De kleren maken de mens

 7 stille fashion trends

Redactie: Veerle Frissen & Mattias Devriendt, fotografie: Veerle Frissen & Hans Eijkelboom

 

We staan op, wassen ons lijf en kleden het daarna aan. Soms denken we daarbij heel diep na, soms een beetje en soms helemaal niet. Maar we gaan niet naakt de straat op (dat mag trouwens niet). Misschien voel jij je een fashion girl, een excentrieke gast, een glitterkanon, een grijze muis of een nette heer. Of gewoon een sloddervos. What’s in a name? We worden allemaal bepaald door onze kledij. En die schoenen, hoeden, broeken en dassen verbinden ons meer dan we denken! Of ze tonen ons (gebrek aan) engagement. Wist je dat er zelfs ‘stille’ kledij bestaat? Trek even je sloffen aan om jouw kledingstijl te analyseren aan de hand van 7 stille trends. Deskundig ontleed door professoren, theologen en textielproducenten!

 

1. Een gedeelde stijl

    Elke subcultuur heeft zijn ceintuur

 

UITDAGENDE TEKSTEN

Kledij is zo oud als de mens. Of toch bijna. Antropologen zeggen dat de eerste kledij gedragen werd uit pure noodzaak. Mensen werden op zeker ogenblik minder harig en moesten zich bedekken om zichzelf warm te houden. Toch oversteeg kledij al heel snel het functionele. Kleren werden aangepast al naargelang de persoonlijke wensen van mensen en kregen zo ook een decoratieve functie. Ziedaar de eerste trends… en dus ook de eerste vormen van groepsvorming op basis van het uiterlijk. “Kledij is nooit neutraal”, stelt VUB professor en geschiedkundige Peter Scholliers. “Wie zich kleedt, is zich eigenlijk aan het verkleden. In het proces van (ver)kleden uit je jezelf als type mens en verbindt je je met dezelfde types. Op die manier kan je het ontstaan van bepaalde subculturen en hun aantrekkingskracht begrijpen. Mensen gaan op zoek naar anderen met een gedeelde identiteit, normen en waarden. Kleding is een taal. Men legt bepaalde accenten en er zijn verschillende dialecten. Het verbindt en is de uitdrukking van hoe je wil dat anderen je zien. Tegenwoordig doen veel mensen dat ook letterlijk. Ze dragen shirts met herkenbare opschriften of sweaters met uitdagende teksten. Zo zetten ze zich af tegen bepaalde groeperingen of tonen net dat ze ergens bij horen.”

Nice to know

Postcode op sweater stimuleert stadsgevoel

Geboren Oostendenaars Shirah Miroir en Koenraad Vandenabeele baten samen twee Scandinavisch geïnspireerde conceptstores uit: Ferm Femme en Ferm Homme. Ze spelen in op de stedelijke trend om t-shirts of sweaters te bedrukken met postcodes of typische uitspraken uit de betrokken stad. Geografische identificatie als nieuwe subcultuur! “Onze collectie weerspiegelt het karakter van de Oostendenaar. We zijn een groep mensen die wel wat verdragen en we nemen de dingen niet al te serieus. Er leeft hier een oprechtheid en echtheid die je op weinig plaatsen terugvindt en die de stad uniek maken. We staan er soms niet bij stil dat onze oprechtheid bij anderen in het verkeerde keelgat kan schieten”, lacht ze. “De kledinglijn heeft het al grote groepsgevoel in Oostende verder versterkt. Er is bijvoorbeeld een Facebookgroep met de naam ‘Ik zien van Oostende en Gie nie, uut de kant’ waar er gepost wordt over de collectie. Kijk, wie een kledingstuk met een boodschap draagt, maakt een geëngageerd statement. Hij of zij verbindt zich met een bepaalde groep. In het geval van Ferm is dat niet enkel de groep van Oostendenaren maar ook de groep van mensen die kiest voor duurzame kledij. Alles wordt immers lokaal geproduceerd met organisch katoen.”

