Koken zonder dampkap

Over eten lees ik online en offline doorgaans angstvallige gedachten. Hoeveel calorieën en boosaardige kiemen zitten er heimelijk verscholen in mijn bord? Is dit of dat wel gezond? Is si of la wel veganistisch, halalistisch, biologistisch, glutanitistisch? Is de schotel wel klaar in minder dan 15 minuten? Stuk voor stuk vragen die het allerbelangrijkste van de maaltijd compleet aan het oog onttrekken.

Onze (ver)magere(nde) beschaving verloor namelijk uit het oog dat samen lekker veel eten (naast slapen) wellicht de meest heilvolle menselijk activiteit is. Groentjes geduldig en liefdevol gesneden, de verlokkelijke geuren van een keuken zonder dampkap waar huisgenoten en gasten rond de dis worden gelokt, de handige vingers van de kok en zijn of haar onvoorwaardelijk, onuitgesproken en gul engagement. Liefde voor al wie aanwezig is en voor wie misschien nog toevallig zal binnenspringen.

Lang geleden was ik toevallig te gast bij een hoogbejaard, verpauperd Turks oudje (ze was meer dan honderd!), ergens in een onooglijk dorpje in Anatolië. Haar huis: een keukentje en één kleine slaapkamer. Aangestampte aarde. Het was nog flink voor middaguur. Binnen de tien minuten toverde ons omaatje voor de vijf gasten een heerlijke, warme maaltijd. Haar geheim? Niet de koelkast, want die had ze niet. Wel haar toewijding. Hoewel ze alleen woonde, kookte ze elke dag voor een heel huishouden. Zelf at ze telkens de restjes van de dag ervoor. Zo stonden de verse gerechten altijd klaar voor wie toevallig langskwam. ‘Afiyet olsun!’ zei ze. (‘Er weze eetlust’) – Ellerinizden sağlık (‘Uit je handen kome gezondheid’), antwoordden wij.

Sinds begin juni – het moment waarop we van moeder corona weer volk mochten ontvangen om te tafelen – denk ik geregeld terug aan dat omaatje, want dit is wat ik echt heb gemist: ontspannen, genieten, me samen met anderen laten gaan. Eindelijk hebben we weer tijd om te keuvelen, te praten, voorzichtig moeilijke onderwerpen aan te kaarten, te luisteren, samen plannen te maken. Eindelijk kunnen we weer zwijgend tegenover mekaar zitten, zonder ons te hoeven schamen. Vrolijk of verdrietig zijn in elkaars aangezicht, ons geborgen voelen en tonen.

 

Wie is Filip Erkens?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Veerle Frissen

Filip heeft zijn eigen atelier voor grafische en aanverwante toepassingen. Daar doet hij onder andere de grafische vormgeving van Still magazine. Hij houdt van Bie, zijn 3 kinderen, de Russische taal en geschriften, kamperen in zijn daktent op verborgen Belgische grond, sauna’s van meer dan 100°C, buren die andere talen spreken, Mc Donalds in ’t geniep en urenlang tafelen. Hij droomt ervan om van Gent naar het Baikalmeer te rijden en op de terugweg een ommetje te maken langs Mongolië; in Kazachstan wil hij de E40 nemen, terug naar huis.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.