadat de kinderen gewassen én op tijd de deur uit zijn voor school. Dat maakt het natuurlijk een stuk moeilijker.” Ik kan een geeuw niet onderdrukken. Nu het winter is, word ik sneller moe. Ik heb het daglicht nodig voor mijn energie, excuseer ik me. Mattias lacht gemoedelijk. “Weet je, ik durf te wedden dat ik in de winter meer daglicht zie dan jij. De meeste mensen vertrekken in het donker naar het werk, zitten een hele dag in een ruimte met kunstlicht, en wanneer ze hun werkdag afsluiten, is de zon al weer gaan zakken. Dat probleem heb ik niet.” Mattias werpt een blik op zijn horloge, het werk roept. We nemen afscheid en ik wandel de duisternis tegemoet. Onderweg naar huis kijk ik reikhalzend uit naar mijn bedje dat thuis op mij staat te wachten. Slaapzacht.

“Wanneer ik opsta, meestal ergens tussen 12 en 13 uur, heb ik nog een hele dag voor mij”

Wie is Mattias De Spiegeleire?

  • Mattias De Spiegeleire (35) werkt al 4 jaar als lijnoperator bij Ontex in Eeklo.
  • Hij woont alleen in Maldegem.
  • Hij gaat graag vissen en fietsen

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.