Dat kledij een taal op zich is, beaamt Shirah. “Bij ons is dat dus niet alleen symbolisch, maar zelfs letterlijk. Ik studeerde zelf taalkunde en één van de doelen van de collectie is het Oostendse dialect in de verf zetten en behouden. Vroeger was ik de enige leerling in de klas die nog het Oostendse dialect sprak en nu merk ik des te meer dat jonge mensen de betekenis van bepaalde woorden of uitdrukkingen niet langer kennen. Daarom ploos ik het Oostends Dialectwoordenboek uit en zo kwamen we tot een shortlist van typische Oostendse uitspraken die we graag wilden vereeuwigen in een kledinglijn.” Vaak zijn het korte zinnetjes of woorden die een beetje een cru kantje hebben. Toch in de ogen van buitenstaanders. “Maar echte Oostendenaren kunnen tegen een stootje en nemen er weinig aanstoot aan als ze ‘stienkaerd’, ‘zwoateloare’,’kutwuf’ of ‘niewèèrd’ genoemd worden.” De trend zal wellicht weer verdwijnen, maar Shirah voegt eraan toe dat ze zich zullen blijven engageren om Oostende te promoten. “Zelfs als de collectie niet blijft bestaan, zou het fijn zijn om te merken dat mensen de woorden nog zouden kennen.”

STRIJDMIDDEL

Je eigen kleren kiezen, zit ingebakken in ons zijn. Denk maar even aan sommige kleuters die amper zindelijk zijn, maar wel al zelf willen beslissen  wat ze wel en niet dragen. Voor je het weet, willen ze over alles zeggenschap, van accessoires tot kapsel! Dat soort gedrag is een reactie tegen het ouderlijk gezag. Waar er vroeger geen onderscheid bestond tussen kledij van volwassen en kinderen – kinderen werden gekleed als mini-volwassenen – is er nu keuze te over. Jongeren krijgen bovendien vaak een kledingbudget waardoor ze veel vroeger de mogelijkheid hebben tot het uiten van hun individualiteit door middel van kledij. “De keuze van kleding is lang niet louter een individuele keuze”, aldus Scholliers. “Ze wordt bepaalt door onze opvoeding, komaf, ideologie en wereldbeeld. Bij kinderen is dat natuurlijk het wereldbeeld van hun ouders. Wanneer ze zich hier­tegen afzetten is dit vaak maar tijdelijk. In die periode willen ze ergens bijhoren. Ze willen zich verbinden. In hun zoektocht naar een eigen identiteit komen ze gelijkgestemden tegen.” De leeftijd waarop een kind kledij als een strijdmiddel hanteert, hangt af van het moment waarop het wil rebelleren. Een meisje van 16 verwoordde het in een tijdschrift als volgt: ‘Door mijn kledingkeuze kan ik elke 5 minuten mijn persoonlijkheid aanpassen’.

Nice to know

T-shirt mag Che Guevara bedanken

T-shirts zijn een manier om ons engagement te tonen, gaande van onze politieke kleur, geaardheid, feministische overtuiging of muziekvoorkeur. Wist je dat de echte doorbraak van de T-shirt als expressiemedium er kwam toen Che Guevara er voor het eerst op prijkte?

 

2. Duurzaam produceren

    Beter een lokale das, dan een verre jas

 

ZELF STIKKEN

Ook al op een familiefeest toegekomen waarop een verre neef precies dezelfde jas blijkt te dragen? Of nog erger, op reis in een ander werelddeel een passant spotten met dezelfde schoenen? De globalisering is bij uitstek dagelijks te zien in onze kledij. Dat is de reden waarom iedereen er op den duur gelijkaardig uitziet. We kopen kledij bij een handvol ketens die overal ter wereld vestigingen hebben en op massale wijze dezelfde stuks produceren. Toch is er een duidelijke trend naar zelf gestikte stukken, duurzaam geproduceerde collecties of lokaal geproduceerde kledij, al zijn die laatste eerder zeldzaam. Het aantal Belgische producenten van kledij is immers op één hand te tellen. Familiebedrijf Celesta uit Wevelgem is één van hen met een focus op ‘fashion’, ‘lingerie’ en ‘corporate fashion’. “Gediplomeerde kleermakers stikken hier onder andere de kostuums voor de NMBS, pitteleers met gouden knopen voor medewerkers van het Koninklijk Paleis en de lingerie voor bekende merken zoals La Fille d’O en La Perla”, leggen zaakvoerders Mieke en Rony uit. In totaal werken er 25 mensen voor Celesta, waaronder de twee zonen van Mieke en Rony. Een uniform heeft voor Celesta ook een aantal specifieke vereisten, waaronder duurzaamheid. “Een uniform is bij ons altijd gemaakt uit een sterke stof om lang mee te gaan, is regenbestendig en onderhoudsvriendelijk. Ook ontwerpen we onze uniforms met de specifieke werkomstandigheden indachtig. Zo ontwierpen we een heel mooie, stevige hoed voor boswachters, gemaakt om de natuurkrachten te doorstaan”, vertelt Rony. Kledingketens zoals Primark en Zeeman zijn voor hen een doorn in het oog. “De kleren worden geproduceerd in slechte werkomstandigheden met minderwaardige stoffen. Ze engageren zich niet. Duurzaamheid is wel het laatste waar het bij hen om draait.”

PROPERE KLEREN

Maar Rony en Mieke zien ook veel positieve dingen. “Er is een groot verschil tussen de oudere, meer hypocriete generatie en de jongere meer geëngageerde”, legt Mieke uit. “Voor oudere mensen is de prijs veel doorslaggevender dan het duurzame karakter of de productieplek. Jonge mensen pikken die uitbuiting en wegwerpcultuur veel minder. Weet je dat wij gemiddeld 3 à 4 aanvragen per week krijgen van ontwerpers die hun kledij graag lokaal geproduceerd zien? Jonge mensen zijn ook veel milieubewuster en bereid daar een meerprijs voor te betalen. Ze willen ‘propere’ kleren.” Rony knikt. “De katoenindustrie is heel vervuilend, ook de biologisch geteelde. Katoen wordt nu eenmaal vaak in droge gebieden gekweekt. Daar komt enorm veel irrigatie aan te pas. Wij engageren ons om alternatieven te verkennen zoals Tencel, een cellulose-vezel gewonnen uit hout afkomstig van Eucalyptusbomen. De stof is zachter dan katoen en gebruikt slechts 1/40 van de hoeveelheid water die er nodig is in de katoenindustrie”, zegt Rony trots.

Nice to know

12% van alle kleren wordt nooit gedragen

Uit onderzoek van antropologe Sophie Woodward bij vrouwen blijkt dat ongeveer 12% van alle kledij die ze aankopen, niet of nauwelijks wordt gedragen.

Nice to know

Met 15 PET-flessen
maak je 1 jas

De PET-fles krijgt vandaag een nieuw leven als kledingstuk door de polyesterdraad die eruit gewonnen wordt ­tijdens het recyclageproces. Met 15 tot 20 flessen maakt men een jas.

Nice to know

Vooruit in Gent eerste plek waar prijzenslag
voor textiel plaatsvond

  1. In Gent ziet Vooruit het levenslicht. Een arbeiderscoöperatie die start met een bakkerij, maar daarna ook andere diensten en goederen voor arbeiders aanbiedt zoals medicijnen en kledij. Er wordt een kledingatelier opgericht waar naaisters op massale doch ambachtelijke wijze arbeiderskledij produceren. Hoe meer stuks, hoe lager de kosten, is het devies! Edward Anseele, een socialist wil de prijs van kledij verder drukken door de productie te verplaatsen naar fabrieken in Duitsland waar kledij op mechanische wijze geproduceerd kan worden. Met als gevolg dat de arbeidsters van Vooruit in staking gaan. Ze weigeren daarenboven om kledij die elders aangekocht werd, te herstellen. Ziedaar het allereerste moment in de Belgische geschiedenis waarop de prijs doorslaggevender was dan de kwaliteit en de duurzaamheid van de stof.

 

3. Ethisch shoppen

    Een hoede daad is goud waard

 

TWEEDEHANDS

“Ethisch en geëngageerd kan je de modewereld moeilijk noemen. Ze draait gigantisch veel omzet. Het gaat om enorme budgetten”, legt professor Peter Scholliers uit. Winst maken is het allerbelangrijkste en dan is zelfs negatieve aandacht gewenste aandacht. Toch wordt ethisch shoppen steeds belangrijker, vooral bij jongeren. Maar ethisch geproduceerde kledij, is dat niet ontzettend duur en vooral weggelegd voor de happy few die het zich kunnen veroorloven? “Als je het bekijkt vanuit het standpunt van mensen met een laag inkomen, kan je hen niet verwijten dat zij hun kledij kopen in pakweg Primark”, stelt hij. “Maar uiteindelijk moeten we ons de vraag stellen of we het ons nog kunnen veroorloven om zoveel textiel gewoon weg te gooien in plaats van te investeren in een degelijk recyclagebeleid.” Het wegwerpmodel waar vele grote ketens op teren, wordt door steeds meer mensen in vraag gesteld. Een T-shirt voor 2 euro? Achter zo’n goedkoop en massaal geproduceerd stukje textiel zit een keten van uitbuiting, verspilling en milieuvervuiling. “De trend bij jongeren is dan ook tweedehands. Tweedehandskledij is niet langer stoffig maar hip. En niet enkel arme mensen doen er hun voordeel mee, ook studenten en modebewuste stedelingen zoeken vaak tweedehandswinkels op om dat unieke stuk op de kop te tikken. Ethisch kopen hoeft dus niet duur te zijn.”

Nice to know

Priesters sturen outfit bij na moord op collega’s

We willen graag weten of het familiebedrijf Celesta in Wevelgem, één van de laatste Belgische textielproducenten, rekening houdt met ethiek bij het ontwikkelen van kledij. “Soms is het oppassen geblazen met kleuren van politieke partijen en voetbalploegen”, weet Rony. Ook bepaalde kleurencombinaties die in landsvlaggen voorkomen, vermijden ze liever. “Bont is al een hele tijd uit de mode wegens ethische overwegingen. Valse bontjes maken echter hun opmars”, vult Mieke aan. Ten slotte is Celesta in 2017 gestopt met het produceren van de witte boorden voor priesterhemden. “Jonge priesters die op missie vertrekken naar het buitenland lopen liever niet meer té herkenbaar als geestelijke rond. Er zijn namelijk te veel priesters vermoord…”, aldus Mieke nog.

POLITIEK CORRECT

Flaters zoals die van modeketen Zara die een pyjama uitbracht die wel heel erg veel weg had van het uniform dat Auschwitz-gevangenen verplicht moesten dragen, inclusief gele ster, zijn volgens Peter Scholliers in grote mate georkestreerd. De grote modeketens hanteren volgens hem het principe van berekende schade. “H&M bracht een tijdje geleden een hoofdtooi met paarse en roze veren uit als accessoire voor muziekfestivals en model Charlie Kloss liep de Victoria’s Secret modeshow met een uit de kluiten gewassen verentooi. Beiden een verwijzing naar de verentooi als teken van respect en eer in de oorspronkelijke cultuur van de Native Americans. Maar zonder geschiedenis of context wordt een deel van de identiteit van die groep plots inwisselbaar of stereotiep. Het wordt letterlijk verkleden”, benadrukt professor Scholliers. “Tegen dat soort culturele toe-eigening werd al meermaals geprotesteerd door geëngageerde mensen. Met succes. Een festival in Canada dat plaatsvond op de geboortegrond van originele bewoners van het land, bandde alle verentooien en andere accessoires die te maken hebben met de cultuur van de Native Americans.”

 

4. Iedereen uniform!

    Een gegeven broek kijk je niet in de pijp

 

ONBEWUSTE KEURSLIJVEN

De uniformen zijn op de meeste scholen afgeschaft en op werkplekken zijn de eisen op vlak van kledij steeds losser. Dat betekent echter niet dat iedereen zomaar draagt wat hij of zij wil. Onbewust meten we ons een uniform aan. Fotograaf Hans Eijkelboom fotografeert al 22 jaar mensen in winkelstraten of shoppingcentra. Hij kiest een strategische plaats uit en fotografeert discreet met een kleine camera op zijn buik.  Na een tijdje merkt hij een regelmatig terugkerende kledingstijl op, waar hij zich nog maximum twee uur lang op focust. De geselecteerde foto’s belanden samen in een raster. Zo komt hij tot ‘types’. De fotograaf wil aantonen dat we ons onbewust conformeren aan en verbinden met een bepaalde groep ondanks het valse idee dat onze kledingstijl heel erg uniek en persoonsgebonden is. “Onze voorkeur wordt bepaald door de tijd waarin we leven en de plaats waar we geboren zijn en evolueert bovendien met leeftijd”, legt professor Scholliers uit. “Lang haar, metal, emo, punkers, dreadlocks: zetten we ons in de puberteit nog sterk af tegen de maatschappij, dan gaan we ons steeds meer conformeren naarmate we ouder worden. Onze werkcontext beïnvloedt dat heel sterk.” Professor Scholliers merkte tijdens een bezoek aan het rusthuis op dat bejaarden steeds dezelfde kledij lijken te dragen, ongeacht of ze hippie, dandy of punker waren in hun jonge jaren. “Een keurslijf zonder dat iemand het opmerkt.” Mieke en Rony Van textielfabrikant Celesta geven aan dat bijna alle designers die bij hen komen aankloppen zwart dragen. “Zwart straalt macht uit en schrikt af”, vertelt ze. “Men bewaart er een zekere afstand mee, maar drukt er toch zijn of haar eigenheid mee uit. Die ontwerpers lijken dus onbewust allemaal op elkaar.” Wil je overkomen als een toegankelijke persoon, dan draag je volgens Mieke best felle kleuren of leuke motieven. “Wil je daarentegen opgaan in de massa, dan zijn grijs, groen en bruin goede kleuren.”

PERSONALISEREN

Wat als we gedwongen worden een strak uniform te dragen en onze persoonlijke spullen op te bergen in het kledingkastje van ons werk of onze school? Professor Peter Schollier: “Eventuele verschillen worden door het dragen van een uniform uitgegomd, maar ze worden niet meer zo strak gecontroleerd als vroeger. Dat biedt mogelijkheden. De manier waarop het dasje van een uniform geknoopt is, kan een uitdrukking van je eigen individualiteit zijn; door een lossere knoop toon je bijvoorbeeld je nonchalantere aard. Ook accessoires die je toevoegt aan je uniform kunnen veel zeggen over je persoonlijkheid. Met een pin kan je uitdrukken waar je engagement ligt, misschien voeg je een riem toe aan je uniform om het te personaliseren. Daarmee geef je subtiele signalen.”

UNIFORMEN

In een maatschappij waarin de ongelijkheid tussen verschillende bevolkingsgroepen stijgt, is het uniform plots geen zo’n gek idee meer als oplossing. “Het grootste voordeel van het dragen van een uniform is het verbinden van groepen mensen doordat bijvoorbeeld de verschillen tussen rijk en arm vervagen. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de daklozenvoetbalteams die jaarlijks de Belgian Homeless Cup spelen. De dak- en thuislozen die eraan deelnemen winnen aan zelfvertrouwen. Het voetbaluniform helpt hen om zich even profvoetballer te voelen.” Maar ook werkgevers zijn niet happig om het uniform zomaar af te schaffen. Denk maar aan de stewardessen van Brussels Airlines, de sportieve verkopers in Footlocker of boswachters in functioneel uniform. “Op die manier is elke leerling of werknemer gelijk. Een uniform laat je toe om in de rol te glijden die de functie je oplegt”, besluit Scholliers.

Nice to know

Jeans is een uniform uit vrije wil

Jeans is wereldwijd het populairste kledingstuk en dat al lange tijd. Volgens zaakvoerder Mieke van textielfabrikant Celesta uit Wevelgem is jeans een soort uniform uit vrije wil. “Iedereen draagt het en je kan het met alles combineren. Het valt niet echt op en laat je toe om op te gaan in de massa. En bovendien wordt het niet snel vuil”. Haar man Rony legt uit dat Levi’s de eerste was om van de werkbroek die jeans oorspronkelijk was, een gewild kledingstuk voor jongeren te maken. “De populariteit van de jeans steeg naar grotere hoogtes door begin jaren ’80 de ‘washings’ te introduceren die de harde jeans zachter maakten, maar niet aan sterkte lieten inboeten.” Of hoe een jeans daarna een soort universeel uniform werd…

 

5. Eentonig uitgedost

    Hetzelfde hemd op ieder moment

 

CASUAL CHIC

Doorheen de jaren is het onderscheid tussen doordeweekse kledij, werkkledij en zondagse kledij stilaan vervaagd. We neigen meer naar ‘casual chic’. De kledij die we op het werk dragen, dragen we evengoed in onze vrije tijd en zelfs op een familiefeest. Rony en Mieke van textielfabrikant Celesta vinden dat een spijtige evolutie. “In korte broek naar een trouwfeest? Tegenwoordig moet dat kunnen, maar voor ons is dat toch moeilijk. Wij hebben het altijd anders gekend. Het is een trend die we niet onmiddellijk zien zitten”, lacht Rony. Volgens Mieke willen mensen steeds minder opvallen, waardoor de chique kledij vaak in de kast blijft. “Alleen met oudejaar doen we nog eens extra ons best. De speciale eindejaarcollecties met veel fantasietjes in delicate stoffen, zijn dan onze prioriteit.”

Nice to know

Tot 1945 was roze mannelijk en blauw vrouwelijk

Roze voor meisjes en blauw voor jongens! Neen, hoor. In de geschiedenis stond roze lange tijd bekend als een kordate kleur, uitermate geschikt voor mannen. Blauw daarentegen stond voor fragiliteit en was meer iets voor meisjes. Pas na WO II kwam er een kentering onder invloed van reclame en werd roze een duidelijke meisjeskleur. Toch komen kledingketens langzaam terug op deze onderverdeling en is er een voorzichtige trend naar genderneutrale kledij voor baby’s. Bij kinderkledij speelt die opdeling een pak minder en wordt er vaak een veel breder kleurenpalet aangeboden. Vrouwen dragen volgens Mieke van Celesta in Wevelgem wel nog vaak het typische Barbie-roze of net de zachtere vieux-rose varianten. “Maar ook voor mannen kunnen roze hemden heel goed. Een goedgekozen outfit kan een persoon helemaal doen openbloeien.”

Nice to know

De geschiedenis van onze kleerkast

Vandaag is er weer een sterke trend naar 1 type outfit die we in gelijk welke context kunnen aantrekken.
Maar het is ooit anders geweest…

1920

Terwijl de uitgaven voor kledij in 1890 nog gelijk waren voor man en vrouw, merkt men dat na WOI de uitgaven van vrouwen voor kledij sterk toenemen. Dat kan verklaard worden door het feit dat vrouwen zich niet langer uitsluitend in de ‘backstage’, zijnde thuis bevinden maar zich ook bewegen naar de ‘frontstage’. Een groeiend aantal vrouwen gaat buitenshuis werken. Daardoor ontstaat een nood aan differentiatie. Daarenboven wordt de ‘backstage’ ook meer en meer ‘frontstage’. Mensen ontwikkelen de gewoonte om vaker mensen thuis te ontvangen. Ook daarvoor is er aangepaste kledij nodig. Eén outfit volstaat niet meer. Kledij werd wel zo lang mogelijk gedragen. Een broek die men buitenshuis droeg werd na verloop van tijd een broek die men enkel binnenshuis droeg in de eigen comfortzone en uiteindelijk een broek om ‘vuil te maken’ bij het tuinieren of bij schilderwerken. Oude handdoeken die tot de draad versleten waren, werden vodden voor huishoudelijke klusjes.

1945

Na de Tweede Wereldoorlog neemt de koopkracht enorm toe. Mensen zijn bereid om geld uit te geven aan kledij in plaats van die eindeloos te laten herstellen. Vrouwen krijgen meer mogelijkheden tot expressie en fantasie en de mode specialiseert zich in de verschillende rollen van de vrouw. Reclame doet er nog een schepje bovenop. Voor mannen zijn er in veel mindere mate nichemarkten zoals golfbroeken of speciale kledij om met de auto te rijden.

1970

Vanaf de jaren ’70 ontploft de markt van gedifferentieerde kledij: er is vrijetijdskledij, sportkledij, reiskledij, werkkledij, zondagse kledij, feestkledij, kinderkledij en kledij specifiek voor oudere mensen. De media en reclame spelen hier gretig op in aan de hand van uitgebreide modereportages en reclamecampagnes en creëren op die manier soms nieuwe noden. Oudere mensen worden door reclame aangespoord om zich jong te blijven kleden. ‘je bent zo oud als je je voelt’. Vrouwen worden dan weer aangespoord om bepaalde idealen na te streven en zich te kleden zoals sommige rolmodellen.

 

6. Sober stileren

    Rust in de stof, rust in het hoofd

 

NORMCORE

Een tweetal jaar geleden werd de term ‘normcore’ geïntroduceerd. Het gaat om een trend bij jonge, bewuste consumenten die moeite hebben met de grote merken en eindeloos veranderende trends in de mode. “Ze gaan op zoek naar ‘stille’, merkloze, tijdloze kledij die uitblinkt in draagcomfort” legt professor Peter Scholliers uit. “Liefst is het kledij die lang meegaat en op een duurzame en lokale manier geproduceerd wordt. Die drang naar stille soberheid, bescheidenheid en eenvoud in kledij kan men in vele religies herkennen”, legt professor Scholliers uit. “Soms hangt ze samen met de drang om zo weinig mogelijk tussen te komen in wat de natuur te bieden heeft. Kledij, net zoals voeding, wordt op een lokale en duurzame manier geproduceerd zonder te veel impact te hebben op de omgeving en het milieu. Ze bieden mensen een houvast en drukken de boodschap uit: ‘ik doe niet mee’. Het is nee fluisteren wanneer de rest van de wereld de hele tijd ja schreeuwt.”

Nice to know

Hoe priesters het habijt inruilden voor een pull

We hoeven het niet te ver te zoeken. De normcore trend heeft veel kenmerken gemeen met wat geestelijken bij ons al eeuwenlang doen: merkloze kledij die uitblinkt in soberheid, draagcomfort en tijdloosheid. Waar de klederdracht van geestelijken in de katholieke kerk altijd een echte identity marker was, is dat vandaag veel minder het geval. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962) zijn de kledingvoorschriften veranderd en versoepeld en meer aangepast aan de huidige tijdsgeest. Priesters zijn amper nog te herkennen in het straatbeeld. Denk maar aan de sympathieke jonge priester Pieter Delanoy die deelnam aan De Mol. De soutane werd vervangen door gewone kledij, vaak afgewerkt met een kruisje. Een duidelijke trend. Hier en daar vind je nog een priester die een hemd met witte priesterboord draagt, maar ze worden steeds zeldzamer. Het is ooit anders geweest en de meesten kennen het beeld nog wel: de priester gekleed in een zwart gewaad met een witte priesterboord of de non waarvan het hoofd bedekt is met een kap. Samen met de kap was het habijt ook bedoeld om de vrouwelijke vormen te camoufleren. Tegenwoordig is het habijt vervangen door grijze of donkere kledij en zijn de zusters vrij al dan niet een grijze kap te dragen. Maar zelfs die minder strikte kledij wordt in onze huidige maatschappij vaak scheef bekeken of stuit op onbegrip. “Het is  een teken van vervreemding en onwetendheid”, legt Bryan Beeckman van de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven uit. “Doordat de religie verdwijnt uit alle domeinen van de publieke sfeer van de samenleving, zijn we vervreemd van de katholieke traditie waarop de Vlaamse maatschappij lange tijd gestoeld was. Waar het beeld van een priester in soutane enkele decennia geleden nog gemeengoed was, is dat nu iets vreemds geworden. Die vervreemding heeft gezorgd voor veel onwetendheid. De Vlaming weet steeds minder over het katholicisme of het christendom en verliest het besef van de christelijke wortels van het eigen leven.”

 

7. Verstandig imiteren

    De knoop valt niet ver van het gat

 

#IKKOOPBELGISCH

De Belgische atletiekster Elodie Ouedragogo startte in 2016 met haar eigen kledinglijn. 99.99% van de materialen zijn van Belgische afkomst. Als ambassadeur van #ikkoopbelgisch wil ze een rolmodel zijn voor consumenten en hen aanzetten lokaal en duurzaam te kopen. “In de mode geldt de theorie van ‘trickle down’ waarbij bepaalde trends na verloop van tijd neerdwarrelen van de hogere sociale klassen naar de lagere”, verklaart professor Scholliers.  “Heel het concept van mode en ‘haute couture’ is daarop gebaseerd. Waar deze overdracht vroeger gebeurde door de aristocratie die regelmatig een publiek optreden maakte, gebeurt dit nu grotendeels door de sociale en traditionele media. Mensen willen grote sterren en ‘influencers’ imiteren om er zelf bij te horen. Mode- en vrouwenbladen spelen daar gretig op in.” Alle trends, of het nu om duurzaamheid, ethiek, soberheid of eentonigheid gaat, worden dus door influencers op gang getrokken of versneld. “Elke nieuwe trend wordt uitgebreid besproken, met voorbeelden erbij van hoe je de stijl op een budgetvriendelijke manier kan kopiëren. Waar er vroeger naar Engeland en Parijs werd gekeken voor de nieuwste trends in respectievelijk de mannen- en vrouwenmode, kijken we nu naar bekendheden als Kim Kardashian & Kanye West of Victoria & David Beckham. Het gevolg ervan is dat deze beroemdheden zich gaan afzetten tegen de imitaties en er weer nieuwe trends ontstaan.”

Nice to know

James Dean kon net zo goed James Jean heten

Naast de ‘trickle down’ beweging, ­waarbij de hogere klasse de trends doorgaf aan de lagere klasse, was er ook soms een ‘bottom up’ beweging. Zo stootte de jeans door van stevige werkbroek voor arbeiders tot iconisch kledingstuk van de sterren onder invloed van James Dean in de jaren ’50. Hij combineerde zijn jeansbroek standaard met een wit T-shirt. Zijn look werd het nieuwe uniform van de westerse jeugd en werd op haar beurt opnieuw gerecupereerd door de mode. Meer bepaald door Calvin Klein die van de oorspronkelijke werkbroek een duur fashion item maakte.

 

 

Wie zijn Rony en Mieke van Celesta?

Confectiebedrijf Celesta in Wevelgem werd in 1991 door Rony en Mieke overgenomen en is sindsdien geëvolueerd naar een modern bedrijf dat actief is in diverse takken van de textielindustrie. In totaal werken er 25 mensen voor Celesta, waaronder de twee zonen van Rony en Mieke. In het atelier van Celesta worden in samenwerking met gediplomeerde kleermakers de kostuums voor de NMBS, pitteleers voor medewerkers van het Koninklijk Paleis en lingerie voor La Fille d’O en La Perla ontwikkeld.

Wie is professor Peter Scholliers?

Peter Scholliers is sinds 2000 verbonden aan de Vakgroep Geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Momenteel is hij hoogleraar en voorzitter van de Opleiding Geschiedenis. Professor Scholliers specialiseerde zich als eerste in de academische studie van de eetcultuur en is co-auteur van ‘Food & History’ en ‘Appetite’. In het verleden deed hij onderzoek naar kleding en identiteitsconstructie in de 19e en 20e eeuw.

Wie zijn Shirah en Koenraad van Ferm?

Shirah en Koenraad zijn de bezielers van Ferm Femme en Femme Homme, twee Scandinavisch geïnspireerde conceptstores in Oostende. De winkels met kleding, interieurartikelen en gadgets werden respectievelijk 4 en 1,5 jaar geleden opgericht. Shirah en Koenraad ontwierpen samen een kledinglijn met typische Oostendse uitspraken.

Wie is Bryan Beeckman?

Bryan is wetenschappelijk medewerker en doctoraatstudent Bijbelwetenschappen aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van KU Leuven. Hij is lid van de onderzoekseenheid Bijbelwetenschappen en verbonden aan het Centrum voor Septuaginta Studies en Tekstkritiek en heeft al diverse publicaties in academische tijdschriften in binnen- en buitenland op zijn naam staan.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.